2018: Jan Kees Helderman en de verzorgingsstaat (met dank aan Elinor Ostrom)
Na zijn studie planologie in Nijmegen verkast Jan-Kees Helderman (1966) voor zijn promotieonderzoek naar Rotterdam, eerst bij het departement Bestuurskunde en later bij de Erasmus School of Health Policy and Management. In 2007 promoveert hij op het proefschrift Bringing the Market Back In?, een interdisciplinair onderzoek over de stelselhervormingen in de volkshuisvesting en de gezondheidszorg. Helderman concludeert dat de verzorgingsstaat zoals we die dan kennen, niet langer houdbaar is. De steeds betere gezondheidszorg en de toename van het aantal chronisch zieken, leidt tot veel te hoge verzekeringskosten, wat vraagt om een radicaal andere financiering. Niet door verzekeringen, maar met investeringen, van de overheid, andere partijen en van de burger, bijvoorbeeld in zijn of haar eigen opleiding of gezondheid. In 2006 wordt Helderman aan de Radboud Universiteit aangesteld als docent Bestuurskunde, in 2021 gevolgd door de benoeming tot hoogleraar Sociaal beleid en bestuur. Zijn focus heeft altijd al gelegen op het sociaal domein en sinds 2015, bij het in werking treden van de nieuwe Jeugdwet, heeft de jeugdzorg zijn speciale aandacht. Hij richt zich met name op de verplaatsing van de regie van Den Haag naar de lokale overheden, die dan de verantwoordelijkheid krijgen voor het stelsel van zorg, welzijn en veiligheid, met daarin onder meer de jeugdzorg, passend onderwijs en de uitvoering van de wet maatschappelijke ondersteuning. De complexe decentralisatie is voor Helderman een uitdaging, omdat zijn onderzoek hiermee een nieuwe belangrijke lokale dimensie krijgt. Waar hij eerder de jeugdzorg in Rotterdam en Utrecht heeft onderzocht, gaat hij ook in Amsterdam aan de slag. Daarnaast adviseert hij gemeenten over de transitie in de jeugdzorg en -bescherming. Als de Faculteit der Managementwetenschappen in 2018 zijn nieuwe onderkomen betrekt, bepleit Helderman – inmiddels ook vice-decaan onderzoek, het gebouw te vernoemen naar Elinor Ostrom (1933-2012). Deze Amerikaanse politicologe - in 2009 als eerste vrouw gelauwerd met de Nobelprijs voor de economie, hield zich bezig met alle disciplines die binnen de faculteit zijn verenigd: economie, geografie, planologie, politicologie, bedrijfskunde, bestuurskunde en milieu. Haar faam verwierf ze met haar werk over de commons, het gemeenschappelijk gebruik van hulpbronnen. Zij haalde de tot dan toe gangbare consensus onderuit dat zo’n gemeenschappelijk beheer automatisch zou leiden tot overmatig gebruik en uitputting – een inzicht dat ze dankt aan haar onderzoek onder kleine groepen met geslaagde vormen van gezamenlijk beheer.
Tekst: Peter Zunneberg. Foto: opening RK Universiteit Nijmegen, 17 oktober 1923