Met de aanleg van de polders in het voormalige Zuiderzeegebied viel een ruim 150.000 hectare groot scheepskerkhof droog. In totaal werden door het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie (NISA) en haar voorgangers tot nu toe zo’n 450 scheepswrakken in dit gebied geregistreerd. Ruim 350 daarvan zijn in de loop der jaren opgegraven. Maritiem archeoloog Karel Vlierman was tussen 1 september 1969 en 1 juli 2002 werkzaam bij het NISA en had de dagelijkse archeologische leiding bij diverse scheepsopgravingen. In 1999 begon hij aan zijn onderzoek naar koggen, schepen die vanaf het midden van de 12de eeuw werden ontwikkeld om bulkgoederen te vervoeren en die Hanzesteden als Kampen, Zwolle en Deventer in de 14de en 15de eeuw grote rijkdom brachten.
Koggevondsten
Ruim zeventig van de wrakken die gevonden werden in het voormalige Zuiderzeegebied dateren van vóór 1600. Onder die schepen bevinden zich zestien of zeventien grote en kleine vaartuigen, die koggen kunnen worden benoemd. Tot Vlierman aan zijn onderzoek begon, waren de gegevens van de meeste opgegraven koggen nog opgeslagen in dossiers, en was nauwelijks bekend hoe de kogge er in werkelijkheid had uitgezien en hoe het schip werd gebouwd. Vlierman besloot alle koggevondsten uit Nederland uit te werken en te analyseren. Zijn onderzoek van de afgelopen twintig jaar maakt niet alleen duidelijk dat er verschillende typen hebben rondgevaren - de befaamde, zeegaande koggen, kleine koggen voor de binnenvaart en Zuiderzee en schuiten voor het transport over kleinere vaarwegen - maar ook dat ze volgens een kenmerkende, unieke methode werden gebouwd en gebreeuwd.
Reconstructie
De gedetailleerde analyse van Vlierman van de wrakken maakte het in de meeste gevallen mogelijk om een volledige reconstructie van de romp uit te werken (schaal 1:10). Vlierman begon met het meestal vervormde wrak te reconstrueren in zijn oorspronkelijke vorm,waarin hij vervolgens de los gevonden onderdelen plaatste en ten slotte op basis van zijn eigen kennis de ontbrekende stukken intekende.
Reconstructie Nijkerk II, Karel Vlierman
Uit zijn onderzoek concludeert Vlierman dat tussen ongeveer 1200 en 1500 in de kern van het Hanzegebied (langs de Overijsselse IJssel/het oostelijke kustgebied van de Zuiderzee, het kustgebied van de Wadden- en Noordzee tot en langs de benedenlopen van de Weser en de Elbe) alleen volgens een specifieke methode en in een bepaalde bouwvolgorde schepen werden gebouwd. Er was dus sprake van een koggebouwtraditie. De grote koggen maakten rond het begin van de 16de eeuw waarschijnlijk nauwelijks meer deel uit van de zeevloten. Ze werden geleidelijk aan vervangen door andere, grotere scheepstypen.
Volledig overzicht
Met het onderzoek van Vlierman is een blinde vlek in de maritieme geschiedenis ingevuld. Dankzij zijn onderzoek is duidelijk geworden hoe de verschillende koggen werden gebouwd en in welke volgorde. Het onderzoek leidde tot een lijvige en rijk geïllustreerde publicatie in twee delen met in totaal 1000 pagina’s waaraan ook zeventig bijlagen met handgemaakte reconstructietekeningen van Vlierman zijn toegevoegd. Het is het eerste volledige overzicht van koggevondsten in Nederland en Vlaanderen, wat neerkomt op ongeveer twee derde van alle Europese vondsten. Inmiddels is een Engelstalige handelseditie verschenen bij Spa-uitgevers in Zwolle.
Dit artikel verscheen eerder op de website van de Faculteit der Letteren. Foto: wasi1370 via Pixabay