Sinds duidelijk werd dat het aantal en de soorten insecten de afgelopen decennia enorm zijn afgenomen, zijn onderzoekers en natuurbeheerders druk op zoek naar een oplossing. Constant Swinkels, promovendus aan de Radboud Universiteit: ‘Er gebeurt heel veel en dat wordt goed in de gaten gehouden. We zien veel positieve resultaten maar er is ook sprake van een grote spreiding. Op sommige plekken gaat het een stuk beter met de insecten, op andere verandert er niet zo veel. Soms wordt er nog veel geld uitgegeven aan dingen die niet werken. Dus er is meer onderzoek nodig.’
Gepriegel
De interacties tussen beestjes en planten, daar kijkt Swinkels naar. ‘Want je kunt veel bloemen hebben en veel insecten, maar als ze niet interacteren, heb je er niks aan. Dan worden er geen insectensoorten in leven gehouden en geen planten verder verspreid.’ Hoe onderzoek je dat? Dat is eerlijk gezegd nogal een gepriegel, geeft Swinkels toe, want hij verzamelt insecten, haalt daar de pollen vanaf en analyseert vervolgens welke planten de insecten hebben bezocht en hoeveel pollen ze daarvan hebben afgenomen. ‘Het lijkt erop dat een X-aantal planten door heel veel bijen bezocht worden. En dat er ook een X-aantal insecten zijn die heel veel planten bezoeken. Je hebt wel zeldzame insectensoorten die afhankelijk zijn van één plant, maar die plant is, gelukkig, vaak niet alleen afhankelijk van die ene insectensoort. Dus die plant redt het wel, ook als het eens een jaartje slechter gaat met die ene insectensoort. En waar wij nu naar op zoek zijn, dat zijn de planten die je hoe dan ook erbij wilt hebben in je ecosysteem, omdat ze veel insectensoorten, zeldzaam en minder zeldzaam, faciliteren.’
Snelwegen voor insectenverkeer
Klinkt simpel, maar een ecosysteem is altijd een systeem in context en dus kijkt Swinkels, die onderzoek doet naar bloemrijke dijken, ook naar verschillen in omgeving (loopt er een drukke weg over of langs de dijk, ligt er landbouwgebied in de buurt, et cetera), het gevolg van overstromingen en verschillen tussen seizoenen of van jaar tot jaar. ‘Dijken zijn een fantastisch studieobject. Het mooie is: als de begroeiing heel divers is lijkt dat niet alleen beter te zijn voor de insecten, maar ook voor de doorworteling - en dus de stevigheid - van de dijk. Bovendien vormen de dijken lange doorlopende lijnen in het Nederlandse landschap. Ze kunnen zo dienen als snelwegen voor het insectenverkeer.’
Stapje voor stapje de goede kant op
Swinkels heeft een prachtbaan, vindt hij zelf ook: ‘Ik mag lekker veel buiten werken, liefst met mooi weer want dan zijn er insecten. In het najaar en de winter lees en schrijf ik vooral.’ Ook krijgt hij veel positieve reacties op zijn onderzoek. ‘Natuurlijk kan het wel eens lastig zijn, omdat we dingen willen die niet per se de goedkoopste oplossing zijn of gewoon, omdat we iets anders willen dan de huidige manier van doen. Maar er zijn ook enthousiaste dijkbeheerders, die zien dat wandelaars en fietsers het schitterend vinden dat er wat meer groeit en bloeit op de dijk tegenwoordig. Natuuronderzoek kan demotiverend zijn wanneer je ziet dat er iets mis gaat en er niets tegen te doen lijkt. Maar hier zie je dat we stapje voor stapje met elkaar een goede kant op gaan.’
Foto door form PxHere