In de 17e eeuw stond houtsnijwerk voor de sociale status en ambities van degenen die het bestelden. Het werd onder meer toegepast in interieurs, oorlogsschepen, koetsen en kerken. Het werk van houtsnijkunstenaar Grinling Gibbbons wordt gezien als een klasse apart in de Engelse barok. Hij werd geboren in 1648 in Rotterdam, in een Engelse familie. Zijn opleiding volgde hij in Nederland, en net als veel kunstenaars en ambachtslieden in die tijd verhuisde hij daarna naar Engeland. Daar begon hij aan een spectaculaire carrière en werkte aan enkele van de meest iconische gebouwen van Engeland, zoals Windsor Castle, Hampton Court Palace en St Paul’s Cathedral. Hij specialiseerde zich in hout, maar werkte ook in steen. Gibbons bezigde een uitbundige en levensechte stijl van bloemen, fruit en vogels, die enorm invloedrijk in Engeland werd.
Nieuw licht op Grinling Gibbons
‘Ondanks zijn enorme faam is er weinig bekend over zijn achtergrond en de oorsprong van zijn stijl’, zegt Ada de Wit. De kunsthistorica verdiepte zich voor haar onderzoek in het werk van Grinling Gibbons en plaats hem in de Engels-Nederlandse context van de tweede helft van de zeventiende eeuw. Daarmee werpt De Wit niet alleen nieuw licht op zijn afkomst en stijl, maar ook op dat van zijn tijdgenoten in Nederland en Groot-Brittannië. De Wit: ‘Ik heb Gibbons genomen als vertrekpunt voor een onderzoek naar houtsnijwerk en de Engels-Nederlandse betrekkingen in de periode van 1650 tot 1700. Dit onderwerp is niet alleen onbekend in het Verenigd Koninkrijk, maar zelfs in Nederland is het weinig bestudeerd.’
Dat terwijl houtsnijwerk in de zeventiende eeuw overal aanwezig was in Nederland en Engeland. Beeldsnijders versierden architectonische elementen van interieurs, zoals trappen en schoorsteenmantels, wereldlijk en kerkelijk meubilair, schilderij- en spiegellijsten, wetenschappelijke en muziekinstrumenten, schepen en koetsen. De Wit bezocht voor haar onderzoek musea en historische locaties in Nederland en het Verenigd Koninkrijk en deed archiefonderzoek om het belang en de rijkdom van houtsnijwerk in de tweede helft van de zeventiende eeuw aan te kunnen tonen. ‘In Rotterdam woonde in het derde kwart van de zeventiende eeuw een grote gemeenschap van Engelse kooplieden, waaronder de familie van Gibbons’, zegt De Wit. ‘De stad speelde een belangrijke rol in de handelsbetrekkingen met Engeland en was bovendien een belangrijk centrum van scheepsbouw. Door het verlies van historische gebouwen in Rotterdam, was het nodig om verder te kijken dan de stad. In die periode vertrokken veel Nederlandse kunstenaars en ambachtslieden naar Groot-Brittannië. Door te kijken naar houtsnijwerk in Engeland voor en na Gibbons’ komst, kon ik zijn invloed daar onderzoeken.’
Master carver voor Willem III
Een tweede belangrijke stad in het onderzoek van De Wit is Den Haag, in het vierde kwart van de zeventiende eeuw, waar een relatief grote groep van uitstekende beeldsnijders was. Den Haag speelde een cruciale rol in de Engels-Nederlandse politieke relatie dankzij het hofleven. Willem III was eerst stadhouder in Den Haag en werd later gezamenlijk heerser over Engeland samen met zijn vrouw Mary. ‘Tegen die tijd had Gibbons een welvarende werkplaats in Londen gevestigd en domineerde het Engelse houtsnijwerk volledig’, zegt De Wit. Gibbons werkte veel voor Koning Willem III. Tijdens zijn regering kreeg hij de koninklijke titel van Master Sculptor and Carver in Wood.
Artistiek talent en ondernemerskwaliteiten
Houtsnijwerk was in de tweede helft van de zeventiende eeuw ongelofelijk belangrijk, blijkt uit het onderzoek van De Wit. Door particulieren en instellingen werden enorme inspanningen gedaan om hun interieurs, koetsen en schepen te laten versieren. De Wit: ‘Wat Grinling Gibbons betreft, blijkt dat hij zijn succes niet alleen te danken heeft aan zijn artistieke talent, maar ook aan zijn ondernemerskwaliteiten. Hij bracht de Nederlandse traditie van ornamenteel en realistisch houtsnijwerk in lindenhout naar een hoger niveau in Engeland.’
Foto boven artikel: Wikimedia Commons