Radboud Reflects organiseerde over dit onderwerp een lezing met cognitiefilosoof Leon de Bruin en neurobioloog Tessa van Leeuwen. Nadat aandachtig werd geluisterd naar de lezingen van de twee wetenschappers ging hoogleraar filosofie van Cognitie en Taal Marc Slors met hen in gesprek, waarbij ook het publiek de kans kreeg om vragen te stellen.
Kleuren horen en klanken proeven
Tessa van Leeuwen trapte de avond af met een lezing over synesthesie. ‘Synesthesie is een manier van waarnemen waarbij zintuigen door elkaar gaan lopen’, legde ze uit. Hiervan bestaan er verschillende vormen, zo kan iemand letter/kleur synesthesie hebben, wat inhoudt dat diegene bij een bepaalde letter meteen ook aan een specifieke kleur denkt. Andere vormen van synesthesie zijn muziek/kleur en – minder voorkomend – klank/smaak. ‘Kenmerkend voor synesthesie is dat het automatisch gaat, en dat het stabiel is in de tijd’, lichtte Van Leeuwen verder toe.
Crossmodale effecten
Verbindingen leggen tussen zintuigelijke ervaringen is overigens niet uitzonderlijk iets voor synestheten, vervolgde Van Leeuwen. ‘Onze zintuigen werken altijd samen.’ Als voorbeeld legde ze de zaal de volgende vraag voor: is een citroen snel of langzaam? Voor vrijwel iedereen luidde het antwoord hetzelfde: een citroen is snel. ‘We associëren zintuigelijke waarnemingen met bepaalde informatie, zo is een citroen fris en licht, wat we eerder associëren met snel. Een avocado is een ander verhaal.’ Dit soort associaties worden crossmodale effecten genoemd. ‘Het is iets anders dan synesthesie, maar het lijkt er wel op. Synesthesie is misschien gewoon een extreme vorm ervan.’
Tot slot verbond Tessa van Leeuwen haar verhaal met het hoofdonderwerp van de avond: wat kan synesthesie ons vertellen over onze zintuigen? ‘Synesthesie laat zien dat er niet duidelijk vijf zintuigen zijn,’ stelde Van Leeuwen. ‘Zo kan een letter bij een synesteet niet alleen een bepaalde kleur oproepen, maar ook een textuur zoals glad of zacht.’ Dit geeft, aldus Van Leeuwen, aan dat de scheiding tussen onze zintuigen niet zo zwart-wit is als we denken.
De ontwikkeling van de zintuigen
De Bruin besprak vervolgens in zijn lezing waar de scheiding in vijf zintuigen vandaan komt, of deze scheiding wel klopt en of we zintuigen überhaupt nog nodig hebben. ‘Het idee dat we vijf zintuigen hebben komt van Aristoteles in zijn De Anima’, begon De Bruin. Het belang van deze verschillende zintuigen hangt overigens sterk samen met onze lichamelijkheid, stelde de cognitiefilosoof, zo zijn bij andere dieren andere zintuigen beter ontwikkelt omdat dit bepaalde voordelen geeft. Ook onze opvoeding is van grote invloed, vertelde De Bruin. ‘Bij kinderen wordt het hele traject van ontwikkeling van de zintuigen gefaciliteerd. Er wordt een direct beroep gedaan op sociale praktijken.’
Ook bevroeg Leon de Bruin of we wel vijf zintuigen hebben. ‘Zo hebben we ons evenwichtsorgaan, de balans, een soort extra zintuig.’ Ook hebben we proprioceptie, een gevoel van binnenuit waardoor we de positie van ons lichaam en onze ledematen weten zonder ernaar te kijken.
Toekomstmuziek
Naast lichaam en opvoeding spelen ook onze omgeving en technologie een belangrijke rol in onze zintuiglijkheid, vervolgde Tessa De Bruin. ‘Door technologie specialiseren en transformeren we onze zintuigen.’ Als voorbeeld gaf hij hoe we tegenwoordig dysfunctionele zintuigen deels kunnen vervangen of substitueren door uitvindingen en als cochleaire implantaten of braille. Met name onze visuele perceptie wordt sterk gevormd door onze omgeving: wat we zien is afhankelijk van onze achtergrondkennis. ‘Daarnaast kan technologie als telescopen en fMRI onze perceptie van de wereld sterk veranderen.’
Dit bracht De Bruin tot zijn uitsmijter van de avond: zullen we door technologische ontwikkelingen onze zintuigen nog wel nodig hebben in de toekomst? ‘Paul Churchland schreef jaren geleden een artikel waarin hij stelde dat onze normale manier van communicatie inefficiënt is. Destijds werd dat afgebrand, maar nu is er weer aandacht voor.’ Als voorbeeld noemde hij onderzoek naar brain-to-brain interfaces, waarmee wordt gepoogd om breinen via signalen rechtstreeks met elkaar te laten communiceren, zonder verwarrende bemiddeling van de zintuigen. ‘Het is misschien toekomstmuziek, en ik betwijfel of het wenselijk is, maar als dit zich doorzet dan zullen in de toekomst onze zintuigen mogelijk overbodig worden.’
Onbemiddelde communicatie?
In het gesprek met Slors en naar aanleiding van vragen uit de zaal werd er nog kritisch gekeken naar de mogelijkheid van brain-to-brain interfaces. ‘Je kunt breinen aan elkaar verbinden, maar elk brein werkt ook weer anders. Er is dan nog steeds een vertaler nodig die van het ene naar het andere brein vertaalt’, stelde Van Leeuwen. De Bruin beaamde dit, en voegde toe dat er ook een ethische dimensie is. ‘Dergelijke technologie kan bijvoorbeeld handig zijn om te communiceren met iemand die locked-in-syndroom heeft, maar dan moet je wel zeker weten dat je de informatie uit het brein goed vertaalt.’
Daarnaast werd er nog uitgebreid gesproken over de persoonlijkheidskenmerken waarmee synesthesie gepaard gaat. Van Leeuwen: ‘Synesthesie gaat relatief vaak samen met onder andere autisme, OCD en PTSS. Misschien heeft het dus iets te maken met associatief denken of sensorische gevoeligheid.’ Synesthesie heeft overigens ook zijn voordelen, voegde Van Leeuwen – zelf een synestheet – toe. ‘Het gaat ook vaak gepaard met creativiteit, en het maakt telefoonnummers onthouden een stuk makkelijker.’
Door Ellen Theuws. Dit is het verslag van een lezing van Radboud Reflects. Foto: Sharon McCutcheon via Unsplash