Backpacken in de zeventiende eeuw: ‘Voor het eerst op eigen benen’
Backpacken in de zeventiende eeuw: ‘Voor het eerst op eigen benen’

Backpacken in de zeventiende eeuw: ‘Voor het eerst op eigen benen’

Vallende rotsblokken in de Alpen, een pestbesmetting of verwonding door een duel: de Grand Tours die Nederlanders in de zeventiende eeuw maakten waren niet zonder gevaren. Daar hoeven backpackers zich tegenwoordig geen zorgen over te maken. Toch zijn de reizen van toen en nu vergelijkbaar. ‘Het is de eerste keer dat jongvolwassenen voor langere tijd op zichzelf zijn aangewezen.’

Tegenwoordig trekken veel jongeren voor, tijdens, of na hun studie een aantal maanden naar Zuid-Amerika of Azië. In de zeventiende eeuw was zo’n vormende reis alleen betaalbaar voor de allerrijksten. Na hun studie maakten regentenzoontjes zoals Constant Huygens, Johan de Witt en P.C. Hooft een reis van één, twee, of soms zelfs drie jaar. In landen als Italië, Frankrijk, Duitsland en Engeland leerden ze nieuwe talen spreken en ontwikkelden ze vaardigheden als dansen, paardrijden en schermen. Vaak werden deze ervaringen vastgelegd in een reisverslag. De een schreef wat kladjes vol, de ander produceerde een een mooi uitgegeven netversie voor in de familiebibliotheek.

‘Het leuke is dat je uit die verslagen kan opmaken hoe deze jongemannen zich aan hun naasten presenteerden, hoe ze wilden dat familieleden hun zagen’, vertelt neerlandicus Alan Moss. Voor zijn proefschrift las Moss naast 107 reisverslagen ook tal van brieven, reisgedichten en paklijstjes. Hij bestudeerde hoe reizigers hun identiteit vormgaven tijdens deze ingrijpende reizen. ‘Jongvolwassenen kwamen er in aanraking met nieuwe culturen en religies. Als protestantse Nederlanders voor het eerst een katholieke stad bezochten, kon dat best een schok voor ze zijn.’

Verbannen na duel

Reizigers schreven voor anderen, familieleden die de reis betaalden bijvoorbeeld. Ze konden niet zomaar alles neerpennen. ‘Je leest wel over hun educatie en over de bijzondere plekken die ze bezochten. Zuippartijen, hoeren en duels vind je er niet, maar we weten dat ook dit voor veel jongemannen onderdeel was van hun reis.’ Moss noemt het tragische geval van Volkert Teding van Berkhout. ‘Tijdens een duel verwonde hij zijn opponent waarna deze overleed. Teding van Berkhout werd vervolgens verbannen door zijn familie.’

Dit soort fratsen bleven vanzelfsprekend verborgen, maar reizigers waren eveneens voorzichtig met hun uitlatingen over onschuldigere nieuwe ervaringen. ‘Ze konden best hun bewondering uitspreken voor andere landen, maar het moest niet lijken alsof ze liever daar verbleven dan thuis in Holland. Een beetje lof voor over de katholieke gebruiken was prima, maar ook hier moesten ze niet in doorslaan.’

Kapers op de kust

Als we nu op reis gaan pakken we de trein of het vliegtuig en hebben we een smartphone om eventuele problemen op te lossen. De zeventiende -eeuwse Grand Tours waren een stuk gevaarlijker, ondanks dat ze een fortuin kostten. Reizigers trokken over moeilijk begaanbare bergpaadjes, waar ze zomaar een bevroren lijk konden aantreffen. Rovers, kapers en bandieten lagen op de loer en in drukke steden waren pestuitbraken aan de orde van de dag. ‘Om zich te beschermen reisden ze in groepen en droegen ze wisselbrieven in plaats van contant geld. Bediendes lieten ze thuis, want hun aanwezigheid zou verraden hoe welvarend de reizigers waren.’

Tegelijkertijd ziet Moss overeenkomsten tussen de Grand Tours en de reizen die jongvolwassenen vandaag de dag maken. ‘Het is vaak eerste keer dat jongeren voor lange tijd alleen van huis zijn en zichzelf moeten redden. Gedurende de reis ondergaan ze een metamorfose van jongere naar volwassene.’

Afbeelding: Havengezicht bij zonsopgang, Claude Lorrain, ca. 1637 - ca. 1638. Bron: Rijksmuseum

Contactinformatie

Thema
Geschiedenis, Kunst & Cultuur