Foto José Sanders
Foto José Sanders

‘Een rector van verbinding’

De diesviering op 17 oktober vanwege de honderdste verjaardag van de universiteit wordt mede opgeluisterd met de verwelkoming van José Sanders als nieuwe rector, de eerste vrouw in de geschiedenis met nu zestig rectores. Een profiel van de nieuwe rector door de ogen van zeven collega’s en vrienden. ‘Ze kent de kracht van goede verhalen.’

Tekst: Paul van den Broek
Fotografie: Dick van Aalst

Vraag zeven omstanders naar een karakteristiek van José Sanders (Hengelo, 1965), en zeven keer valt het woord ‘gedreven’. Ook zeven keer: ‘opgewekt’ en ‘toegewijd’ – een enkeling voegt daar nog ‘superintelligent’ aan toe. De laatste kwalificatie komt van Hans Hoeken, collega-hoogleraar in de Letteren aan Universiteit Utrecht, die haar leerde kennen als jaargenoot bij de studie Nederlands in Nijmegen, vanaf 1983. Het was in die tijd gebruikelijk dat tentamenuitslagen met naam en toenaam publiek werden gemaakt op de prikborden, waarbij Hans zich afvroeg wie toch die José was ‘met allemaal tienen voor de analytische vakken’. Ze werden tijdens de studie ook flatgenoten – aan de studentenflat aan de Van Nispenstraat – en vrienden, en nóg later collega’s bij de letterenfaculteit. ‘Ze is razend slim’, zegt Hoeken.

Zestigste rector, eerste vrouw

Bij het feest voor de honderdste verjaardag, op 17 oktober in De Vereeniging, verruilt José Sanders haar decanaat aan de Letterenfaculteit voor het hoogste bestuur van de universiteit, als zestigste rector magnificus, en opvolger van Han van Krieken. Wie is deze vrouw die de komende vier jaar, en mogelijk langer, de verantwoordelijkheid voor het onderwijs en onderzoek (en meer) op haar schouders neemt? Gaat ze een ruk geven aan het roer in de bestuurskamer, en welke kant op? Kortom: wat gaan we van haar merken? In overleg met José werden zeven mensen die haar vanuit verschillende perspectieven goed kennen geselecteerd voor een vraaggesprek, met de afspraak dat zij vooraf inzage zou krijgen in de tekst. Niet per se om het verhaal positief in te kleuren. ‘Op een lofrede zit niemand te wachten’, aldus Sanders zelf in aanloop naar dit profiel. ‘Vraag iedereen vooral ook naar mijn scherpe kanten en valkuilen.’ Waarvan akte, en wees gerust: die zijn er genoeg.

Om José te typeren kun je pagina’s volschrijven, je kunt ook één anekdote opdissen die volop kleur op haar wangen geeft. Die komt van Peter van der Heiden, parlementair historicus aan de universiteit en ganggenoot van José op de al genoemde Van Nispenstraat. ‘De herinnering die mij me bovenkomt is de brok energie die de ruimte vult als José binnenkomt.’ En dan volgt zijn mooiste herinnering, van anderhalf jaar terug, als Peter op de Letterenfaculteit een beleidsfunctie vervult waarin hij wegkwijnt. José kent Peter als een zwierig denker, als columnist, als man die buiten de lijntjes kleurt. Binnen drie weken neemt zij het initiatief tot een overplaatsing van Peter naar een docentenbaan. Van der Heiden memoreert de woorden van José toen hij bij haar binnenliep voor een bedankje voor de snelle actie. “Jij hoort niet achter een bureau, jij moet voor een groep studenten staan. Dat is voor iedereen beter.” Haar kracht is dat ze heel goed kijkt en luistert naar wat mensen willen doen, waar hun talent ligt, waar ze blij van worden. En daar handelt ze naar.’ 

Het goede luisteren noemen ook anderen, onder wie Kobie van Krieken, in 2016  gepromoveerd bij Hoeken en Sanders: ‘Je kunt je gemakkelijk in haar vergissen’, zegt ze, wijzend op de spraakwaterval die Sanders heet. ‘Ik moest aanvankelijk erg aan haar wennen. Ze kan zeer aanwezig zijn, is verbaal heel sterk, scherp en snel, soms té overtuigend. Het komt eruit als een waterval, maar het is altijd goed uitgedacht. En ook al is ze veel aan het woord, goed luisteren kan ze ook. Ze is bereid zich te laten overtuigen als iemand met een beter standpunt komt.’    
Jaap Liebregt, bedrijfskundige, leerde Sanders kennen in verschillende bestuursfuncties, onder andere het kerkbestuur van de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Ook hij adviseert verder te kijken dan de eerste indruk (‘Heel krachtig in haar aanwezigheid’). De tweede indruk: haar goede luisteren, naar anderen en naar zichzelf. ‘Ze toont een goede reflectie op eigen handelen, vanuit de gedachte dat je jezelf niet steeds serieus moet nemen. Dat verwacht ze ook van anderen. Ze raakt teleurgesteld in mensen die zichzelf op de borst blijven roffelen, zichzelf te serieus nemen.’ 
Vriendin Esther van Manen, verpleegkundig specialist in de GGZ, leerde José veertig jaar geleden kennen bij de introductie, nadat ze beiden waren weggevlucht van een feest waar ze niks aan vonden. ‘We kwamen in een café terecht, en daar begon de vriendschap.’ Die deels stoelt op een gedeelde ervaring in de worsteling met het leven in de jonge jaren. ‘José weet wat het betekent, hoe het voelt, als de ander je niet begrijpt. Daarom blijft ze heel goed kijken naar de mensen in haar omgeving, ze zíet wat mensen nodig hebben.’    

Recht-door-zee

Hoe laat zich het optreden van Sanders typeren, welke brok energie komt er op ons af? Heleen Murre-van den Berg, decaan van de Faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, leerde José anderhalf jaar geleden kennen als collega-decaan, ‘waarbij we snel een mooie band opbouwden als twee verwante decanen’. ‘Waar anderen zullen zeggen “laat maar zitten”, zal José nog twee of drie extra stappen zetten’, zegt Murre. ‘Ze laat zich niet snel uit het veld slaan, is overtuigd wat ze wil.’ Deze kordaatheid trof ook Peter van der Heiden, toen hij als excursieleider voor een trip naar de VS in zijn maag zat met een lastig probleem rond een student die wel mee wilde maar misschien door omstandigheden niet mee kon. Wat te doen, zo legde hij Sanders voor. ‘Drie uur na het gesprek kreeg ik een mail met een waslijst aan oplossingen. Ze lévert, en snel, dat had ik nog nooit meegemaakt.’ Als decaan pakte ze meteen een aantal langslepende dossiers op, weet Van der Heiden. ‘Heel voortvarend, ze heeft laten zien probleemoplossend te zijn, al kan zo’n kordate oplossing voor de een voor de ander juist een probleem worden. Je kunt tegenstand oproepen in zo’n positie.’ Ook Hans Hoeken noemt het energieke en uitgesprokene van Sanders, haar verkondigingen zonder aanziens des persoons. ‘Ze zegt sowieso wat ze vindt, heeft geen last van terughoudendheid. What you see is what you get.’ Ze houdt niet van gedraai, weet ook vriendin Esther van Manen. ‘Ze is recht-door-zee, hecht veel belang aan rolvastheid, en aan open communiceren zonder vervelend gedoe.’ 
Bas Kortmann, voorganger van Sanders als rector magnificus tussen 2007 en 2014, leerde haar kennen in de commissie wetenschappelijke integriteit. Daar gaf ze blijk van een goed vermogen tot laveren in de vaak penibele dossiers. Kortmann roemt haar als energieke collega. Dat is niet alleen positief: ‘Er zit enige onrust in haar. Ze wil de dingen die ze oppakt altijd heel goed doen.’ 
Haar Bossche connectie Jaap Liebregt ziet bovenal een ‘vrouw met een ambitie’. ‘Er zijn er weinig die in zo’n korte tijd een carrière doormaken van hoogleraar tot decaan tot rector. Als ze ergens voor gaat, dan gáát ze er ook voor.’ Zie inderdaad haar cv: Sanders werd hoogleraar in 2017, decaan in 2022, met het rectoraat dit jaar als nieuwste uitdaging in het werk.

Verrassende benoeming

Dat Sanders op 17 oktober haar entree maakt in het hoogste bestuur van de universiteit, was voor allen een verrassing, te meer vanwege haar nog maar anderhalf jaar durend decanaat. ‘Ik had niet verwacht dat ze nu al beschikbaar was’, zegt collega-decaan Heleen Murre. ‘Verrast, maar blij verrast’, klinkt het in koor, onder meer bij Peter van der Heiden: ‘Ze stond niet op mijn lijstje, zo kort nog decaan.’ Zonde voor de faculteit, goed voor de universiteit, vat hij samen. ‘Iemand met zoveel ervaring en hart voor de zaak wil je het liefst zo hoog mogelijk in de organisatie hebben.’ 
Ook Kobie van Krieken was verrast. ‘Ook omdat ze altijd zei “wat moeten mensen met mij, ze kunnen ook zonder”. Ze heeft een negatiever beeld over haarzelf dan mensen werkelijk over haar hebben. Over zichzelf zegt ze vaak: “Daar heb je die Sanders weer”.’ Van Krieken memoreert Sanders’ woorden in aanloop naar haar rectoraat: ‘Zegt José over zichzelf: “Die is gek, dat kan ze niet”. Het eerste klopt, het laatste niet. Maar mij verbaast het niet dat ze het toch durft: ze kan deze rol goed aan.’ Dat vertrouwen geeft ook vriendin Esther van Manen. ‘Dit kan ze. Dat ze een goed bestuurder is, liet ze volgens mij als decaan al zien.’ Bas Kortmann, die van alle zeven het beste weet wat het rectoraat behelst, is bovenal blij voor de universiteit. ‘Het kenmerk van goed bestuur van een universiteit is, althans voor mij en zeker ook voor José, de aandacht voor mensen. Je bent niet de baas, je stuurt niet op autoriteit, je moet in staat zijn te verbinden.’ Al helemaal in een ‘eilandenrijk’ zoals een universiteit, zegt Kortmann. ‘Haar faculteit omvat ook allerlei eilandjes, en daar liet ze zien dat ze goed bruggen kan slaan.’ 

Katholieke cultuur

Waaruit put dit brok energie en verbindingskracht zelf haar energie? Esther van Manen benadrukt dat José ‘niet in een rechte lijn naar deze nieuwe rol is gewandeld’. Ze wijst erop dat de nieuwe rector in de loop der jaren op grenzen en uitdagingen is gestuit. ‘Ze moest zich meer dan eens herpakken, maar wist steeds weer nieuwe kansen te grijpen. Daardoor heeft ze geleerd om zich te richten op wat voor haar echt belangrijk is.’ De Utrechtse collega-hoogleraar Hans Hoeken neemt de term ‘dienstbaarheid’ in de mond. ‘Ze doet dit niet voor zichzelf, maar voor de universiteit. Vanuit de drijfveer: wat mij te doen staat, zal ik doen. Als bestuurder is haar houding: “Ik heb hier een bijdrage te leveren, en als anderen mij daartoe de kans geven, zal ik het doen.”’
Jaap Liebregt noemt de geloofsbeleving van José als een van de drijfveren. Die is extra actueel, vanwege de in 2020 ontstane breuk met de RK-kerk: na enkele onenigheden ontnamen de bisschoppen de universiteit het predicaat ‘katholiek’, wat aanleiding was voor een universiteitsbrede zoektocht naar een nieuwe invulling van de katholieke identiteit van de universiteit. ‘Jose zal aandacht blijven geven aan de verbinding met het katholieke, vanuit haar eigen ervaring en overtuiging.’ Die is niet streng, benadrukt Liebregt, maar gegrond in de katholieke sociale leer, met aandacht voor solidariteit en gemeenschapszin. 
Voormalig rector Bas Kortmann noemt José om die reden de goede rector op het goede moment. ‘We blijven immers een katholieke universiteit, dat zijn onze roots en die mag je niet verloochenen. Ze heeft vanuit haar achtergrond een goed oog voor een plaats van de universiteit binnen de katholieke cultuur. José is daar bij uitstek een exponent van.’ Ook Heleen Murre noemt de geloofsbeleving van José als drijfveer. ‘Die uit zich in de verbinding met de rituelen, hoe de rijkdom en diepe betekenis daarvan ons kunnen helpen om met het leven om te gaan.’ Volgens Murre is haar verbondenheid met de katholieke cultuur een stimulans voor de nu zoekende universiteit. ‘Nu de bisschoppen het niet meer voor het zeggen hebben, kunnen we heel open kijken naar een nieuwe verbinding, niet zozeer met de institutie, maar met het katholieke middenveld. José is bij uitstek in staat hieraan een invulling te geven, voor nieuwe wederzijdse inspiratie van geloof en universiteit.’ Hans Hoeken wijst op de kwaliteit van José om verhalen te vertellen. ‘Ik denk dat José iemand is die zo’n nieuw verhaal kan vertolken, die mensen het gevoel kan geven dat dit een universiteit is waar ze graag bij willen horen.’

Kracht van het verhaal

De meeste rectoren verlaten hun vakgebied op het moment dat ze tot het bestuur zijn geroepen, maar dat hoeft niet zo te zijn voor José Sanders. Haar leerstoel – Narratieve communicatie – kan ook haar rol als rector inhoud geven, aldus Kobie van Krieken. Van Krieken meent dat de motivatie voor het rectoraat ligt in hun gedeelde vakgebied, de werking van verhaalstructuren. Je kunt de keuze voor het rectoraat een roeping noemen, Van Krieken spreekt liever van een kernverhaal dat werkelijkheid wordt. Die kern wordt verwoord in een mijlpaal in het narratologisch vak, Hero’s Journey van Joseph Campbell. In het kort: de hoofdpersoon wordt aangespoord om de bekende wereld te verlaten op zoek naar het onbekende, met na een reeks beproevingen, de terugkeer naar de vertrouwde wereld met een beloning. ‘Deze call to adventure wordt nu door José geleefd, met hopelijk een bloeiende universiteit als resultaat.’
Hans Hoeken, die een hele reeks publicaties samen met Sanders op naam heeft staan, wijst op hun veelgeciteerde publicatie uit 2012. ‘Onder aanvoering van Anneke de Graaf, en samen met Hans Beentjes, analyseren we in dit artikel de kracht van het verhaal, lees: hoe je met het aanreiken van perspectieven mensen kunt meenemen naar overtuigingen die ze aanvankelijk niet hadden. Dit leert op een andere manier te kijken dan dat we gewend zijn, om de wereld te bezien door de ogen van een ander. José snapt niet alleen hoe dat werkt, ze is ook een uitnemend vertolker ervan. Daarmee is ze een welkome rector in deze tijden van polarisatie, ook met het oog op wat de omgeving vraagt van de universiteiten.’

Verbindingen leggen

Welke ruk aan het stuur gaat Sanders aan de universiteit geven? Hoe staan we ervoor als ze over een aantal jaren het rectorsstokje weer overdraagt? Alvast: er gaat íets gebeuren, volgens de zeven. Ze zit er niet om het stokje vast te houden, niet om van de reputatie te genieten, niet om aan te schuiven bij voorname diners, niet om op de winkel te passen. Wat dan wel? Volgens Heleen Murre zal Sanders ruimte maken voor gemeenschappelijke onderwijsprojecten, die uitstijgen boven de afzonderlijke faculteiten. ‘De faculteiten zullen wat autonomie gaan inleveren ten behoeve van het gezamenlijke. We hebben een tijd achter de rug dat elke opleiding op zich een kwaliteitsslag heeft gemaakt, nu is het tijd voor een nieuwe slag. Denk aan iets als health care humanities of digitale veiligheid. Die bestrijken meerdere vakgebieden, wat voor José echt essentieel is voor de komende jaren .’  
Ook Kobie van Krieken verwacht meer aandacht voor verbindingen. ‘José is een mens van verbindingen leggen, tussen kennis en maatschappelijke vragen, tussen universiteiten, ook van contacten leggen met andere achtergronden.’ Een hoop van Van Krieken is dat José werk gaat maken van een iets minder rigide organisatie. ‘Niet dat mensen in bepaalde posities opgelegde rollen spelen, maar wat speelser worden. Op andere plaatsen kunnen mensen gelukkiger worden. Dat kan ook de werkdruk verminderen, zorgen voor minder stress.’
Oud-rector Bas Kortmann denkt dat de verbindende kracht van José de universiteit iets gemakkelijker gaat loodsen door de tijd van bezuinigingen die de universiteiten te wachten staat. ‘Daar gaan ook wij zeker last van krijgen, en dat verscherpt de tegenstellingen. Juist dan moet je iemand hebben die samen op blijft trekken en mee blijft denken, die zorgt voor draagvlak voor de lastige beslissingen die op de weg komen.’  
Peter van der Heiden voorziet een omslag in het denken over kwaliteit van onderzoek, dat immers nog steeds in de greep is van outputmetingen. ‘José zal meer sturen op de mensen. Wat zij kunnen en willen is niet per se hetzelfde als waar ze gelukkig van worden. Door te sturen op wat past bij medewerkers, komt de kwaliteit vanzelf.’ Sanders, immers nog niet heel lang decaan en voltijds bestuurder, zal volgens hem meer redeneren vanuit de wetenschappers, niet vanuit de managers. ‘Hun jargon is gelukkig haar taal niet.’ Ook zal José gaan zorgen voor een universiteit ‘waar je niet omheen kunt’. Van der Heiden: ‘Wie José zegt, zegt ambitie. Niet in de zin van het streven naar het hoogste, wel in het naleven van je idealen. José zal de universiteit van een nieuw elan kunnen voorzien.’  
Jaap Liebregt voorziet met José een groeiende aandacht voor ‘de menselijke kant’. ‘In haar besturen is zij realistisch, ze zal minder rechtlijnig zijn dan wat we gewend zijn in het vaststellen wat mensen moeten doen, wat je per se van hen verwacht.’ De aandacht voor de menselijke maat benadrukt ook Bas Kortmann. ‘Je werkt ook om lol met elkaar te hebben. Ook al kom je soms razend lastige problemen tegen, José zal proberen het leuk te houden. Ze verstaat vanwege haar herkomst de Twentse nuchterheid en de Brabantse gezelligheid.’  
Esther van Manen is er zeker van dat José deze nieuw rol zal aangrijpen om op grond van enkele heldere principes ‘de universiteit kleur te geven en toekomstbestendig te maken’. Dat zal niet vanzelf gaan, benadrukt ze. ‘Om dit voor elkaar te krijgen gaat ze lastige zaken niet uit de weg, hoe ingewikkeld ook. Daar heb je lef voor nodig, en dan heb je aan haar een goeie: José is een rector met lef.’

Een rol voor dag en nacht

Hoe sterk het personage ook is, de Hero’s Journey die haar wacht zal bezaaid liggen met obstakels. Hoe die tegemoet te treden? Alle zeven kennen een valkuil, en geven José graag een paar adviezen mee.
Peter van der Heiden: ‘Ze kan en wil zoveel, dat het de kunst is de ontspanning erin te houden. Loop jezelf niet voorbij. En oefen je in geduld, dat is niet haar sterkste eigenschap.’
Kobie van Krieken: ‘Ik hoop dat het José lukt om bij zichzelf te blijven, de eigen principes niet te miskennen, die niet in te wisselen voor wat een ander kennelijk nodig acht. Is dit wie ik wil zijn, zijn dit beslissingen waarin ik geloof? Daaraan vast te houden zal een hele kunst zijn.’
Heleen Murre: ‘Houd de rust erin, laat je niet opjagen. Grijp je kansen om er iets moois van te maken.’ Ook Jaap Liebregt benadrukt de rust: ‘Loop niet te snel. Je behoudt zodoende de verbinding.’
Esther van Manen: ‘Iedereen die het zo druk gaat krijgen als zij, moet zorgen voor een goede werk-privé-balans. José wens ik toe dat ze niet geleefd gaat worden. Mijn advies is in elk geval te zorgen voor voldoende denktijd.’
Bas Kortmann: ‘Bij zo’n functie denk je: “waar begin je aan!” Het is meer dan een functie, het is een rol voor dag en nacht, ook in de weekenden. Omdat voor José verbindingen zo belangrijk zijn, moet ze niet in de valkuil trappen om daarmee de eigenheden te negeren. Je kunt een universiteit moeilijk sturen, het is niet zus òf zo, soms is het allebei. Houd oog voor alle verschillen.’
Hans Hoeken: ‘Ze heeft doelen voor ogen, tegelijk is ze ongeduldig, en dat in een organisatie die heel moeilijk is om te turnen. Er zijn zoveel belangen, dat het nauwelijks mogelijk is iets te veranderen. Ik citeer graag de in kringen van universiteitsbestuurders nogal eens gehoorde metafoor: “Changing a university is like moving a graveyard.” José moet eigenlijk al blij zijn als ze als rector een paar grafzerken weet te verplaatsen.’ 

José Sanders (Hengelo (O), 1965) studeerde in Nijmegen Nederlandse Taal en Literatuur en promoveerde in Tilburg als tekstwetenschapper. Ze kwam in 2009 in dienst bij de Radboud Universiteit als universitair hoofddocent, eerst bij Nederlandse Taal en Cultuur en in 2013 bij Communicatie- en Informatiewetenschappen. In 2017 volgde haar benoeming tot hoogleraar Narratieve Communicatie, in 2022 gevolgd door het decanaat van de Letterenfaculteit. José is getrouwd en heeft drie volwassen kinderen.

De interviews voor dit profiel zijn begin september afgenomen, vóór het vroegtijdig terugtreden van rector Han van Krieken vanwege berichtgeving in relatie tot sociale veiligheid op de campus. Dit thema komt daarom in dit profiel niet specifiek aan de orde.

Contactinformatie

Thema
Radboud toen en nu