Waar blijft de overheid met een deltaplan voor energiebesparing?
Waar blijft de overheid met een deltaplan voor energiebesparing?

Waar blijft de overheid met een deltaplan voor energiebesparing?

De overheid moet niet wachten op de marktwerking maar zelf de touwtjes in handen nemen bij de verduurzaming van de bebouwde omgeving, huizenblok voor huizenblok.

De komende decennia zullen woningen en andere gebouwen fundamenteel energiezuiniger moeten worden. Denk aan betere isolatie, de inzet van warmtepompen en de aanleg van zonnepanelen op daken. De torenhoge energiekosten ten gevolge van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne leveren

daarvoor nu de sterkste motivatie, maar de klimaatcrisis vereist sowieso dat het gebruik van fossiele brandstoffen voor 2050 wordt stopgezet.

Momenteel probeert de overheid met prijsprikkels en subsidies burgers te stimuleren zelf hun woning onder handen te nemen. Dat de huidige hoge energieprijzen daarbij inderdaad helpen, blijkt uit het feit dat installatiebedrijven nauwelijks aan de vraag kunnen voldoen. Maar waar de overheid energiebesparing in vele sectoren verder aan de markt kan overlaten, zal dat in de bebouwde omgeving zonder sterke regie onvoldoende van de grond komen. Daarvoor zijn verschillende redenen.

Inefficiënt

Allereerst is het bijzonder inefficiënt als huiseigenaren en huurders ongecoördineerd aan de slag gaan. Voor elke installatie van dubbel glas of zonnepanelen dienen installateurs immers opnieuw steigers te plaatsen en elektrische leidingen aan te leggen. Per huizenblok zijn deze ingrepen tegen veel lagere kosten te realiseren. De maatregel die de meeste zoden aan de dijk zet – een nieuwe isolerende schil om het huizenblok – kunnen bewoners überhaupt niet individueel treffen.

Ten tweede laten huurders energiebesparende maatregelen vaak na, omdat zij niet zeker weten of zij lang genoeg zullen huren om de investeringen terug te verdienen. Verhuurders hebben evenmin belang, omdat zij meestal niet degenen zijn die de energierekening betalen.

Ten derde speelt kortzichtigheid een rol: burgers wegen de huidige investeringen veel zwaarder dan de toekomstige besparingen op de energierekening, ook al verdienen de investeringen zich binnen enkele jaren tot decennia terug. Maar men moet dan ook de investeringskosten, vaak in de orde van tienduizenden euro’s, wel beschikbaar hebben.

Ten vierde zijn er, zoals gezegd, volstrekt onvoldoende installateurs om in miljoenen woningen de benodigde maatregelen uit te voeren. Hoewel de markt uiteindelijk zelf vraag en aanbod in evenwicht brengt, verloopt dit proces veel te traag. Om bijtijds voldoende gekwalificeerde mensen beschikbaar te hebben, moeten zo snel mogelijk grootschalige opleidingsprogramma’s worden opgezet.

Regie

Al deze problemen verdwijnen pas wanneer de overheid de regie in handen neemt en de uitvoering van de benodigde aanpassingen per wijk en huizenblok coördineert. Burgers dienen enkel een brief te ontvangen met de datum waarop hun blok aan de beurt is en dat de overheid alle zorg voor de uitvoering uit handen neemt. De overheid draagt de initiële kosten en vordert deze over een periode van decennia terug via een verhoging van de reguliere belastingen.

De uitvoeringskosten van zo’n deltaplan voor energiebesparing zullen op nationale schaal ruimschoots worden gecompenseerd door lagere energiekosten, zelfs zonder klimaatoverwegingen. Door verschillen in energiegebruik en woningbezit zal het echter helaas onmogelijk zijn de sommen voor elke individuele burger precies kloppend te krijgen. Bij de aanleg van de Deltawerken na de Watersnoodramp in 1953 was de situatie niet anders: Nederlanders verschillen in de mate waarin hun bezittingen door water worden bedreigd en de één woont verder van de Noordzee af dan de ander. De Deltawerken waren er daarom nooit gekomen als was geëist dat elke Nederlander precies had bijgedragen in overeenstemming met de genoten bescherming. Evenmin waren de Deltawerken er gekomen als de aanleg aan de markt was overgelaten.

De huidige energieprijzen laten het water opnieuw tot aan de lippen komen, vooral voor lage inkomensgroepen in slecht-geïsoleerde huizen. De oplossing daarvoor is geen marktwerking, maar een nieuw deltaplan: de overheid moet zelf de energiebesparing in de bebouwde omgeving realiseren. Huizenblok voor huizenblok.

Dit artikel is geschreven door Marc Davidson, hoogleraar Filosofie van duurzaamheid en milieu aan de Radboud Universiteit, en is eerder verschenen in de Volkskrant. Foto door Markus Spiske via Unsplash.

Contactinformatie

Thema
Duurzaamheid, Politiek, Actualiteiten