Kijk bijvoorbeeld eens naar het hierboven afgebeelde veld met bloemen. Voor de meeste mensen is het heel gemakkelijk om rood van groen te onderscheiden (een bloemblaadje van een klaproos versus een stengel), maar het is moeilijker om onderscheid te maken tussen blauw en groen (een blauw bloemblaadje versus een stengel). Foto: Pixnio.
Het volgende gebeurt: wanneer een bepaald punt in de ruimte als groen wordt ervaren, zijn zowel de M- als de L-kegels niet langer beschikbaar om op deze bepaalde plek de kleur rood waar te nemen. De wijze waarop deze kegels worden geactiveerd, stelt ons in staat om te bepalen of iets rood of groen is (rood activeert vooral L-kegels en groen activeert vooral M-kegels). Daardoor wordt de waarneming en het onderscheid van rood en groen verbeterd.
R&G kleurenvisie bij niet-menselijke primaten
Tijdens de evolutie beschikten primaten over verschillende vermogens om kleuren in het rood-groene lichtspectrum te onderscheiden. Het is aannemelijk dat de gevoeligheid voor rode en groene kleuren bij de primatengemeenschappen van de Oude Wereld verschillende selectieve voordelen heeft gegeven bij het vinden van voedsel, het waarnemen van roofdieren en van sociaal-seksuele signalen. Ter vergelijking: veel Nieuwe Wereld primaten, en de meeste zoogdieren in het algemeen, beschikken slechts over twee soorten kegels die reageren op korte of lange golflengten, waardoor rood niet van groen wordt onderscheiden. Deze schijnbare beperking in kleurenvisie levert wel weer andere voordelen op, zoals het spotten van gecamoufleerde dieren en insecten. Deze twee voorbeelden laten zien hoe belangrijk het is om een kleurenvisiesysteem te hebben dat is aangepast aan de omgeving.
R&G kleurenvisie bij de mens
De meeste mensen zijn in staat om goed onderscheid te maken tussen rood en groen; toch hebben ongeveer 6% van de mannen en 0,5% van de vrouwen rood-groene blindheid waardoor ze geen duidelijk onderscheid kunnen maken tussen deze kleuren. Deze visuele verandering wordt veroorzaakt door een genetische mutatie die de M- of L-kegels in het netvlies aantast. Helaas, in tegenstelling tot apen, wordt rood-groene blindheid in onze visuele omgeving vooral geassocieerd met nadelen. Je zult zeker hebben gemerkt hoe de meeste relevante visuele informatie om ons heen is gemarkeerd in rood en groen: verkeerslichten langs de weg, speciale kortingen in de supermarkt, schoolwerkcorrecties, enz. Het grootste probleem zit in de verkeersveiligheid, aangezien het is aangetoond dat rood-groen blinde mensen meer tijd nodig hebben om te reageren op waarschuwingssignalen. Een recente visuele revalidatiemethode die bestaat uit het tijdelijk dragen van een bril met lenzen die kleurcontrast verbeteren, levert veelbelovende resultaten op.
Is de Rood-Groene kleurcode voor iedereen geschikt?
Onze omgeving zit vol met kleurcodes die specifieke betekenissen hebben. Daarom bepaalt het maken van onderscheid tussen kleuren hoe we de wereld ervaren. Het is al aangetoond dat de meeste mensen heel goed zijn in het onderscheiden van rood en groen. Dit vermogen is echter ook direct aangetast in de zogenaamde rood-groene blindheid, de meest voorkomende vorm van kleurenblindheid (gevolgd door blauw-geel en volledige kleurenblindheid). Je kunt je dus afvragen of het wel optimaal is dat juist rood en groen zijn gekozen als universele kleurcodes om de aandacht van mensen te vestigen op een specifiek gevaar of belangrijke informatie.
Tekst: Kim Beneyton. Dit artikel verscheen eerder op Donders Wonders. Foto: Gerry Roarty on Unsplash.