‘Door collega's uit andere onderzoeksvelden wordt wel eens gesteld dat het recht geen "echte" wetenschap zou zijn, dat is spijtig en wijd ik aan onbekendheid met ons vakgebied. Wij interpreteren regels binnen een complex constant aan verandering onderhevig systeem van Europese en nationale rechtsstelsels. Een interpretatie die twintig jaar terug nog logisch was, kan nu in strijd zijn met de bedoeling van de wet. Dat zie je bijvoorbeeld bij de wijze waarop we het element ‘gezag’ interpreteren als onderdeel van de definitie van de arbeidsovereenkomst.’
‘De wet op de arbeidsovereenkomst dateert uit 1907, en is gebaseerd op "gezag" en de band tussen werknemer en werkgever. Maar ja: het gezag van 1907 en het gezag van nu, daar zit een wereld van verschil tussen. Aan het begin van de twintigste eeuw werkten veel mensen in dienst van een fabriekseigenaar, je was van hem afhankelijk, en had als werknemer vrij weinig in te brengen. Tegenwoordig is de werkelijkheid een heel andere: in veel bedrijven hebben medewerkers vaak meer expertise op specifieke onderwerpen dan hun leidinggevende, en heb je als werkende veel meer flexibiliteit en vrijheid dan voorheen. In steeds minder gevallen is daarom nog sprake van gezag in de traditionele betekenis van het begrip.’
Buiten het arbeidsrecht
‘Eén van de meest extreme voorbeelden daarvan is de platformeconomie. Een bedrijf als Deliveroo claimt dat hun medewerkers geen werknemers zijn, maar ondernemers. De bezorgers spreken namelijk nooit een leidinggevende maar krijgen al hun instructies en taken via een app doorgestuurd en kunnen bovendien hun eigen werktijden bepalen. De bedrijven maken gebruik van de digitalisering om buiten het arbeidsrecht te blijven. Hoe gezag in deze situaties geïnterpreteerd wordt, heeft gevolgen voor tienduizenden mensen. Daarbij is relevant dat rechters dienen te blijven binnen het systeem van de wet. Als de politiek meent dat platformwerkers onder het arbeidsrecht moeten vallen maar de definitie van de arbeidsovereenkomst daar momenteel niet bij aansluit, dan is de wetgever – en niet de rechter – aan zet.’
‘Ik ben geen activistische onderzoeker. Ik zal niet snel zeggen welke keuzes de politiek moet maken, maar vanuit mijn juridische expertise geef ik wel graag advies. Dat doe ik door deel te nemen aan verschillende commissies, zoals momenteel de Commissie Van Rijn die onderzoek doet naar de werkcultuur bij De Wereld Draait Door en de NPO. Ook als kroonlid binnen de Sociaal-Economische Raad probeer ik met mijn juridisch-objectieve blik een bijdrage te leveren op sociaaleconomisch terrein.’
‘In het onderwijs heb ik als doel studenten op te leiden tot kritische burgers. Ik leer studenten via het recht nieuwsgierig te zijn, om door te vragen, om hun eigen standpunt deugdelijk te onderbouwen, en zich niet gek te laten maken. Dit soort vaardigheden is naar mijn mening wat onze maatschappij nodig heeft.’
Dit artikel past binnen een serie artikelen over jonge onderzoekers over hun onderzoeksimpact, waarnaar verwezen wordt in het lustrumnummer van Radboud Magazine. Foto omslag artikel: Peter Bontan via PxHere Foto Femke Laagland: Dick van Aalst, Radboud Universiteit.