Toch zijn er sterke vrouwen te herkennen in de bijbel. Wat kunnen we in het huidige, gecompliceerde debat over gendergelijkheid van de bijbel leren? Mariecke van den Berg, hoogleraar Feminisme en christendom aan de Radboud Universiteit, vertelde over het verhaal van koningin Wasti en de hedendaagse lessen die hieruit te trekken zijn. Yvonne Benschop, hoogleraar Organisationeel gedrag aan de Radboud Universiteit, vertelde over sterke vrouwen binnen organisaties. Onder leiding van programmamaker Liesbeth Jansen gingen zij in gesprek.
Vrouwen in de bijbel
'De bijbel is een boek vol mannen, met hier en daar ook een vrouw', begon Mariecke van den Berg de avond. Het boek is ook door mannen geredigeerd en verspreid. Sommige mensen, ook wetenschappers, vragen zich daarom af of het christendom genoeg geëmancipeerd is en of het überhaupt nog wel gered kan worden. Van den Berg denkt na over deze vragen. Haar oplossing is om op zoek te gaan naar de ‘verloren munt’: door actief op zoek te gaan naar de 'weggedrukte verhalen, bijzinnen, en perspectieven' en vragen te stellen bij de hiërarchie van bijbelverhalen. Juist in de minder bekende verhalen spelen zich interessante dingen af, stelt zij. Het verhaal van koningin Wasti is volgens van den Berg zo’n verhaal.
Koningin Wasti
Het eerste hoofdstuk van het boek Ester gaat over deze koningin. Koning Ahasveros hield een groot feest. Hij riep Wasti bij zich om haar schoonheid te laten zien aan zijn mannelijke vrienden en vertrouwelingen. Maar Wasti weigerde. Woedend liet Ahasveros een wet afkondigen voor het hele land, waarin stond dat mannen de macht in het gezin hadden en vrouwen naar hun man moesten luisteren.
Wat betekent deze ‘nee’ van Wasti? Van den Berg legde uit dat Wasti volgens sommige commentatoren gewoon geen zin had. Anderen zien dit verhaal slechts als een onbelangrijk voorwoord op het verhaal van het joodse meisje Ester. Van den Berg is het niet eens met deze interpretaties. Zij ziet het verhaal van Wasti als een oud #MeToo-verhaal. #MeToo gaat voor van den Berg over macht, seksueel overschrijdend gedrag en over een bepaald mens- of vrouwbeeld. Wasti wordt niet aangeraakt of gedwongen om aan de feestende heren te verschijnen, maar haar lichamelijke integriteit wordt wel aangetast. Zij wist wat er op het spel stond toen zij ‘nee’ zei en heeft haar moment volgens van den Berg zorgvuldig gekozen. Het was een openbare nee: die alle vrouwen ter ore zou komen.
Nee zeggen
Volgens van den Berg worden ook in het heden veel mensen die nee zeggen behandeld zoals Wasti. Zij worden weggestuurd en uit beeld gedirigeerd. We moeten daarom volgens van den Berg toe naar een ander begrip van ‘nee zeggen’. Niet alleen sterke vrouwen zeggen nee. Hoe zit het met de vrouwen en mannen die geen nee konden zeggen? We kunnen hen niet zwak noemen. Daarnaast moet de verantwoordelijkheid van het nee zeggen worden gelegd bij ons allen. We moeten samen begrijpen welke grenzen er zijn in bepaalde situaties. Nee zeggen doe je samen, aldus van den Berg.
Ongelijkheid in organisaties
Yvonne Benschop legde uit hoe het komt dat we in organisaties nog geen gendergelijkheid hebben bereikt. Organisaties hebben een inequality regime, op basis van systematische ongelijkheid: Er bestaan verschillen langs de lijnen van sociale categorieën, zoals gender. Vaak zien we deze verschillen niet als ongelijkheden. Toch bestaat er hardnekkige ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Zo is er binnen organisaties sprake van horizontale en verticale segregatie, contractsegregatie, en tijdsegregatie. Ook bestaan er verschillende stereotypen. We willen bijvoorbeeld dat mannen assertief en vrouwen zachtaardig zijn.
Normen
Gerelateerd aan de stereotypen bestaan er ook bepaalde normen, bijvoorbeeld over wat een goede moeder of vader is, of een goede burger. Zo bestaat er ook een beeld van de ideale werknemer. Het probleem van deze norm, legde Benschop uit, is dat het een abstract idee is. De ideale werknemer moet altijd beschikbaar, flexibel en toegewijd zijn. Maar deze ideeën passen hooguit bij de realiteit van een paar mensen in de organisatie.
Wanneer vrouwen in de top van organisaties komen, betekent dit niet dat er meteen nieuwe ideeën over de ideale werknemer of leider ontstaan. Het zit ingewikkelder dan dat. Deze ‘sterke vrouwen’ moeten zich gedragen binnen de kaders van het bestaande beeld van een ideale werknemer. Tegelijkertijd wordt van hen verwacht dat zij de definities oprekken.
Ontwikkelingen
Waarom gaat verandering zo langzaam? Volgens Yvonne Benschop leven we in een post-feministisch genderregime. Dit betekent dat veel mensen ervan overtuigd zijn dat feminisme niet meer nodig is: de emancipatie is voltooid. Ze geloven dat we allemaal gelijke kansen hebben, onze eigen keuzes kunnen maken en de vrijheid hebben om dat te doen. Dit is echter te optimistisch, beargumenteerde Benschop: Slechts een aantal onderdelen van het feminisme zijn inmiddels verworven en onze vooruitgang naar gendergelijkheid is selectief en beperkt.
Het is daarom nodig om de collectieve macht uit te dagen. Volgens Yvonne Benschop kan dit het beste in samenwerking. In samenwerking zijn er mogelijkheden om de machtsprocessen die ongelijkheid veroorzaken aan te pakken, bijvoorbeeld door vrouwennetwerken op te zetten. Tegelijkertijd betekent dit niet dat genderongelijkheid iets is wat één groep aangaat. Het is een misverstand dat genderongelijkheid iets is dat mannen vrouwen aandoen. Ook vrouwen hebben bepaalde normen geïnternaliseerd. Het ontbreken van gelijkwaardigheid is dus iets dat mannen en vrouwen samen moeten oplossen.
Tekst: Inge de Vries. Dit is het verslag van een lezing van Radboud Reflects. Foto: Jill Wellington via Pixabay.