Inmiddels is het glashelder: Rusland voert een imperialistische, koloniale en genocidale oorlog tegen Oekraïne. Niet alleen ontkent Poetin vanaf het begin van de invasie het bestaansrecht van Oekraïne en haar inwoners, ook maken Russische troepen zich systematisch schuldig aan terreur en oorlogsmisdaden, van aanvallen op Oekraïens cultureel erfgoed tot martelingen, verkrachtingen en massamoorden. Dezer dagen bestoken Russische raketten nog verschillende Oekraïense steden, waaronder Kyiv, Charkiv en Lviv. Het offensief raakte onder andere een kinderspeeltuin en had meerdere burgerdoden en -gewonden tot gevolg.
Toch kan Poetin in het Westen regelmatig rekenen op begrip of zelfs steun. In het eerste geval is sprake van apologeten die de invasie weliswaar afkeuren, maar ook verkondigen dat Rusland zou zijn ‘geprovoceerd’ door de VS en de Navo, of aansturen op appeasement van de misdadige aanvallende partij. In het tweede, nog kwalijkere geval betreft het pro-Russische sympathisanten, vooral uit radicaal- en extreemrechtse hoek. Thierry Baudet is bijvoorbeeld een overtuigd aanhanger van Poetin. De vraag dringt zich op hoe deze reacties vallen te verklaren.
Beeldvorming
Uiteraard spelen hier uiteenlopende sentimenten en belangen, van angst en eigenbaat tot afkeer van het Westen en oprechte waardering voor het Kremlin. Beeldvorming over Oost-Europa vervult echter een essentiële, onderbelichte rol. ‘Oost-Europa’ kent geen eensluidende, objectieve definitie, maar dient wel als vergaarbak van meerdere neerbuigende stereotypen: onderontwikkeld, corrupt, koud, grijs, et cetera.
Oost-Europa geldt als een tweederangs, minderwaardig Europa aan de periferie van het ‘beschaafde’ Westen. Ook in Nederland manifesteren deze ideeën zich in allerlei bedenkelijke (re)acties: denk aan het aanhoudende gebruik van de denigrerende term‘Oostblok’, de retoriek rond het ‘Polenmeldpunt’ uit 2012 en het Oekraïnereferendum uit 2016, maar ook aan de stelselmatige uitbuiting van onder meer Poolse, Roemeense en Bulgaarse werknemers. Geen wonder dat veel landen in het oosten van Europa – Oekraïne voorop – gedoemd lijken tot een rol als speelbal van, en bufferzone tussen het Westen en Rusland.
Koude Oorlog
Het ligt voor de hand om de negatieve beeldvorming over Oost-Europa te liëren aan de Koude Oorlog, toen de helft van het continent vanuit westers perspectief verdween ‘achter’ het IJzeren Gordijn. Uit historisch onderzoek blijkt echter dat de concepten Oost- en West-Europa en de machtsverhoudingen die daarmee gepaard gaan een langere geschiedenis hebben.
Vanaf de 17de eeuw begonnen westerse schrijvers en politici het oosten van Europa te definiëren als het lelijke spiegelbeeld van hun eigen ‘gecultiveerde’ leefwereld: een onherbergzame, braakliggende ruimte met een van nature primitieve bevolking die haast erom smeekte te worden gekoloniseerd.
Dat dit ver bezijden de waarheid was, deed er niet toe. Sterker nog: de Russen, Pruisen en Oostenrijkers gebruikten deze beeldvorming eind 18de eeuw als argument voor het uiteenscheuren van het Pools-Litouwse Gemenebest: een eeuwenoude staat die grote delen omvatte van het huidige Polen, Oekraïne, Belarus en de Baltische Staten. Je vijand afschilderen als een land zonder bestaansrecht biedt een prima excuus voor een invasie, zo weet ook Poetin.
Kolonialisme
Ook Nederlanders bestendigden dit koloniale narratief. In 1832 legitimeerde de dichter Adriaan van der Hoop jr. bijvoorbeeld de gewelddadige Russische repressie van een Poolse opstand door te stellen dat Polen ‘om zijn staatskrakeel de vrijheid steeds onwaard’ was. De Polen en andere Slavische volkeren moesten zich maar neerleggen bij hun ondergeschikte rol op het wereldtoneel.
Dit gedachtegoed bereikte een gruwelijke climax in de 20ste eeuw, toen Hitler en Stalin circa 14 miljoen burgers ombrachten in de buffer tussen hen in. Wederom waren er Nederlanders van de partij, die meewerkten aan de nazistische Drang nach Osten.
Hun ideologie werd kernachtig verwoord door de Leidse prehistoricus en NSB’er Frans Christiaan Bursch, die in 1943 deelnam aan een archeologische SS-expeditie in Oekraïne. Op loopafstand van een Joods massagraf lieten de in tropenkostuums gehulde bezetters de lokale bevolking dwangarbeid verrichten bij hun onderzoek naar een stel zogenaamd Germaanse grafheuvels.
In het Nederlandse nazitijdschrift De Waag schreef Bursch vervolgens dat de ‘primitieve’ Oekraïners ‘met harde en rechtvaardige hand’ moesten worden gedomineerd: ‘Alle ‘ethische politiek’ is hier evenzoo uit den booze als voorheen in onze koloniën.’
Zijn roeping formuleerde Bursch als ‘aaneengesloten de Oost-Europeesche ruimte te doordringen met alles, waarover Duitschers en Nederlanders gemeenschappelijk beschikken, eigenschappen, die deze ruimte slechts tot zegen kunnen zijn!’ Oost-Europese levens en culturen waren waardeloos geworden.
Tweederangs
Momenteel bedreigt het beeld van Oost-Europa als tweederangs en minderwaardig andermaal de Oekraïense vrijheid. Het Westen moet daarom definitief afstand nemen van de negatieve beeldvorming over Oost-Europa. Oekraïne en de andere landen in het oosten van het continent vormen geen koloniale ruimte, speelbal of buffer, maar zijn volwaardige, autonome staten met rijke geschiedenissen en eigen culturen. Deze nieuwe beeldvorming is cruciaal voor de westerse solidariteit met Oekraïne op de lange termijn en voor de democratische toekomst van heel Europa.
Dit artikel van Paul Hulsenboom verscheen eerder in de Volkskrant. Foto: Zonsondergang in Kyiv. Bron: Maksym Diachenko via Unsplash