Zes jaar na zijn overlijden bezocht communicatie- en informatiewetenschapper Judith Peters het graf van haar vader. Daar viel één zonnestraal precies op haar vaders graf. ‘Het zorgde ervoor dat ik het verlies van mijn vader beter kon dragen, omdat het de dood wat minder definitief maakte,’ zei Peters daarover.
Haar ervaring inspireerde Peters tot het project Verhalen van Verlies, begeleid door Enny Das, hoogleraar Communicatie en beïnvloeding. ‘Veel mensen verwerken het verlies van een dierbare door een verhaal te vormen over hoe die dierbare op een bepaalde manier nog voortleeft,’ vertelt Das. Onverklaarbare elementen, natuurfenomenen als een zonnestraal of een vlinder die op het graf neerstrijkt, kunnen het gevoel geven dat iemand nog aanwezig is. ‘Dit noemen we symbolische onsterfelijkheid. Iemand is niet meer fysiek aanwezig, maar de band blijft bestaan.’
Peters onderzocht wat er in die verhalen staat en wat ze met mensen doen. Toen Peters zelf ziek werd moest ze haar promotietraject staken, maar publiceerde ze wel een populairwetenschappelijk boekje waarvan de opbrengsten worden gebruikt voor vervolgonderzoek. Das werkte de bevindingen uit het project om tot een wetenschappelijk artikel.
Normale ervaring
In het artikel beschrijft ze twee studies naar de rol van onverklaarbare elementen in rouwverhalen. ‘Mensen die zelf ernstige rouw hadden meegemaakt, gaven aan dat ze zich meer met rouwverhalen konden identificeren als die onverklaarbare elementen bevatten..’ In een tweede studie onderzocht Das waarom rouwverhalen die invloed hadden. ‘De onverklaarbare elementen triggeren ontroering en een gevoel van verbinding, waarbij opvalt dat vooral mensen die een minder ernstig verlies hadden geleden getriggerd werden.’
Deze resultaten dragen bij aan een verschuivend beeld over rouw. ‘Wetenschappers dachten eerst dat het ongezond was om bezig te blijven met de overledene, dat iemand het verlies niet kon accepteren. Maar we zien dat het heel normaal is als mensen zich met een overledene verbonden blijven voelen.’
Leven extra waarderen
De heersende opvatting dat rouw niet te lang moet duren, is volgens Das kenmerkend voor de manier waarop we in het Westen de dood proberen weg te drukken. ‘We praten er in verhullende termen over en de doden plaatsen we liefst op afgelegen plekken. De laatste twee jaar heeft corona een flinke deuk in ons idee van onsterfelijkheid geslagen. Toch praten we nog steeds over het nut van mondkapjes of de keuzes van ons kabinet in plaats van het over de dood te hebben en te aanvaarden dat het een onvermijdelijk onderdeel van het leven is.’
Vroeger hadden we religie als houvast, stelt Das. ‘Tegenwoordig hebben we nog steeds behoefte aan rituelen, maar de visie daarop is wat mij betreft nog karig. Een uitvaart groots organiseren, er een heel evenement van maken met muziek en doen alsof de dood iets moois is of inspirerends is. De dood opleuken is hetzelfde als de dood ontkennen.’
Onlangs onderzocht Das de reacties van bezoekers aan een kunstinstallatie experiment dat hen uitnodigde uit om stil te staan bij hun eigen dood. ‘Door erover na te denken waardeerden mensen hun leven extra in de periode na het onderzoek. Ik wens het mensen toe om meer te leven doordat ze minder voorzichtig en angstig met de dood omgaan.’ Flexibeler omgang met de dood haalt bovendien de angel uit polariserende kwesties in de maatschappij. ‘We klampen ons vast aan wereldbeelden waarmee we elkaar bevechten. De dood kan relativerend werken en een verbindend effect hebben.’
Tip: Koop het boek van Judith Peters
Ze kwamen nog één keer terug van Judith Peters is hier te koop. De opbrengsten gaan naar het Radboud Fonds om vervolgonderzoek mogelijk te maken.
Foto: Dan Freeman via Unsplash