Dwergnijlpaarden en -olifanten op de mediterrane eilanden zijn historische voorbeelden van grote diersoorten met dwerggroei. Aan de andere kant zijn kleine soorten van het vasteland geëvolueerd tot reuzen nadat ze eilanden koloniseerden, zoals de St Kilda-veldmuis (twee keer zo groot als zijn voorouder op het vasteland), de bekende dodo uit Mauritius (een gigantische duif) en de Komodovaraan.
Micro kortstaartkameleon, Madagascar. Foto: Frank Glaw, Jörn Köhler, Ted M. Townsend, Miguel Vences
Patroon of toeval?
In 1973 formuleerde Leigh van Valen voor het eerst de theorie, gebaseerd op een eerdere studie van J. Bristol Foster in 1964, dat diersoorten een evolutionair patroon volgen met hun lichaamsgrootte. Soorten op eilanden neigen naar reuzengroei of dwerggroei vergeleken met hun soortgenoten op het vasteland. ‘Soorten worden beïnvloed door de omgeving van het eiland. De druk van roofdieren op kleinere soorten is een stuk lager of zelfs niet aanwezig’, zegt Ana Benítez-López, die het onderzoek uitvoerde aan de Radboud Universiteit, nu onderzoeker aan het Doñana Biological Station (EBD-CSIC) in Spanje. ‘Maar er zijn ook maar beperkte voedingsbronnen aanwezig voor met name grotere soorten.’ Tot nu toe lieten veel studies tegenstrijdige resultaten zien waardoor er hevig debat ontstond over de eilandtheorie: is het echt een patroon, of gewoon evolutionair toeval?
Eilandtheorie bevestigd
Om deze discussie op te lossen, heeft het team van onderzoekers aan de Radboud Universiteit, Doñana Biological Station, National Museum of Natural Sciences and Imperial College London de eilandregel opnieuw onderzocht. Hierbij deden ze een meta-analyse met verzamelde informatie voor meer dan duizend gewervelde soorten. Ze tonen aan dat de effecten van de eilandregel wijdverbreid van toepassing zijn bij zoogdieren, vogels en reptielen, maar in mindere mate bij amfibieën, die meestal neigen naar reuzengroei. De studie laat ook zien dat de mate van reuzengroei of dwerggroei groter is op kleine, meer afgelegen eilanden voor zoogdieren en reptielen.
Grootte is contextafhankelijk
Ze vonden ook een klimaat- en seizoenseffect op de eilandregel. Kleine zoogdier- en vogelsoorten groeiden groter en grote soorten bleven dezelfde grootte om warmte vast te houden in koudere eilandgebieden. Wanneer er sprake is van seizoenen wordt aanwezigheid van voedingsbronnen onvoorspelbaarder voor reptielen, waardoor kleinere reptielensoorten groter worden. Benítez-López: ‘Doordat we een schat aan data van musea en levende soorten hebben geanalyseerd, waren we nu in staat om voor de eerste keer te demonstreren dat eilandreuzengroei en -dwerggroei bij gewervelden een algemeen patroon is en niet slechts een evolutionair toeval.’