Het voetbal als vergrootglas voor het integratiedebat
Het voetbal als vergrootglas voor het integratiedebat

Het voetbal als vergrootglas voor het integratiedebat

Liefst tien spelers van de Nederlandse selectie voor het WK hebben een dubbele nationaliteit. Maar het juichen voor oranje brengt de tolerantie voor de multiculturele samenleving niet per se dichterbij. ‘Spelers met dubbele nationaliteit zijn sneller de zondebok’. Dit zegt voetballiefhebber Henk van Houtum, hoogleraar Politieke Geografie en Geopolitiek.

Supporters zitten oranje uitgedost langs het veld en achter de tv. Waar juichen zij precies voor?  

‘Het oranjegevoel is wat we in de geografie en geopolitiek een imagined community noemen, een verbeelde gemeenschap. We kunnen elkaar in het land onmogelijk allemaal kennen, maar voor even biedt het juichen voor oranje de verbeelding van een gemeenschap, waarin lokale of regionale rivaliteiten of spanningen plaatsmaken voor het grotere gemeenschappelijk belang. En dat is dat wij winnen van zij.’

Stimuleren de vele migrantenzonen binnen dit ‘wij’ het begrip voor migranten binnen de Nederlandse gemeenschap? We juichen immers samen.

‘Niet per se. Die verbeelde gemeenschap wordt gemáákt, het nationalisme is een sociaal construct dat door de omgeving, de politiek, en de commercie op tal van manieren wordt gevoed. Wat we in het juichen vooral aanspreken is onze vermeende zelfde komaf, de verheerlijking van de eigen geboortegrond. 'Onze jongens’ strijden voor onze eer, met als omlijsting van de strijd de supporters met geverfde gezichten, nationale mascottes en nationaal stereotiepe uitdossingen.’

Maar onze geboortegrond is óók de geboortegrond van de migrantenzonen. De verbeelde gemeenschap zou toch meer kleur moeten krijgen?

‘Idealiter wel. En dat zie je ook bij tal van teams wel gebeuren. Maar let wel, een WK versterkt in eerste instantie vooral het nationale hokjesdenken en het idee dat landen gefixeerde, uniforme eenheden zijn. Het is toch vooral een ‘make believe show’, met in elk hokje de verbeelding van een homogene populatie met een autonome cultuur en geschiedenis. Uiteraard bestaan die zuivere natiestaten helemaal niet, alleen in autocratische dromen, want de geografische realiteit is dat ieder land tal van internationale invloeden heeft, met binnen een land allerlei wisselende en verschillende loyaliteiten. En ook de voetballers zelf, van welke komaf ook, zijn tegenwoordig bijna allemaal arbeidsmigranten in het buitenland, spelend voor tal van clubs over de hele wereld. De grappige figuur ontstaat dat ‘onze eigen jongens’ eerst naar het ‘eigen land’ moeten vliegen, om vervolgens als nationale vertegenwoordiging naar het WK uitgezonden te worden. Maar het nationalistische theater is hardnekkig. Want de spelers van wie een van de ouders in het buitenland is geboren, roepen vaak tegenstrijdige gevoelens op, zeker als er sprake is van een dubbele nationaliteit, een type dat dit WK ook in het Franse elftal goed is vertegenwoordigd. De spelers moeten kiezen voor welk land ze willen uitkomen, en de FIFA schrijft voor dat er geen weg terug is na de gemaakte keuze. De spelers wordt als het ware het mes op de keel gezet, ze moeten kiezen bij welk land hun loyaliteit ligt – ze moeten één van de hokjes kiezen. En als dat niet ‘ons’ hokje is, dan wordt dat al snel als ‘fout’ bestempeld. Zie de voormalig Ajacied Hakim Ziyech die werd verguisd omdat hij voor het Marokkaanse elftal koos, in plaats van voor Nederland. Ook de keuzes van voetballers als Nordin Amrabat, Noussair Mazraoui of van Sergino Dest, die voor de VS koos, werden veel besproken.’

Maar er zijn genoeg tegenvoorbeelden, van migrantenzonen die wel voor ‘ons’ kiezen. Voor hen verwacht je dan toch extra aanmoediging.

‘Was het maar waar. De realiteit is dat deze spelers niet vanzelfsprekend als volwaardig landgenoot worden gezien. Tekenend is de situatie als een nationaal elftal slecht presteert. Dan worden de spelers van dubbele nationaliteit eerder als zondebok aangewezen. Zie de Turks-Duitse topvoetballer Mesut Özil, geboren in Duitsland en spelend voor de Duitsers, maar voortdurend belast met vragen over zijn loyaliteit, vooral als Duitsland niet goed presteert. Het was zelfs de reden waarom hij zich uiteindelijk niet meer beschikbaar stelde voor het Duitse nationale team. De reactie van hem op alle commotie was illustratief: “Ik ben een Duitser als we winnen, maar een immigrant als we verliezen.”’

Is het aanbeveling om als oranjesupporter een ‘dubbele nationaliteit’ aan te nemen: deze week  samen met onze Nederlands-Marokkaanse landgenoten Marokko naar de finale juichen.

‘Dat zou sympathiek zijn en een erkenning dat voetbal-identiteit multinationaal kan zijn. Het succes nu lijkt voor veel Marokkaanse Nederlanders een overwinning op de discriminatie en vooroordelen die ze dagelijks ervaren. Ook over het nationale team werd door velen geringschattend gedaan. In dat licht is het treffend wat Ziyech zei na afloop van de overwinning tegen Spanje: ‘‘Ja, dat had je niet verwacht hè?”’

Foto: Wikimedia Commons

Contactinformatie

Thema
Diversiteit, Samenleving, Actualiteiten