Als zevenjarige speelde de kleine Gerard al pastoortje, bij zijn ouders op zolder. Zijn vader had zelfs een houten altaartje voor hem laten timmeren. “Het kerkgebouw, het geheimzinnige van de liturgie, als kind voelde ik me daar al bij thuis.” Zestig jaar later is het jongetje van destijds een van de belangrijkste katholieke hoogwaardigheidsbekleders van ons land: bisschop van Den Bosch. Nog steeds geniet hij erg van preken, zegt Gerard de Korte (67) in zijn werkkamer naast de Sint-Jan in Den Bosch. ‘Ik vind het belangrijk om het evangelie uit te leggen en te actualiseren.’ Ondanks zijn levenslange devotie, lag het lange tijd niet in de lijn der verwachting dat De Korte een kerkelijke loopbaan zou volgen. Na de middelbare school – met een 10 voor geschiedenis – verkoos hij de gelijknamige studie aan de Universiteit Utrecht, met het idee om leraar te worden.
Maar in de loop van zijn studie maakten historische vragen steeds vaker plaats voor filosofische kwesties, zoals over de zin van het leven. ‘Als je geschiedenis studeert, zie je dat veel mensen enorm hebben moeten lijden. Toen er nog geen penicilline bestond bijvoorbeeld, stierf in elk gezin wel een aantal kinderen. De Bijbel spreekt niet voor niets over het aardse tranendal.’ Het heilige boek hielp hem om een begin van een antwoord te vinden op zijn zingevingsvragen. Inmiddels is hij al acht jaar de hoogste baas van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Een kerkelijk man, midden in de moderne maatschappij, blijkt al snel uit het gesprek. Zo is er elke ochtend een livestream van de eucharistieviering die De Korte leidt in de kathedraal. ‘U kunt hem terugvinden op YouTube Sint-Jan. Die vieringen worden toch door drie- of vierhonderd mensen per dag gevolgd!’
De bisschop op YouTube, hoe bijdetijds wil je het hebben? Tegelijkertijd voelt op audiëntie gaan alsof je juist teruggaat in de tijd. Het barokke achttiende-eeuwse bisschoppelijk paleis, schuin tegenover de Sint-Janskathedraal, oogt statig en ook wat geheimzinnig.
Crèmekleurige glasgordijnen voor de enorme ramenpartij maken het onmogelijk om een glimp op te vangen van wat binnen gebeurt. Als de kolossale bruine houten deur openzwaait en we zeggen dat we een afspraak hebben met de heer De Korte, volgt prompt een correctie van een van zijn medewerkers: ‘Bisschop De Korte.’
De gangen, belegd met marmeren tegels, zijn leeg. Twee zwarte pijen hangen aan de kapstok. Maar zo statig als de ontvangst is, zo ongedwongen en toegankelijk is de bisschop zelf. Als hij met gezwinde pas aankomt, gestoken in een zwart pak met witte boord, steekt hij meteen zijn hand uit. ‘Goed dat u er bent!’ In zijn werkkamer, met aan drie wanden boekenkasten, schenkt hij zelf de thee in voor zijn gasten. Hij steekt meteen van wal.
De universiteit? Daar hoort de kerk wat hem betreft een sterke band mee te behouden – ondanks de breuk van twee jaar geleden. Na bijna een eeuw trokken de Nederlandse bisschoppen in oktober 2020 het predicaat ‘katholiek’ in, na een slepend conflict over benoemingen met de toezichthouder van universiteit en ziekenhuis, de Stichting Katholieke Universiteit. Het gerucht ging dat ook in Rome de breuk niet goed was gevallen.
Het werkbezoek van de Nederlandse bisschoppen in november maakte aan alle geruchten een eind. De Radboud Universiteit is nog altijd katholiek volgens de Heilige Stoel (de pauselijke regering) én de Nederlandse bisschoppen. De Korte is heel blij met die boodschap. ‘De universiteit behoort nog altijd tot de katholieke familie. Rome heeft nu aan mij gevraagd om samen met de rector magnificus te kijken hoe we de band met de universiteit kunnen versterken. Waarom? Nou, gewoon omdat het een heel goede universiteit is. Bovendien is in Nederland een sterke ontkerkelijking en secularisatie aan de gang. Juist in die context moet je een band blijven behouden met katholieke instellingen.’
De universiteit broedt op een plan voor een onderzoeksinstituut dat zich richt op duurzaamheidsvraagstukken, Laudato Si’ (zie pagina 40). De Korte is blij met die ontwikkeling. ‘Daarmee versterken we de katholieke substantie aan de Radboud Universiteit.’
Heeft de kerk de universiteit niet harder nodig dan andersom? Geloof staat de zoektocht naar objectieve kennis in de weg.
‘Niet per se. Denk aan astronoom Heino Falcke, de man van de zwarte gaten. Hij is topastronoom en belijdend christen. Ik hoop dat we elkaar – als gelovigen en wetenschappers – wederzijds kunnen inspireren. Ik zie het katholicisme vooral als spirituele kracht, het biedt bezieling, het helpt je om vol te houden. De waarden die je daaruit meeneemt, bepalen de keuzes die je maakt, bijvoorbeeld over de vraag: wat wil ik nu onderzoeken? Wetenschap is niet waardenvrij in die zin.’
Tegelijkertijd ontkerkelijkt Nederland in rap tempo.
‘Maar het wereldchristendom is juist zeer vitaal! Dat is het paradoxale: er zijn 2,5 miljard christenen, 1,3 miljard rooms-katholieken, de kerk bruist van alle kanten. Met name in Amerika, Afrika en delen van Azië, daar ligt het geloof vaak op straat. Maar inderdaad, het gaat met de Nederlandse winkel niet zo goed, om het zo maar te zeggen. Het seksueel misbruik heeft het imago van de kerk enorm beschadigd. Een aantal autoritaire pastoors, zeker in Brabant in de tijd van het Rijke Roomse Leven [tussen 1860 en 1960, toen de katholieke cultuur een ongekende bloei beleefde, red.], heeft veel kwaad bloed gezet. Soms lees ik ingezonden brieven in het Brabants Dagblad, daar spreekt een enorme aversie uit tegen het katholicisme, poeh. Een andere belangrijke oorzaak is de individualisering, die is sterk gekoppeld aan onderwijs en aan welvaart.’
Hoe gaat u met deze uitdaging om? Welke plek is er nog voor de kerk?
‘Als bisschop moet ik nu eigenlijk twee dingen tegelijkertijd doen: het gebouwenbeleid aanpassen aan het aantal participerende katholieken, en onder mensen evangeliseren. Onze kerkelijke structuur stamt nog uit de tijd van het Rijke Roomse Leven. Dit bisdom telt nog 250 kerkgebouwen. Maar als je ziet hoeveel mensen er op zondag naar de kerk gaan, dat staat niet in verhouding. Dus hoe je het ook wendt of keert, er gaat natuurlijk een aantal kerken dicht. Dat demotiveert.
‘Aan de andere kant probeer ik missionaire projecten op te zetten. Twee enthousiaste medewerkers van dit bisdom brengen bijvoorbeeld jonge ouders en hun kinderen bij elkaar in de kerk, zodat ze elkaar helpen en bemoedigen om missionaire christenen te zijn. Op die manier ontstaat er als het ware een nieuwe katholieke socialisatie in de parochie.’
Is dat voldoende?
‘Paus Franciscus schetst een beeld van de kerk naar analogie van een kind. Liever een kind dat vuil is en zijn knie heeft geschaafd, dan een kind dat bleek is, omdat het te veel binnen heeft gezeten. Dus liever een kerk die op de straat gewond is geraakt door het leven, dan een kerk die zich teruggetrokken heeft en bleekjes in de hoek zit. Zo zie ik het ook: de kerk moet midden in de samenleving staan.’
Wat gebeurt er als de kerk er niet meer is?
‘Dan gaan belangrijke christelijke waarden verloren en zijn mensen alleen nog maar met hun eigen ego bezig, vrees ik. Zelf heb ik ook de neiging om mijn ego belangrijk te vinden, hoor. Daarom is het zo goed om je te laten corrigeren door het evangelie, dat werkt als een kritische spiegel.
‘Veel mensen zijn nog van huis uit katholiek of protestant. De waarden van het evangelie zijn nog heel breed in de cultuur aanwezig. Denk aan naastenliefde of sociale gerechtigheid, vergeving, verzoening en vrede. Dat zijn belangrijke waarden vanuit het onderwijs van Jezus. Als die niet meer gedragen worden door een levende kerk, dan verdwijnen ze misschien uit de samenleving. ‘In Schijndel hebben we een deken uit India, priester Joe Michael. Hij zei me: ‘Hier wordt altijd geklaagd over die secularisatie. Maar dit land is door en door christelijk. Als er iemand op straat neervalt, staan er direct mensen omheen, komen bij wijze van spreken drie ziekenwagens en een politieauto aanrijden. Bij ons in India stappen we – vanuit het karmadenken – gewoon heen over iemand die doodgaat.’ Dit laat zien dat de zorg die we hebben voor mensen die ziek zijn, ook iets te maken heeft met de Bijbelse cultuur.’
Welke christelijke waarde is voor u het belangrijkst?
‘De liefde. Die geeft namelijk zin aan het leven. En dan bedoel ik de liefde als zelfgave, zoals Paulus in zijn brieven beschrijft. Hij zegt: mijn geluk krijg ik via het geluk van de ander. Anders gezegd: als ik een ander gelukkig maak, zal ik zelf ook gelukkig worden.’
Patriarch Kirill van de Russisch-orthodoxe kerk steunt Poetin openlijk in de Oekraïneoorlog. Past dat bij die christelijke waarden?
‘Dat is heel tragisch. Het is ook pijnlijk dat de grootste kerk heel dicht aanschurkt tegen de oorlogspolitiek van Poetin. We hebben dat in ons bezoek aan het Vaticaan in november ook indirect aangestipt. Op de achtergrond probeert het Vaticaan wel te bemiddelen. De paus heeft al meerdere keren publiekelijk de patriarch van Moskou opgeroepen de oorlog af te wijzen. Maar dat is nog niet gebeurd, helaas.’
Paus Franciscus heeft het over ‘de kerk als veldhospitaal, barmhartig voor allen die langs de kant van de levensweg liggen’. Toch is in Nederland nog geen enkele katholieke kerk omgebouwd tot opvanglocatie voor vluchtelingen.
‘Dat ligt genuanceerder. Als het gaat om kerkgebouwen is er een verschil tussen protestanten en katholieken. Voor een protestant is de kerk “een schuur voor het Woord”. Het christelijke Woord kan in die zin overal verkondigd worden. Voor katholieken is het kerkgebouw door de wijding een sacrale plek. Het is voor de eredienst, voor het eren van God. Zo’n gebouw ga je dus niet zomaar ombouwen tot een herberg. Tegelijkertijd is de parochiegemeenschap wel degelijk geroepen om geld en eventueel ruimte ter beschikking te stellen om mensen in nood op te vangen. Die opvang vindt dan niet zozeer in het kerkgebouw, maar elders plaats, zoals in kloosters en retraitehuizen. Het voormalige klooster Emmaus in Helvoirt, bijvoorbeeld, biedt onderdak aan 75 Oekraïners. Ook de monniken van Abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot hebben hun deuren opengezet, net als het klooster in Aarle-Rixtel.’
Waar is bij u de betrokkenheid bij zwakkeren in de samenleving begonnen?
‘Die heb ik van huis uit meegekregen. Ik kom uit een welvarend ondernemersgezin, ik was zeer bevoorrecht. Tegelijkertijd was er bij ons thuis een sterk sociaal gevoel. Ik weet nog goed dat ik als tienjarige al geld ging ophalen voor katholieke weeskinderen in Den Haag. Ik had daarover iets gelezen, en het idee om als kind zonder ouders te moeten opgroeien, raakte me.’ De Korte oogt als een bijzonder sociale man. Zijn bureau staat volgepakt met fotolijstjes. Naast een foto op A5-formaat van paus Franciscus staat een rijtje foto’s van een klein meisje, gehuld in roze. Je zou haast denken dat het een van zijn kleinkinderen is. Zijn nichtje, zo blijkt. Hij vertelt hoe hij is opgenomen in een groot netwerk van familie, maar ook allerlei mensen uit de kerkelijke wereld in binnen- en buitenland. ‘In Limburg spreken ze over “vader bisschop”, de bisschop als vader van zijn priesters, medewerkers, maar ook van alle gedoopten. Dat voel ik ook zo.’
Maakt het celibataire leven u soms niet eenzaam?
De bisschop valt even stil. ‘Uhm, nou, ik kan natuurlijk zeggen: ieder mens is eenzaam in existentiële zin. Ik heb weleens het gevoel van …’ Hij maakt zijn zin niet af, begint dan opnieuw en schakelt direct over op een meer maatschappelijk beschouwende blik. ‘Nee, toch kan ik nu niet zeggen dat ik eenzaam ben. Eenzaamheid is natuurlijk wel een groot maatschappelijk probleem, onder ouderen én jongeren. Jongeren hebben veel contacten, zijn heel vaardig op sociale media, maar steeds minder vaardig in het werkelijke leven. Corona heeft die ontwikkeling nog verder versterkt. Ze staan op Instagram met een big smile, maar het leven is vaak helemaal geen big smile, integendeel.’
De Korte is zich niet alleen bewust van de tijdgeest, hij is ook een man die met de blik van de buitenstaander naar zichzelf kan kijken, zo blijkt als hij even later de door de najaarszon geelverlichte Sint-Janskathedraal binnenloopt, samen met de fotograaf. De Korte wijst naar een hoek van de kerk, waar een plateau vol waxinelichtjes brandt. ‘Daar is het licht ook mooi. Of is dat een beetje te obligaat misschien, naast Maria op de foto?’
Wat is het mooiste dat u hebt meegemaakt als bisschop?
‘Er zijn heel veel mooie momenten. Ik denk dan aan mijn installatieplechtigheid als bisschop hier. De kathedraal was volgepakt met 1.700 mensen. Prachtig, de warmte die je dan voelt. Maar het kan ook een bijzonder gesprek zijn na afloop van een viering op de zondag, of troost bieden bij een uitvaart.’
Of de heiligverklaring afgelopen mei van karmelietenpater en hoogleraar Titus Brandsma [de voormalige rector van de Radboud Universiteit en verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog, red.]?
‘Nou! Dat was wel het hoogtepunt van dit jaar, ja! Ik ben trots dat ik verbonden ben met zo’n heilige. Hij zag al heel vroeg het gevaar van het nationaalsocialisme. Ook riep hij katholieke media op geen NSB-advertenties op te nemen. Het heeft hem uiteindelijk zijn leven gekost. Hij is opgepakt en afgevoerd naar concentratiekamp Dachau. Brandsma zag de wetenschapsbeoefening heel sterk in het kader van dienstbaarheid aan kerk en samenleving. Die visie spreekt me enorm aan. Ik ben niet voor niets referent Kerk en Samenleving [een soort minister van kerk en samenleving binnen het landelijk bestuur van de katholieke kerk, red.].’ Die taak lijkt De Korte op het lijf geschreven. Mensen informeren over de sociale encyclieken van paus Franciscus, zoals Laudato Si’, ziet hij als zijn belangrijkste taak. En met mensen bedoelt hij – in navolging van de paus – echt álle mensen. Dus ook niet- en andersgelovigen. ‘In katholiek jargon heet dat tegenwoordig “alle mensen van goede wil”. Ook moslims? Jazeker! Juist moslims. Meer dan de helft van de wereldbevolking is christen of moslim. Het christendom legt al veel nadruk op rentmeesterschap, maar om de klimaatdoelen te bereiken, is het ook belangrijk dat er een groene beweging in de islam ontstaat. Elke levensovertuiging kan mensen inspireren en motiveren in hun keuzes, dat hoeft heus niet per se de christelijke te zijn.’
Tekst: Inge Mutsaers. Foto's: Dick van Aalst