De vrijetijdsbesteding van arbeiders in Schiedam van het midden van de negentiende eeuw tot aan het einde van de twintigste eeuw was een zaak die de gemoederen bezighield. Verschillende autoriteiten – overheid, kerkelijke en politieke leiders maar ook particulieren - probeerden de lagere klassen ‘te beschaven’ door te sturen wat ze in hun vrije tijd deden. De vrijetijdsbesteding van arbeiders is vooral bestudeerd vanuit het perspectief van autoriteiten en exploitanten en minder vanuit het perspectief van arbeiders zelf, stelt historicus Paul Bassant ‘Dat is een gemis. Juist in hun vrije tijd geven mensen hun identiteit vorm.’ Voor zijn onderzoek naar vrijetijdsbesteding voor en door arbeiders in Schiedam bracht Bassant de rol van de (lokale) autoriteiten, aanbieders van vermaak en de arbeiders zelf in kaart, in de periode tussen 1850 en 1975.
Financiële belangen
Uit Bassants onderzoek komt de bevoogdende houding die de autoriteiten voortdurend aannamen ten opzichte van Schiedamse arbeiders duidelijk naar voren: alle ongewenste activiteiten moesten worden gekanaliseerd. De politieke opvattingen over wat meer of minder gewenst vermaak was, leidden tot beperkingen maar ook nieuwe initiatieven. Financiële belangen speelden een grote rol. Zo werd de kermis in Schiedam in 1906 afgeschaft (en kwam na de Tweede Wereldoorlog weer terug), maar dat ging niet zonder slag of stoot. De morele bezwaren tegen de kermis (losbandigheid van de arbeiders) moesten het opnemen tegen het financiële belang van de kermis voor de gemeentekas en de lokale ondernemers. Om arbeiders te verlokken tot een ‘meer beschaafde’ invulling van de vrije tijd stimuleerden de autoriteiten activiteiten onder de noemer volksontwikkeling, van de organisatie van lezingen tot de openstelling van parken.
Caféhouders, bioscoop- en dansclubeigenaren zochten een balans tussen de wensen van de arbeiders en de verordeningen van de gemeente. Ze moesten zich richten naar de beperkende maatregelen van de plaatselijke autoriteiten om hun vergunningen niet te verliezen, maar ze wilden hun klanten niet van zich vervreemden. Begin twintigste eeuw hielden caféhouders regelmatig een succesvolle lobby tegen het beperken van de openingstijden, maar in veel gevallen kozen exploitanten er gewoon voor mee te werken met de autoriteiten en de voorschriften te volgen.
Negeren
Arbeiders zelf schiepen hun eigen vermaak en maakten selectief gebruik van wat hen werd aangeboden. Ze waren dan ook geen groep die lijdzaam moest ondergaan wat de autoriteiten hen had opgelegd. Bassant: ‘Volksverheffers in Schiedam moesten vrijwel voortdurend concessies doen om arbeiders te naar hun activiteiten te lokken. In het Volkshuis maakten de bezoekers, tegen de bedoelingen in, vooral gebruik van de ontspanningszaal om te kaarten en biljarten en lieten ze de leeszaal links liggen. Veel arbeiders werden ook alleen lid om de goedkope muziek- en toneelavonden te bezoeken en negeerden het verdere aanbod. Bij de volksconcerten zaten veel arbeiders niet stil, omdat ze mede voor de gezelligheid kwamen. De arbeidersjeugd maakte begin twintigste eeuw gebruik van het rustige, besloten karakter van de parken in Schiedam door er een plek voor romantische ontmoetingen van te maken. In de crisisjaren gebruikten arbeiders de leeszaal van de openbare bibliotheek als een gezellige ruimte om kranten te lezen en warm te zitten. Arbeiders konden zich dus op passieve wijze verzetten door het aanbod dat ze niet aanstond te negeren.
Conformeren
Het onderzoek van Bassant laat zien dat arbeiders in Schiedam zich niet alleen verzetten, maar ook – uit eigen beweging - conformerend gedrag ontwikkelden. ‘Het is geen teken van onderdanigheid, maar onderstreept dat arbeiders in hun vrije tijd eigen keuzes maakten’, zegt Bassant. ‘In Schiedam vind je verschillende vormen van recreatie die door de hogere klassen ontwikkeld werden en die in de smaak vielen bij arbeiders. De populariteit van voetbal onder arbeiders bijvoorbeeld groeide snel en ze namen zonder problemen de spelregels over van de hogere klassen. Arbeiders bezochten ook de Plantage om er rustig te wandelen en te converseren. Bij feestavonden van arbeidersverenigingen kozen de organisatoren overwegend voor een programma met vormen die oorspronkelijk ontwikkeld waren door en voor de hogere klassen, zoals toespraken en een bal.’
Verandering
De veranderingen in vrijetijdsbesteding hangen nauw samen met bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld, de Arbeidswet van 1919 gaf arbeiders naast meer vrije tijd ook meer besteedbaar inkomen. Rond 1920 was er daardoor tijdelijk een toename in overmatig drankgebruik in Schiedam. De hoge werkloosheid tijdens de crisis van de jaren dertig bracht verschillende caféhouders in financiële problemen, doordat hun klandizie sterk terugliep en in de crisisjaren arbeiders toonden meer belangstelling voor scholingsactiviteiten en was er een grotere toeloop op de bibliotheken voor studieboeken.
In een langetermijnperspectief heeft de stijgende welvaart in de tweede helft van de twintigste eeuw weer andere, wisselende gevolgen. Arbeiders werden huiselijker, wat ten koste ging van het uitgaansleven. De ontzuiling in Nederland vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw was ook zichtbaar in Schiedam. Bij de bibliotheken leidde het ertoe dat de verschillen tussen de katholieke- en de openbare bibliotheek geleidelijk vervaagden. Het ledenaantal van culturele verenigingen ging achteruit , terwijl er wel nieuwe verzuilde sportclubs opgericht werden. Bassant: ‘Wat dit onderzoek laat zien is dat arbeiders zich conformeerden aan bepaalde gedragsvormen en opvattingen, maar ze hielden ook op allerlei manieren vast aan hun eigen interesses en gewoonten. In hun vrije tijd – misschien wel juist in hun vrije tijd – waren ze weerbaarder en hadden ze meer organiserend vermogen dan vaak is aangenomen.’
Foto: Etienne Girardet via Unsplash