Nederland heeft de naam eurokritisch te zijn. Ten onrechte, vindt Schout. 'Nederland is erg vóór Europa. We willen echter geen Europese integratie, maar Europese samenwerking. De winst van D66 en Volt bij de Tweede Kamerverkiezingen betekent niet dat Nederland ineens een integratiekoers gaat varen. We willen vooral een Europa dat werkt.'
Dat is op dit moment niet het geval. 'Europa zit in een identiteitscrisis', zegt Schout. Er zijn nog steeds grote vragen over de houdbaarheid van de euro. Bovendien kampen veel lidstaten met een structureel hoge werkloosheid én een forse staatsschuld. 'Toen de coronacrisis uitbrak, hadden maar zeven van de negentien eurolanden hun staatsschuld op orde.'
Ander perspectief
Bezuinigen lukt de meeste lidstaten nog wel, maar hervormen blijkt een stuk lastiger. 'Daarvoor moeten de lidstaten plannen maken. Vervolgens moet de EU controleren of die plannen goed genoeg zijn. Maar hoe beoordeel je combinaties van grootschalige projectinvesteringen en hervormingsvoorstellen? Hierbij spelen bestuurskundige thema's als toezicht, handhaving, projectbeoordelingen en het depolitiseren van taken. Het gaat om nationale besturen die moeten samenwerken in Europees verband. Maar het toezicht op het economisch beleid in de lidstaten werkt niet goed, de EU worstelt daar serieus mee. Centraliseren van toezicht zou het eigendom van toezicht verzwakken.'
Met thema’s van Europese samenwerking is de wetenschap onvoldoende bezig, vindt Schout. 'Studies over Europa heten vaak European Integration Studies. Maar als je je richt op samenwerking – zoals Nederland wil – vereist dat een ander perspectief. Integratie gaat bijvoorbeeld over besluitvormingsprocedures, bevoegdheden van instituties, Europese verkiezingen en de vraag of er een Europese belasting moet komen. Bij samenwerking bestudeer je de EU juist als organisatorisch verband en plaats je Europese doelen in de nationale context.'
Gedegen kennis
Een student die zich in Europa verdiept, heeft daarom niet alleen kennis nodig van formele structuren, maar ook “diagnostische kennis” van meerlaags bestuur, vindt Schout. 'Eenmaal afgestudeerd gaat hij misschien topambtenaren of ministers begeleiden. Dan heb je een bestuurskundige toolbox nodig om te begrijpen waarom bijvoorbeeld hervormingen niet slagen en waarom de euro nog steeds zo crisisgevoelig is. Het gaat ten onrechte vaak over een gebrek aan integratie, terwijl je de samenwerking onder de loep moet nemen.'
Afgestudeerden moeten bijvoorbeeld weten hoe nationale structuren en Europese netwerken functioneren, wat de lidstaten kunnen en wat er van ze verwacht wordt. 'En je moet kunnen inschatten wat wel en niet werkt, niet alleen in ons land, maar ook in andere lidstaten. Dat vraagt om gedegen bestuurskundige kennis van de EU.'
Succesverhalen
En de eerdergenoemde identiteitscrisis, hoe komen we daaruit? Centraal voor Schout staat de term ownership. 'De commissie heeft de neiging steeds meer taken naar zich toe te trekken, maar centralisatie werkt niet in een complexe organisatie als de EU. We moeten juist veel toezichtstaken terugbrengen naar de lidstaten. Bij hen moet het ownership liggen. De commissie moet vervolgens vooral controleren of de toezichtstructuren in de lidstaten kloppen. En de lidstaten zullen elkaar onderling moeten controleren. Ook hier is niet integratie het antwoord, maar samenwerking. Juist die samenwerking heeft in het verleden, bijvoorbeeld in de luchtvaart en het concurrentiebeleid, voor succesverhalen gezorgd.'
Foto: Guillaume Périgois via Unsplash.