Pelzer was altijd al geïnteresseerd in planten, vooral in de combinatie met microben. ‘Als je microben en planten laat samenwerken, kunnen ze veel meer stress aan dan wanneer je genetisch gaat sleutelen aan een plant,’ vertelt de wijnboer. Na zijn studie biologie aan de Radboud Universiteit, ging hij fulltime werken op de biologische wijngaard ‘Domein Aldenborgh’ van zijn vader. In 2021 kwam de belangstelling voor het helpen van planten (letterlijk) bovendrijven. In twee dagen tijd kregen de wijnplanten van Chris 190 liter water per m2 te verwerken. ‘Daar was geen kruid tegen opgewassen. Ik zakte met mijn laars zo de grond in op ons terrein, terwijl dat voor de overstroming stevige grond was.’ Binnen drie weken was er geen blad meer aan de struik. Het was de ideale voedingsbodem voor valse meeldauw – een gemeen pathogeen dat druiven laat verschrompelen en hele stengels doet openbarsten.
Blauw van de koper
Het is een bekend probleem onder wijnboeren. De meeldauw kan effectief biologisch bestreden worden met koper. ‘Maar dan werk je wel met zware metalen,’ vertelt Pelzer. ‘Dat hoopt zich op in een bodem. Sommige wijngaarden zien blauw van de koper.’ Je kunt ook met compostthee werken, maar dan heb je alleen een lokaal effect. ‘Als je het maar op de helft van een blad spuit, is alleen die helft beschermd. En als het regent, spoelt het weg.’
Lokaal is niet betrouwbaar genoeg en daarom moet het systemisch, wist Chris nog van zijn studie. Een middel dat in de plant gaat zitten, of beter nog, dat de plant aanzet om zelf ziektes te bevechten. ‘Dat betekent dat je een hele plant weerbaar maakt, dat hij zelf sterk genoeg is om de valse meeldauw af te weren’, licht Janny Peters toe vanuit Nijmegen. Pelzer vult aan: ‘Schimmels hebben een celwand van chitine, een soort garnalenschilletje. Planten kunnen chitinase aanmaken, een enzym dat chitine afbreekt. Als valse meeldauw een plant in probeert te komen, heeft ‘ie een probleem, want de plant kan dan zijn celwand afbreken. Maar een druif moet daar soms wel bij geholpen worden.’
Bio-pesticide
Met dat idee klopte Pelzer aan bij Janny Peters en bij Maastricht University. Hij had een onderzoek gelezen waar positieve resultaten werden geboekt met oregano-olie. Peters: ‘Het was al bekend dat etherische oliën planten kunnen helpen en dat ze als bio-pesticide gebruikt kunnen worden. Maar wij zijn op zoek naar een systemische reactie in de plant, dat de plant het zelf kan oplossen. Anders blijf je spuiten met olie: dat kost veel tijd en veel geld. Bovendien is de olie gevoelig voor externe factoren, zoals regen. We hebben een methode nodig die stabiel is.’ De bioloog schreef een IRP-voucher voor interdisciplinair onderzoek en kreeg ‘m ook: ze betrok scheikundigen van de Radboud Universiteit om de olie ‘in te pakken’ en te onderzoeken hoe langzame afgifte in de omgeving van de plant bereikt kan worden. Maastricht University zorgde vervolgens met M4i voor de techniek waarmee ze precies kunnen zien welke stofjes op een blad zitten en waar.
24 uur damp
Peters zette studenten aan het werk en trok junior onderzoeker Julia Mars aan. Mars doet het onderzoek in het lab van de Radboud Universiteit: ‘De planten worden 24 uur aan damp van oregano-olie blootgesteld en daarna worden ze besmet met valse meeldauw. Tien dagen later gaan we kijken hoe die planten eruitzien. We trekken de momenten van de blootstelling aan de olie en aan de meeldauw bewust uit elkaar, omdat je dan echt kunt zien of de reactie systemisch is. Als je de olie en de meeldauw tegelijk toevoegt, kan het zijn dat de meeldauw door de olie wordt afgeweerd en niet door de plant.’
De data worden nu verzameld, maar op het oog zijn de resultaten zeer opvallend. ‘We zien dat planten die een behandeling hebben gehad een stuk minder of soms helemaal niet geïnfecteerd zijn, terwijl planten zonder behandeling helemaal vol zitten.’
Rollende ogen
Pelzer ziet dat ook in zijn wijngaard: de planten die zijn behandeld met oregano-olie blijken sterk en weerbaar. En aan die praktijkervaring heeft Mars in het lab ook weer veel. Sowieso ziet Mars veel voordelen in de samenwerking met Pelzer: ‘Werken met Chris levert interessante inzichten op. We horen dingen uit de praktijk en wat hij graag zou willen zien. Daar ben je normaal gesproken niet zo mee bezig als je in het lab zit.’
Het werken met etherische oliën is voor de onderzoekers logisch, maar voor anderen soms wat minder. Mars: ‘Als je aan andere mensen vertelt dat je onderzoek doet naar etherische oliën, merk je dat ze een vooroordeel hebben. Maar etherische oliën zijn stoffen die in een plant worden gemaakt. Eigenlijk is het scheikunde.’ Peters vult aan: ‘Er wordt soms met de ogen gerold als we het hierover hebben, maar wij geloven echt dat hier iets in zit. Dat zien we ook in ons lab. En Chris ziet het op het veld.’ De planten van de wijnboer hebben het op dit moment zwaar, vooral door de droogte. Pelzer: ‘Daarom is het extra belangrijk om de planten zo weerbaar mogelijk te maken. Als we met etherische olie onze planten sterker kunnen maken, doen we dat graag.’
Over een oreganosmaak aan de wijn hoeven we ons waarschijnlijk geen zorgen te maken. Pelzer: ‘We hebben vorig jaar al gedurende het hele seizoen met oregano gewerkt en in de wijnen is geen oreganosmaak te bekennen.’