Bij de beoordeling van de nieuwe begroting is het CPB te dominant
Bij de beoordeling van de nieuwe begroting is het CPB te dominant

Bij de beoordeling van de nieuwe begroting is het CPB te dominant

Als we het begrip welvaart breder willen definiëren, is het zaak dat niet alle aandacht uitgaat naar de economische analyse van het regeerakkoord.

‘De rekening van Rutte IV’ komt neer op 92 procent staatsschuld, zo staat in koeienletters op de voorpagina van de Volkskrant op 12 januari. De staatsschuld die voortvloeit uit de begroting is echter geen doel, maar een middel. In het artikel valt te lezen dat de economische groei wordt gestimuleerd. Economische groei is evenmin een doel, maar een middel. Waarom zijn die denkfouten zo hardnekkig? In het publieke en politieke debat zijn de analyses van het Centraal Planbureau (CPB) te dominant.

Er valt van alles af te dingen op het CPB. Waar het de financiële crisis niet zag aankomen, domineerden de berekeningen vervolgens het politieke debat over de gevolgen ervan. De toenmalige CPB-Opperrekenmeester Coen Teulings gaf het later in Vrij Nederland zelf toe: ‘Wij zijn slecht in voorspellen.’ Het trieste is dat juist wanneer voorspellingen het hardst nodig zijn, zoals in tijden van crisis, het CPB ernaast zit. Dan blijken de harde getallen ineens boterzacht. Aan de vooravond van de val van de bank Lehman Brothers, die het begin van de economische crisis betekende, voorspelde het CPB een economische groei van 3 procent. Zes maanden later voorspelde het CPB een krimp van liefst 4 procent.

Dat ach en wee over het CPB is allemaal leuk en aardig, maar we hebben gewoonweg niks beters beschikbaar waar het gaat om strikte economische modellen. Het onderzoeksinstituut Nyfer dat volgens oprichter Eduard Bomhoff dé concurrent voor het CPB had moeten worden, heeft die verwachting nooit kunnen waarmaken.

Duitsland kent vijf CPB’s en dat nodigt uit tot creatief winkelen onder de politieke partijen. Het gevolg is dat de Duitse kiezers niet alleen politieke partijen moeten kiezen, maar ook nog eens een economeninstituut. Dat kan niet de bedoeling zijn. Maar het kan óók niet de bedoeling zijn de analyse van het regeerakkoord te beperken tot louter economische aspecten. Natuurlijk is economische groei belangrijk voor ons welzijn, maar er is meer dan economie. Veel meer zelfs.

BBP-fetisjisme

Over de grenzen van het bruto binnenlands product (bbp) als maatstaf voor welbevinden is al veel bekend. Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz spreekt zelfs van BBP-fetisjisme. Sterker nog, één van de grondleggers van het BBP, Harvard-econoom Simon Kuznets, schreef in zijn eerste rapport aan het Amerikaanse Congres: ‘The welfare of a nation can […] scarcely be inferred from a measure of national income’.

Juist daarom hebben we een jaarlijkse Monitor brede welvaart. Maar dat gaat niet ver genoeg. Het is veelzeggend dat minister Kaag in haar startnota een bijzondere definitie van brede welvaart hanteert, namelijk stabiliteit gedurende fluctuaties. Maar brede welvaart gaat niet alleen om economische stabiliteit, het gaat ook om sociale en ecologisch welvaart. Zolang alleen het CPB doorrekeningen van het regeerakkoord uitvoert, raakt het niet-economische blikveld echter ondergesneeuwd.

Meer perspectieven

En dat hoeft helemaal niet het geval te zijn, want naast het CPB kent ons land nog twee vooraanstaande planbureaus. Hun geluiden verdienen meer gehoor in het publieke en politieke debat. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) geeft diepe inzichten over sociale ontwikkelingen en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) biedt scherpe analyse van de ecologische dimensies. Zo heeft het SCP een analyse van het regeerakkoord vanuit het burgerperspectief gepresenteerd.

Dan kan het gebeuren dat het vanuit één perspectief wenselijk lijkt om de kwetsbaren op de arbeidsmarkt fiscaal te subsidiëren via een arbeidskorting of lagere werkgeverslasten, maar benadrukt een ander perspectief juist het belang van het bestrijden van arbeidsmarktdiscriminatie. Dan kan het zijn dat het vanuit één perspectief wenselijk lijkt om economische groei te stimuleren, maar benadrukt een ander perspectief juist de ecologische grenzen van de groei.

Het doel van regeringsbeleid is het welbevinden van mensen nu en in de toekomst. Daarvoor is economische groei een middel. En vervolgens is de begroting daarvoor weer een middel. Richt alle aandacht daarom niet op slechts één planbureau dat het regeerakkoord beoordeelt. Dat is geen kwestie van selectief shoppen, maar wel een aanzet het brede welvaartsbegrip écht serieus te nemen. Dat is wat het politieke debat in ons land nodig heeft.

We mogen ons gelukkig prijzen dat ons land drie planbureaus kent die samen een breed palet van beleidsaspecten belichten. Laten we daarmee nog meer ons voordeel doen. Het maakt het publieke en politieke debat sterker, scherper en rijker.

Esther-Mirjam Sent is hoogleraar Economie aan de Radboud Universiteit en voorzitter van de PvdA. Dit artikel verscheen eerder in De Volkskrant. Foto: Rudy and Peter Skitterians via Pixabay 

Contactinformatie

Thema
Politiek, Economie