In mei 2020, zo’n twee maanden nadat in Nederland en België de eerste lockdown van start was gegaan, zette Dera via social media een enquête uit waaraan ruim 300 poëzielezers deelnamen. Bijna 90 procent van hen las ook ‘voor corona’ regelmatig poëzie, dat wil zeggen: meer dan eens per drie maanden. Opvallend was dat het aantal van hen dat dagelijks poëzie las, in ieder geval in die eerste periode van de coronapandemie sterk toenam, met zo’n 40 procent.
Figuur 1. Frequentie van het lezen van poëzie voor en tijdens de eerste maanden van de coronapandemie
Poëzie in de publieke ruimte
Dera, die al langer geïnteresseerd is in poëzie die opduikt in de publieke ruimte, keek met name naar reacties op de gelegenheidsgedichten - de coronapoëzie - die in de eerste maanden van de pandemie verschenen. Daarbij gaat het om werk van zowel amateurdichters als dichters van naam. De Dichter des Vaderlands van Vlaanderen op dat moment, Carl Norac, initieerde al snel ‘Gedichtenkrans – Fleurs des Funérailles’, waarbij nabestaanden van COVID-19-slachtoffers aan professionele dichters konden vragen om een gepersonaliseerd gedicht. De Nederlandse Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja nam het initiatief voor coronagedicht.nl, waaraan ook amateurdichters kunnen bijdragen.
Zulke initiatieven, maar ook coronagedichten in kranten en in Facebook-groepen, leidden al met al tot een toename in het lezen van poëzie. Of respondenten ook meer ‘gewone’ poëzie gingen lezen, kan Dera uit de resultaten niet concluderen.
Figuur 2. Percentage poëzielezers dat in aanraking is gekomen met coronapoëzie per medium
Troost en verbinding?
Dera: ‘Wat ik heel interessant vond, is dat klassieke media zoals kranten, radio en tv ruimschoots aandacht aan coronapoëzie besteedden. De dichtkunst bleek een maatschappelijke rol te vervullen en was een vanzelfsprekend onderwerp in de media. Ik vroeg me wel af of de claims in de media klopten. Coronagedichten zouden lezers troost bieden, mensen bij elkaar brengen. Maar werkt dat ook echt zo voor daadwerkelijke poëzielezers? Daar was ik benieuwd naar.’
Wat bleek: de waardering voor coronagedichten was gemiddeld genomen laag. Als belangrijkste argument werd daarbij genoemd dat veel respondenten als zij poëzie lazen niet geconfronteerd wilden worden met het alomtegenwoordige onderwerp: de coronapandemie. Ze waren kortom coronamoe. De lezers die de poëzie toch lazen, beoordeelden die als te weinig origineel. Waarmee met name bedoeld werd dat ze een te weinig nieuwe of andere invalshoek op de pandemie boden.
Een kwart van de respondenten was overigens wel heel enthousiast over coronagedichten en vond dat die inderdaad troost boden en ook voor afleiding zorgden.
Beoordeling op inhoud, niet op vorm
Dat ervaren poëzielezers geen grote waardering hebben voor coronagedichten, verbaast Dera niet. ‘Dat had ik eerlijk gezegd wel een beetje verwacht: het publiek dat regelmatig poëzie leest, houdt in de regel niet zo van gelegenheidsgedichten. Het zoekt naar gelaagdheid, dubbelzinnigheid. Dat hebben deze gedichten minder.’
Opvallend vond hij wel dat de argumenten van zowel voor- als tegenstanders nauwelijks over taal en vorm gingen, maar vooral over inhoud. ‘Poëzie wordt vaak gedefinieerd op basis van het bijzondere taalgebruik en de (meestal) gecondenseerde, abstracte vorm. Maar in mijn enquête hadden deelnemers het vooral over de inhoud die ze niet aanstond. Vormaspecten zoals het gebruik van stijlfiguren of de toegepaste versvorm werden veel en veel minder genoemd.’
Hoewel regelmatige poëzielezers weinig positief tegenover coronagedichten bleken te staan, meent Dera dat het verschijnsel wel een mooie impuls aan de beeldvorming rond het genre geeft. ‘Er zijn aanwijzingen dat er internationaal meer poëzie verkocht is tijdens de coronapandemie. Bovendien hebben bijvoorbeeld stadsdichters en Dichters des Vaderlands veel aandacht en ruimte gekregen in de media. En laten we niet vergeten dat nog altijd een kwart van de respondenten precies uit die coronapoëzie haalde wat veel makers ermee beoogden: troost en verpozing. Er lijkt dus wel iets van een maatschappelijke rol te zijn weggelegd voor poëzie in tijden van crisis. Voor een pleitbezorger voor poëzie als ik is dat positief nieuws.’
Foto: Siora Photography via Unsplash