Voorgaande jaren zag premier Rutte niet veel in excuses maken voor het slavernijverleden. Waarom is hij nu van gedachten veranderd?
‘De tijden veranderen. Er was ook heel lang verzet tegen de aanpassing van Zwarte Piet, maar inmiddels zijn veel gemeenten toch overgestapt op roetveegpieten bij de sinterklaasfeesten. Het helpt ook dat er in de afgelopen jaren veel onderzoek is gedaan. Heel lang associeerden we het slavernijverleden vooral met de grachtengordel en Middelburg, maar langzaam maar zeker kwamen we erachter dat er op heel veel plekken sporen van die geschiedenis zijn. Zo lieten Rotterdam, Amsterdam, Groningen en andere steden hun eigen rol in het slavernijverleden onderzoeken. Steeds meer mensen zijn zich ervan bewust dat er ook nu nog institutioneel racisme bestaat, dat een relatie heeft met het slavernijverleden. Excuses zijn vooral een erkenning van het leed dat uit die geschiedenis is voortgekomen.’
Welke sporen van het slavernijverleden zijn nu nog in onze samenleving aanwezig?
‘Op veel plaatsen in Nederland zijn sporen zichtbaar, bijvoorbeeld op gebouwen of in archiefstukken. Uit onderzoek blijkt dat 22 Gelderse landeigenaren na de afschaffing van de slavernij compensatie ontvingen, terwijl de personen die tot slaaf waren gemaakt zelf niets kregen. Maar ook het feit dat er juist heel veel informatie over tot slaafgemaakte personen ontbreekt kun je zien als een spoor: de koloniale onderdrukkers vonden hen het niet waard om over te schrijven. Dat besef zorgt bij afstammelingen nog altijd voor veel psychisch – en soms ook lichamelijk – leed. Daarnaast is er hedendaagse institutioneel racisme: witte en zwarte mensen worden niet altijd gelijk behandeld. En het koloniale idee van het eindeloos nemen van de aarde en van anderen laat ook sporen na, namelijk van uitputting, zoals we nu terugzien in de klimaatverandering.’
Het kabinet maakt geld vrij voor een bewustwordingsfonds en een slavernijmuseum. Kunnen die dingen helpen om beter met dit verleden om te gaan?
‘Ik hoop het wel. De precieze invulling is nog onduidelijk, maar er is zeker behoefte aan meer kennis en reflectie. De gaten in onze historische kennis moeten verder worden opgevuld. We zijn daar aan de Radboud Universiteit ook mee bezig, bijvoorbeeld in het project rondom Surinaamse slavenregisters, onder leiding van Coen van Galen. Nu die registers gedigitaliseerd zijn kunnen ze gebruikt worden om verder onderzoek te doen naar bijvoorbeeld familiegeschiedenissen waarover nog weinig bekend is. Daarnaast moeten we kennis over dit verleden natuurlijk verspreiden, bijvoorbeeld door er op scholen aandacht aan te besteden.’
Heeft de universiteit zelf ook een rol in het slavernijverleden?
‘We moeten in elk geval beseffen dat onze eigen onderzoeksdisciplines vaak koloniale wortels hebben, zoals in de taalkunde of de biologie. Op de campus zijn ook genoeg sporen van het koloniale verleden te vinden. We hebben bijvoorbeeld een Linnaeusgebouw en een Beelkamer. Ik hoorde van een collega die was uitgenodigd voor een symposium in die ruimte, maar zich daar niet prettig bij voelde vanwege de rol van Louis Beel in de koloniale geschiedenis en dus niet is gegaan. In Utrecht is een promovendus aangesteld die de betrokkenheid van die universiteit bij het koloniale verleden gaat onderzoeken. Dat zouden we hier misschien ook kunnen doen.’
Jouw eigen onderzoek gaat over dans als middel om maatschappelijke vraagstukken rondom het slavernijverleden bespreekbaar te maken. Waarom dans?
‘Een onderwerp als lichaamscultuur wordt in de westerse wereld niet vaak geassocieerd met academische kennis, omdat het minder gericht is op de ratio. Maar sporen van het slavernijverleden kunnen ook in het lichaam zitten. Afstammelingen van mensen die tot slaaf zijn gemaakt hebben vaak bewust of onbewust allerlei normen meegekregen over hoe ze zich moeten gedragen of hoe ze anderen aan horen te kijken. Zo kunnen we koloniale machtsverhoudingen nog steeds in ons lichaam voelen. We onderzoeken het effect van een dansvoorstelling en workshop van Farida Nabibaks, Schitterende schaduw. Die voorstelling lijkt bezoekers echt nieuwe inzichten te geven, bijvoorbeeld in de relatie tussen dominante en onderdrukte. Dans kan die verhoudingen invoelbaar maken en helpen bij de verwerking.’
Foto: Slavernijmonument Amsterdam. Bron: Wikimedia Commons