1950: Wim van der Grinten aan de wieg van de SER
Wim van der Grinten (1913-1994) gaat in 1931 Rechten studeren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Als zijn vader een jaar later plotseling overlijdt, moet zijn moeder het gezin met negen kinderen onderhouden van een karig pensioen. Als oudste zoon voelt Van der Grinten zich genoodzaakt voor inkomen te zorgen. Hij voltooit zijn studie in drie jaar en gaat aan de slag op een advocatenkantoor in Arnhem en twee jaar later als bedrijfsjurist bij Unilever in Rotterdam. Het belet Van der Grinten niet om te werken aan een proefschrift over de rechtmatigheid van de doodstraf. Daarin is de invloed van zijn promotor, professor Willem Duynstee, redemptorist en hoogleraar strafrecht en het gedachtengoed van Thomas van Aquino duidelijk zichtbaar.
In 1934 vraagt professor Egidius van der Heijden Van der Grinten om mee te werken aan het Handboek voor de naamloze vennootschap. Na Van der Heijdens dood in 1941 heeft Van der Grinten het handboek nog een aantal malen bewerkt, zo zeer dat hij in feite de enige auteur is. Daarnaast betrekt Van der Heijden vanaf 1940 Van der Grinten ook bij de redactie van het Maandblad der Naamloze Vennootschap. Dit is Van der Grinten tot zijn dood blijven doen. Na de oorlog neemt Van der Grinten namens de KVP zitting in de Rotterdamse gemeenteraad. Hij valt daar op en wordt in 1948 staatssecretaris in het kabinet Drees-Van Schaik. In die hoedanigheid loodst hij de Wet op de bedrijfsorganisatie door de kamer, die in 1950 leidt tot de oprichting van de Sociaal Economische Raad, waarvan hij ruim dertig jaar kroonlid is geweest. Gedurende deze periode trekt Van der Grinten de conclusie dat de politiek niets voor hem is, wat zich uit in diverse weigeringen om minister te worden. Wel staat hij als informateur in 1977 nog aan de wieg van het eerste kabinet-Van Agt.
Vanaf 1951 dient Van der Grinten uitsluitend de wetenschap. Eerst zes jaar in Tilburg en vanaf 1957 als hoogleraar Burgerlijk recht in Nijmegen. Tot op hoge leeftijd blijft hij college geven. Daarnaast schrijft hij een oneindig aantal artikelen, annotaties en commentaren in een korte en bondige stijl die aan helderheid niets te wensen overlaten. In 1966 is hij een van de oprichters van het Van der Heijden Instituut, studiecentrum voor rechtspersonen- en vennootschapsrecht, inmiddels bekend als Onderzoekscentrum Onderneming en Recht en nog altijd toonaangevend.
De rechtsopvatting van Van der Grintens wordt bij uitstek gekleurd door de begrippen redelijkheid en billijkheid. Zijn opvatting is dat de beoefenaar van de rechtswetenschap stevig geworteld moet zijn in de praktijk, bijvoorbeeld door het vervullen van bestuurlijke en toezichthoudende functies alsook door advisering Zo heeft Wim van der Grinten een koers bepaald die tot de dag van vandaag in de Nijmeegse faculteit zichtbaar is.
Foto: Afscheid van prof. Van der Grinten van de SER; Wim Kok , Van der Grinten en minister De Koning (vlnr), 1984. Via Wikimedia