Waar willen jongeren aandacht voor? Met deze vraag luidde Meijer haar lezing in. De klimaatmars, Black Lives Matter protesten, en de opkomst van verschillende jongerenleiders – zoals Greta Thunberg, David Hogg en Malala Yousafzai – reflecteren een roep om verandering. Deze roep houdt verandering in richting een vreedzame samenleving, leefbare planeet, en gelijke rechten voor iedereen. 'Zij roepen volwassenen tot de orde en sporen ze aan tot dialoog', stelde Meijer. Toch heerst er een schril contrast tussen deze oproep en de realiteit, waartussen de dialoog vaak ver te zoeken is. Volgens Meijer moet de verandering waar jongeren op doelen komen vanuit een visie op de functie van het onderwijs in de maatschappij.
Kinderen voorbereiden op de arbeidsmarkt of het goed functioneren in de maatschappij is een te beperkte visie, stelde Meijer. In plaats daarvan behoort onderwijs kinderen voor te bereiden op het doelbewust en zinvol vormgeven van de samenleving. Meijer: 'Kinderen moeten niet alleen een stevige kennisbasis en een groot aantal vaardigheden ontwikkelen, maar moeten ook de bereidheid ontwikkelen om gezamenlijke verantwoordelijkheid aan te gaan.' Dit vergt een actieve betrokkenheid die gericht is op het inrichten van de samenleving, de arbeidsmarkt en de toekomst.
Hoe leven we dit voor in het onderwijs?
Om dit te verwezenlijken is meer aandacht nodig voor het proces van creëren, het vinden van nieuwe mogelijkheden en het analyseren van gemeenschappelijke waardes. Voorstellingsvermogen, moed, wederzijds respect, maar ook onzekerheid en een gedeelde verantwoordelijkheid voor elkaar, moeten daarom een centralere plek in het onderwijs innemen. Volgens Meijer zijn deze factoren ook belangrijk voor leraren. Wat als leraren het type leren dat we verwachten van leerlingen zelf voorleven?
Meijer belichtte vijf punten die de dialoog bevorderen tussen leerling en leraar. Zo is het van belang dat de focus niet alleen ligt op lesdoelen maar ook op brede onderwijsdoelen, zoals het welzijn van studenten en de passie die leraren hebben voor het onderwijs. De verdieping in afzonderlijke vakken blijft belangrijk, maar er moet ook aandacht zijn voor hoe die vakken geïntegreerd kunnen worden in overstijgende projecten. Bovendien suggereerde Meijer dat eenvoudige taken met eenduidige antwoorden afgewisseld moeten worden met complexe taken, om ruimte te bieden voor creatieve oplossingen. Ook de balans tussen individueel en collectief leren moet zich bewijzen, stelde Meijer. Tot slot benadrukte Meijer de reactieve en proactieve functies van het onderwijs: “Niet alleen het ingroeien in de samenleving maar ook het vormgeven aan de samenleving is belangrijk.” Leerlingen uiten hun stem in scholierenverkiezingen en leraren doen dat door middel van democratisch protest. Op deze manier leren jongeren dat het waardevol is om bij te dragen aan het bredere maatschappelijke debat en de randvoorwaarden die daarbij komen kijken.
Belemmeringen
Volgens Meijer is het een goed begin om de lerarenopleidingen kritisch onder de loep te nemen. Daar wordt gestreefd naar kwaliteit voor docenten. Zodra van leraren het minimale wordt verwacht, zien we dit terug bij de leerlingen. Aansluitend stond Leijenhorst stil bij de eventuele druk op docenten. Is de nadruk op dialoog niet een extra taak voor de overwerkte leraar? Er moet ook een dialoog met de politiek gevoerd worden, gaf Meijer toe. Ze erkende dat er binnen het huidige onderwijs belemmeringen zijn. Leijenhorst refereerde aan een vraag uit het publiek: Waar zou de 8,5 miljard euro voor het onderwijs het best geïnvesteerd in kunnen worden? Minder lesuren en meer vrije tijd om invulling aan lessen te geven is noodzakelijk. Investeren in de kwaliteit van leraren is zowel een investering in de kwaliteit van het onderwijs, alsook een investering in de kwaliteit van de samenleving. 'Willen we een betere dialoog in de samenleving, dan moeten we die al vormgeven in de klas', aldus Meijer.
Ideaalbeeld
Het publiek stemde op de stelling: ‘Het is belangrijk om te weten voor wat voor een maatschappij we kinderen op willen leiden’. Ruim 65% van het publiek was het met de stelling eens. Leijenhorst bevroeg de mogelijkheid daarvan. Hoe kunnen we jongeren opleiden voor een gewenste samenleving, als de beelden daarover zo uiteenlopen? Wordt het onderwijs onterecht een ideaalbeeld voor de samenleving? Meijer antwoordde dat het essentieel is dat we de dialoog niet uit de weg gaan, juist als er verdeeldheid heerst. Het is onvermijdelijk dat het onderwijs functioneert als voorbeeld voor de toekomstige samenleving. Wie cijfers, prestaties, en toetsen prioriteit geeft over studentenwelzijn, draagt ook een beeld uit. Meijer: 'Hoe we lesgeven is een voorbeeld en leerlingen nemen dat over.' Het bewust uitvoeren van dat beeld is fundamenteel.
Cijfercultuur
De volgende stelling betrof de vraag of de cijfercultuur op scholen een deel van de leerlingen uitsluit. Het publiek stemde met een meerderheid van 80% in. De nadruk op cijfers en de vergelijking tussen verschillende schooltypes schept voor veel leerlingen het gevoel dat zij geen eerlijke kansen hebben, legde Meijer uit. Wat wordt becijferd is vaak in het voordeel van vwo-leerlingen. Leijenhorst vroeg naar de breedte van de dialoog: geldt deze voor alle leerlingen? Meijer antwoordde stellig dat het gesprek met leerlingen van alle verschillende opleidingsniveaus gevoerd moet worden. De cijfercultuur hoeft niet te verdwijnen, nuanceerde ze. Maar de dialoog moet met regelmaat worden opgezocht, en de gezamenlijkheid mag daarin niet ontbreken.
Het gezamenlijke gesprek is de kern van Meijers betoog. De sleutel tot veranderingen in het onderwijs ligt bij leraar en leerling. Wat we van studenten verwachten, gaat ook op voor de docent. Ondanks de belemmeringen en de druk die leraren en leerlingen ervaren, houdt het onderwijs haar cruciale rol met betrekking tot de samenleving van de toekomst.
Tekst: Emma Krone. Dit is het verslag van een lezing van Radboud Reflects. Foto: Alexandra_Koch via Pixabay.