Autoriteiten varen blind op versnipperde dossiers
Autoriteiten varen blind op versnipperde dossiers

Autoriteiten varen blind op versnipperde dossiers

Als je op Curaçao een strafbaar feit pleegt en in detentie belandt, wordt er een dossier opgesteld met informatie over wat je hebt gedaan. Hoewel diverse instanties zich op deze dossiers baseren, vertellen ze een gefragmenteerd verhaal dat geen recht doet aan de levensverhalen van gedetineerden. Dit concluderen socioloog Maikel Meijeren en antropoloog Paul Mutsaers op basis van observaties en interviews met jongeren in detentie op Curaçao. ‘Het geeft een veel rijker beeld van de werkelijkheid.’

Wat kenmerkt geweld? Hoe ontstaat het en hoe kun je er nadat het heeft plaatsgevonden op reflecteren? Dit wilden Maikel Meijeren en Paul Mutsaers onderzoeken in het onderzoek met twaalf jongeren die in Willemstad, Curaçao in detentie zaten vanwege strafbare feiten of jeugdbeschermingsmaatregelen. Waar dossiers vooral inzoomden op de delicten, waren Meijeren en Mutsaers juist benieuwd naar de achtergrond van de jongeren die ze interviewden. ‘Wat hebben ze meegemaakt in hun leven voordat ze op een zeker moment in de justitiële jeugdinrichting belandden, legt Meijeren uit.

Auto elders parkeren

Armoede, huiselijk geweld, verwaarlozing, geen ouderlijk toezicht, somt Meijeren een aantal factoren op. ‘Deze jongeren hebben nog voordat ze volwassen zijn al meer drama en tegenslag meegemaakt dan veel mensen in een heel leven.’ Hij vertelt over de gesprekken met een broer en zus in detentie en het interview met hun moeder dat diepe indruk op hem maakte. ‘Ze woonden in een heel arme wijk die zo onveilig was dat we onze auto daar niet konden parkeren. In haar huis ontbraken deuren en in de woonkamer stond niet meer dan één tafel en twee stoelen’, schetst Meijeren.

‘De kinderen hadden vijf (half)broers- en zussen van meerdere vaders, maar de moeder stond er qua opvoeding grotendeels alleen voor. Toen een van haar zoons werd doodgestoken kreeg ze mentale problemen die door gebrek aan zorg onbehandeld bleven. Om geld te verdienen voor haar kinderen probeerde ze drugs te smokkelen naar Nederland, maar werd opgepakt. Door de afwezigheid van hun ouders moesten de kinderen een ouderrol op zich nemen. Ze gingen minder naar school en werden meermaals opgepakt voor dingen zoals het stelen van eten. Totdat ze zelf in een jeugdinrichting terechtkwamen. De jongen was een talentvol honkballer, maar door de erbarmelijke omstandigheden waarin hij opgroeide  ̶  en die door een (politiek) wereldsysteem in stand worden gehouden ­­­ ­̶  lukte het hem en zijn zus niet om op het rechte pad te blijven.’

De interviews creëerden een vollediger beeld van de jongeren. ‘De dossiers geven een versnipperd, misplaatst beeld van de werkelijkheid, maar ze zijn wel leidend voor de autoriteiten die er blind op varen als ze beslissen over strafmaat en nazorg. De gefragmenteerde dossiers kunnen bovendien stereotyperend werken.’ Om nog beter zicht te krijgen op de levensverhalen, interviewden Meijeren en Mutsaers behalve de jongeren ook 24 naasten – familieleden, pleegouders of vrienden. ‘Deze methode, waarbij we meerdere mensen spreken over de achtergrond bij dezelfde zaak, noemen we triangulatie.’

Programma’s plakken

De interviews leidden niet alleen tot een breder perspectief dan de dossiers, ze legden ook bloot hoe programma’s om misdaad te voorspellen en te beheersen tekortschieten. ‘Veel van deze programma’s zijn overgenomen uit Nederland of andere westerse landen en ze gaan uit van een westerse standaard van opvoeding.’

Meijeren geeft een voorbeeld: ‘We vinden het in Nederland normaal dat beide ouders intensief betrokken zijn bij de opvoeding van hun kind. In veel meetinstrumenten wordt het als risicofactor gezien wanneer een jongere zonder vader opgroeit of veel op meerdere adressen verblijft.’ Door programma’s met dergelijke risicofactoren te “plakken” op landen als Curaçao, gaan ze voorbij aan de opvoedcultuur die daar heerst, legt hij uit. Op Curaçao is het een stuk normaler dat kinderen door één ouder worden opgevoed of elkaar opvoeden, maar komt het ook veel vaker voor dat andere familieleden nadrukkelijker bij de opvoeding betrokken zijn. Als Nederland echt wil bijdragen aan misdaadbestrijding en -preventie op Curaçao helpt het mee aan het ontwikkelen van programma’s op maat, stelt Meijeren. ‘Dit soort programma’s hebben zeker nut, maar alleen als ze recht doen aan de lokale context. Bovendien moet er veel meer aandacht komen voor de sociale en politieke contexten waarin jeugdcriminaliteit tot stand komt. Zonder die aandacht zijn op het individu gerichte maatregelen kansloos.’

Foto: Hédi Benyounes via Unsplash  

Contactinformatie

Thema
Opvoeding, Management, Recht