Help, de rivieren worden te warm
Help, de rivieren worden te warm

Help, de rivieren worden te warm

Nu het op aarde steeds warmer wordt, komt het voortbestaan van veel soorten zoetwatervissen in gevaar, blijkt uit recent Nijmeegs onderzoek. Waarom is het zo’n probleem als er soorten uitsterven? En belangrijker: wat kunnen we eraan doen? ‘De scenario’s zijn hoopvol en treurig tegelijk.’

‘Kijk’, zegt Aafke Schipper, en ze gaat met haar muispijltje over vier paars-geelgekleurde wereldkaartjes. ‘Hier zie je hoeveel procent van de vissoorten te maken krijgt met extremere omstandigheden dan ooit. Hoe groter de gele gebieden, hoe slechter de situatie.’ Je hoeft geen expert te zijn om het verschil te zien tussen de vier kaarten. Bij het scenario van gemiddeld 1,5 graden Celsius opwarming is de wereld nog vooral paars, met wat gele vlekjes. Maar bij de kaartjes voor 2, 3,2 en 4,5 graden opwarming worden die gele vlekken steeds groter. Op de laatste wereldkaart is bijna heel Zuid-Amerika felgeel. ‘Dat betekent dat bij een opwarming van 4,5 graden bijna alle soorten zoetwatervissen daar te maken krijgen met condities waardoor ze mogelijk uitsterven.’

Schipper is milieuwetenschapper aan de Radboud Universiteit. Ze doet onder meer onderzoek naar de leefgebieden van zoetwatervissen. Voor die dieren maakt het een gigantisch verschil, ontdekte ze, als we de opwarming van de aarde kunnen beperken. En dat is goed nieuws – voor dierenliefhebbers, maar ook voor ambitieuze beleidsmakers die munitie zoeken voor hun klimaatplannen. ‘Die 3,2 graden opwarming krijgen we als we alle huidige beleidsmaatregelen uitvoeren en verder niets doen. Maar in onze modellen zie je dat de schade voor vissen veel kleiner blijft als we ons weten te beperken tot de 1,5 graden uit het Parijsakkoord. Eerlijk gezegd was ik daar zelf ook verrast over: het maakt écht veel uit.’

Compleet beeld

Schipper en haar collega’s zijn de eersten ter wereld die grootschalig biodiversiteitsonderzoek doen naar zoetwatervissen. ‘Er zijn best veel onderzoeksgroepen die de verspreiding van zoogdieren modelleren, of van vogels. Maar mondiale modellen die iets zeggen over zoetwatervissen, die waren er nog niet. In dat gat zijn wij gesprongen.’ De onderzoekers keken niet alleen naar het effect van klimaatopwarming op de vissen. Ze onderzochten ook in hoeverre de leefgebieden van de dieren versnipperd zijn of raken – bijvoorbeeld door de aanleg van rivierdammen. Om de effecten in kaart te brengen, brachten ze datasets uit de hele wereld bij elkaar in een model. ‘Er bestaan zo’n 15.000 soorten zoetwatervissen. Wij bekeken de gegevens van 11.500 soorten; dat geeft een behoorlijk compleet beeld.’

Voedselweb

Nu kan een cynicus zeggen: tja, jammer voor die vissen als ze uitsterven. Waarom is het zo erg als soorten verdwijnen? ‘Deels is dit vraagstuk een ethische kwestie’, aldus Schipper. ‘Ik denk dat veel mensen diep vanbinnen wel voelen: dit mág gewoon niet gebeuren. Het is simpelweg onethisch als door toedoen van één soort – de mens – allerlei andere soorten op aarde verdwijnen.’

Voor wie daar weinig bij voelt: er kleven ook andere nadelen aan een wereld zonder zoetwatervissen. Sterven soorten uit, dan heeft dat vaak invloed op het hele ecosysteem. ‘Hoe dat precies werkt, hangt af van een aantal aspecten’, aldus Schipper. ‘Is de soort die verdwijnt bijvoorbeeld herbivoor of carnivoor? En hoe zit het voedselweb precies in elkaar?’ Verdwijnt een vissoort die andere vissen eet, dan kan een vis die algen eet daarvan ‘profiteren’. Ofwel: van die vissoort komen er méér. “Dan worden er ook meer algen opgegeten, en neemt de CO2-opname vanuit de atmosfeer af. Zo kan het uitsterven van een bepaalde soort zelfs bijdragen aan klimaatverandering.’

Ook voor mensen heeft het uitsterven van vissoorten directe gevolgen. ‘Met name voor bevolkingsgroepen die voor hun dagelijkse voedsel en inkomen afhankelijk zijn van de visvangst. Trouwens, doorgaans zijn dat juist niet de mensen die klimaatverandering veroorzaken. En dat raakt ook weer aan een ethische vraag: kunnen wij westerlingen, als grote vervuilers, het maken om de rekening van onze levensstijl bij anderen neer te leggen?’

Wetenschap in de praktijk

Aafke Schipper (1979) is universitair docent milieuwetenschap. Haar onderzoek gaat over de vraag hoe menselijke activiteit invloed heeft op de biodiversiteit. Naast haar werk aan de Radboud Universiteit werkt Schipper als onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Daar maakt ze grootschalige modellen die de biodiversiteit in kaart brengen. 'Het mooie aan die combinatie is dat ik mijn onderzoek aan de universiteit meteen in de praktijk kan gebruiken bij het PBL. De modellen die we daar maken, ondersteunen het wereldwijde klimaaten biodiversiteitsbeleid. Om gedegen beleid te kunnen maken, moet je weten welke acties het meeste effect hebben. Hoe groot is bijvoorbeeld het effect van klimaatverandering op biodiversiteitsverlies, ten opzichte van landgebruik of vervuiling? Als je dat weet, kun je besluiten wat je moet doen om de grootste schade tegen te gaan.'

In het nauw

Een deel van Schippers onderzoek bestaat uit toekomstprojecties: wat zijn de verwachte gevolgen als dit of dat gebeurt? Maar de paars-gele wereldkaartjes uit haar vissenstudie tonen geen verre toekomstscenario’s, benadrukt ze. ‘De aarde is nú gemiddeld al 1,1 graden warmer dan aan het einde van de negentiende eeuw.’ Bovendien, zo’n gemiddelde zegt niet alles. Extremen zoals hittegolven, droogtes en overstromingen worden door klimaatverandering groter en komen vaker voor. ‘En zelfs als het maar één week per jaar zo extreem heet is, kunnen vissen lokaal uitsterven. Daarom hebben wij juist die extremen als uitgangspunt genomen.’ Geen vrolijk verhaal. Toch oogt Schipper relatief opgewekt. Het is zéker nog niet te laat, benadrukt ze, al moeten we wel nu in actie komen. Ook als het gaat om de versnippering van leefgebieden, die andere risicofactor waar zij en haar collega Valerio Barbarossa zich over bogen. ‘Veel vissen worden letterlijk in het nauw gedreven, doordat grote dammen hun leefgebied inperken. Populaties worden daardoor mogelijk te klein om levensvatbaar te blijven.’

Lastig dilemma

Voor zoetwatervissen betekenen door de mens gemaakte dammen dus een ramp. En dat terwijl de komende jaren op veel plekken nieuwe dammen worden gebouwd – om duurzame energie op te wekken via waterkracht. ‘Logisch, juist vanwege de klimaatcrisis moeten we een energietransitie maken. Maar als je dat met waterkracht doet, versnipper je het leefgebied van zoetwatervissen. Zo zie je dat goedbedoelde interventies soms op een ander terrein slecht kunnen uitpakken.’

Een lastig dilemma, geeft Schipper toe, dat vooral speelt in gebieden rondom de evenaar. ‘Juist daar liggen veel plannen voor nieuwe dammen. In ons model zie je dat het Amazonegebied er in negatieve zin uitspringt. Wat betreft de gevolgen van opwarming geldt dat ook voor de mediterrane gebieden: daar wordt het water niet alleen warmer, maar worden ook vaker én langer droogtes verwacht.’

Ook extremen in de rivierafvoer kunnen zoetwatervissen in gevaar brengen. ‘Stroomt er ineens veel meer water in een rivier, bijvoorbeeld door extreme regenval, dan kunnen visseneitjes of larven worden weggespoeld. En bij droogval zijn vissen natuurlijk sowieso de pineut. Ze kunnen nergens heen.’

Wicked problem

Genoeg redenen om te werken aan oplossingen. Maar waar begin je dan? Biodiversiteitsverlies is wat wetenschappers wel een wicked problem noemen: een probleem dat je door allerlei afhankelijkheden moeilijk kunt oplossen. ‘Doordat de aarde opwarmt, zijn soorten bijvoorbeeld genoodzaakt hun verspreidingsgebied te verleggen. Maar dat kan niet, want ze stuiten op menselijke barrières. Alternatieve energiebronnen beperken de opwarming en verminderen dus de noodzaak voor soorten om te “verhuizen”, maar gaan vaak weer ten koste van het leefgebied van soorten.’ Het team van Schipper werkt aan zogenaamde oplossingsgerichte scenariostudies. ‘Daarin rekenen we allerlei mogelijkheden door. Van “wat gebeurt er als we allemaal op dezelfde voet doorleven” tot “wat verandert er als we allemaal minderen en slimme technologie bedenken?”’

De uitkomsten van die scenario’s zijn volgens Schipper ‘hoopvol en treurig tegelijk’. ‘Er is nog best veel te redden. Maar dat vraagt ook heel veel. Technologische innovaties bijvoorbeeld, vooral in gebieden waar mensen er nu nog geen toegang toe hebben. Tegelijkertijd moeten we flink terug in consumptie – vooral wij westerlingen. Links- of rechtsom betekent dat: minder vliegen, minder spullen kopen en minder of ander vlees eten. Als iedereen zou overstappen van runden varkensvlees naar kip en insecten, zou dat al een heel stuk schelen.’

Best een uitdaging voor de gemiddelde Nederlander, dat snapt ze. ‘We moeten onze maatschappij echt anders inrichten. De boodschap mag ook positiever. Niet: als we niets doen, gaat de wereld naar de knoppen. Maar: als je dit doet, draag je bij aan een betere wereld. Daarbij vind ik persoonlijk dat je als overheid die verantwoordelijkheid niet voor honderd procent bij de burger kunt neerleggen. Dan verwacht je dat élk mens bij élk besluit ook duurzaamheid meeweegt – waarbij de duurzame keuze vaak ook nog duurder is. Dat vind ik echt te veel gevraagd.’ In de media laait soms de discussie op wat erger is: biodiversiteitsverlies of klimaatverandering. ‘Ik denk dat je die twee heel moeilijk los van elkaar kunt zien. Juist omdat klimaatverandering ook een effect heeft op de biodiversiteit. Wel lijken mensen soms ‘natuur’ en ‘biodiversiteit’ door elkaar te halen. Natuur en natuurlijke hulpbronnen hebben we nodig, en variatie in soorten ook. Maar het is niet zo dat alle soorten die nu bestaan, essentieel zijn voor het bestaan van de mens.’

Het punt is alleen, nuanceert ze, dat we niet precies weten hóéveel biodiversiteit nodig is. ‘Als bepaalde zoetwatervissen verdwenen zijn en we komen er dán achter dat ze toch best cruciaal waren, hebben we pas echt een probleem.’

Canadese zalmen gewond door hittegolf

Deze zomer publiceerden diverse media (waaronder The Guardian) een video waarin te zien is hoe zalmen te lijden hadden onder de extreme hittegolven in Canada. Op sommige plekken werd het daar in juli maar liefst 49,5 graden Celsius. De watertemperatuur steeg daardoor tot 21 graden; veel te warm voor deze vissen. Op de beelden is te zien dat de zalmen grote wonden en schimmels op hun huid hebben – een gevolg van stress en oververhitting. 'Je ziet hier dat een extreme situatie – de te hoge watertemperatuur – ertoe leidt dat het leefgebied van de soort in feite niet meer geschikt is, waarmee het voortbestaan van deze zalmen in gevaar kan komen”, reageert Aafke Schipper op het nieuws. “Of de vissen zich ook weer kunnen herstellen, hangt af van de mate van sterfte en hoe vaak de extremen voorkomen.'

Vervolgonderzoek

Haar eerste onderzoeksresultaten gaan al de wereld over, maar Schipper zelf is nog niet klaar met de zoetwatervissen. Naast de twee factoren die haar team de afgelopen jaren onderzocht, zijn er nog veel meer bedreigingen van invloed op de overlevingskansen van de dieren. Vervolgonderzoek moet uitwijzen wélke factoren dat zijn, hoe die zich verhouden tot elkaar én hoe ze elkaar onderling beïnvloeden. Het liefst wil ze straks iets kunnen zeggen over hoe levensvatbaar een soort is. ‘Die stap hebben we nog niet kunnen zetten. Uiteindelijk willen we komen tot een model met een duidelijke eindconclusie voor beleidsmakers: als je dit doet, verdwijnen er zóveel soorten. En ook: als we dit weten te doen, kunnen we zóveel soorten redden.’

Bijzonder dier

En wat als het toch helemaal misgaat? Hoe zou een wereld zonder zoetwatervissen eruitzien? Schipper schudt haar hoofd. ‘Ik denk dat dat een armere wereld is. Dat denk ik echt. Uiteindelijk gaat het niet alleen om het nut van biodiversiteit of natuur, maar ook om de vraag wat voor planeet je voor je kinderen wilt achterlaten.’ Afgelopen jaar, vertelt ze, is er weer een vissoort officieel uitgestorven verklaard: de Chinese lepelsteur. ‘Dat was een van de grootste zoetwatervissen op aarde – je kunt ’m voor de grap eens googelen. Dan denk ik toch: jeetje, dat was gewoon écht een mooi, bijzonder dier. Die bestond al miljoenen jaren, voordat er überhaupt mensen waren. En nu hebben we een wereld waarin de Chinese lepelsteur niet meer voorkomt.’

Je bent nodig

De wereld heeft grote uitdagingen het hoofd te bieden. Om dat te kunnen doen, zijn wetenschappers, studenten en betrokken burgers nodig die mee willen denken over en werken aan een gezonde, vrije wereld met gelijke kansen voor iedereen. De Radboud Universiteit richt zich met Je bent nodig op mensen die daaraan willen bijdragen. Op Jebentnodig.nl vind je meer artikelen en informatie over duurzaamheid in ons onderwijs.

Wil je op de hoogte blijven van onze verhalen? Meld je dan aan op Radboud Recharge.

Tekst: Susanne Geuze. Dit artikel verscheen eerder in Radboud Magazine #69. Foto: Lena Denk via Unsplash

Contactinformatie

Thema
Duurzaamheid, Natuur