2001: Carl Figdor eerste directeur Nijmegen Centre of Molecular Life Sciences
Carl Figdor (Den Bosch, 1953) gaat biologie studeren in Utrecht. Na zijn afstuderen als celbioloog in 1979 gaat hij aan de slag bij het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. Hier verricht hij promotieonderzoek naar het scheiden van bloedlichaampjes, in 1982 afgerond met het proefschrift Separation of human leukocytes by physical methods. In plaats van de gebruikelijke route naar het buitenland, blijft Figdor werken bij het NKI, in een eigen onderzoeksgroep die zich bezighoudt met tumorimmunologie.
Na ruim tien jaar NKI vindt Figdor het tijd voor iets anders. In 1992 wordt hij in Enschede benoemd tot hoogleraar Biofysica. Daarnaast groeit de wens om zijn laboratoriumwerk te vertalen naar de behandeling van patiënten. Die mogelijkheid krijgt hij in Nijmegen, met de benoeming in 1994 tot hoogleraar Tumorimmunologie. In die hoedanigheid is hij nauw betrokken bij de bouw van een researchtoren. Op zijn initiatief reist hij met de architect en enkele collega-onderzoekers langs diverse researchcentra in de wereld om uit te zoeken wat er nodig is voor een optimale laboratoriumomgeving. Al tijdens de bouw blijkt een grote animo om hier te werken, wat leidt tot een extra bouwlaag met laboratoria. Ook wordt de befaamde dubbele helix-trap bedacht, die moet zorgen voor een optimale communicatie tussen de gebruikers. In 2001 wordt Figdor de eerste wetenschappelijke directeur van het Nijmegen Centre of Molecular Life Sciences, zoals de researchtoren officieel gaat heten. Zoals gehoopt brengt de toren de wetenschappers samen: ze denken mee over elkaars onderzoek en delen hun resultaten. In zijn eigen onderzoek slaagt Figdor erin om dendritische cellen als onderdeel van het immuunsysteem en afkomstig uit het bloed van kankerpatiënten, te bewerken en in te zetten in de behandeling van deze patiënten. Dit baanbrekende werk levert een golf aan honoreringen op: de Spinozapremie in 2006, drie jaar later de Koningin Wilhelmina Onderzoeksprijs van KWF Kankerbestrijding, en twee keer een prestigieuze Europese onderzoekspremie (de ERC-grant, in 2010 en 2019). Dit laatste maakt mogelijk dat hij ook na pensionering actief kan blijven in het onderzoek.
Figdors betekenis voor de Immunologie wordt tevens zichtbaar in de tien à twintig hoogleraren die her en der in de wereld actief zijn en door hem zijn opgeleid. Daarnaast heeft hij het prijzengeld van de Spinozapremie deels ingezet voor een educatief netwerk gericht op de basisscholen: een vroege leerschool voor het doen van goed onderzoek.
Tekst: Peter Zunneberg. Foto: opening RK Universiteit Nijmegen, 17 oktober 1923