Stolpersteine zijn kleine in messing belegde stenen met daarin de naam van een Joods oorlogsslachtoffer gegraveerd. Die stenen krijgen een plaats op de stoep vóór het laatst bekende adres van de gedeporteerde of gevluchte slachtoffers. In 2007 zijn in Nederland de eerste stenen gelegd, Nijmegen voegt zich dit jaar in de rij met inmiddels twee rondes leggingen, de laatste deze maand met 27 steentjes bij zes adressen in Nijmegen-oost.
De timing deze maand is niet toevallig: op de dag van de legging – 18 november 2022 – was het precies tachtig jaar geleden dat in de stad de grootste razzia plaatsvond: 196 Nijmegenaren werden die voorgaande avond en nacht uit hun huizen gerukt, op weg naar Westerbork, voor de meesten eindigend in een van de concentratiekampen. Slechts vier van deze 196 mensen hebben de oorlog overleefd.
Ria van den Brandt, onderzoeker bij de Faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, is voorzitter van de stichting die in Nijmegen de Stolpersteine onder haar hoede heeft. Het doel is het leggen van ongeveer 450 stenen, wat in het huidig tempo twintig jaar gaat duren. De eerstvolgende legginsgronde is in april, in de wijk Hazenkamp in aanwezigheid van Gunter Demnig, de man die in 1992 het initiatief nam om wereldwijd de slachtoffers te gedenken met zo’n bijzondere steen, alle identiek uitgevoerd met naam, geboortedatum, de datum van de moord en de plek van deze gruweldaad. Bij sommige namen staat ‘bevrijd’ of ‘overleefd’.
Het verhaal achter de steen
Het plaatsen van alle stenen kost tijd, omdat bij elke naam het achterliggend verhaal wordt gezocht en opgetekend. ‘We willen de geschiedenis zichtbaar maken’, zegt Van den Brandt: ‘Achter elke naam zit een verhaal, allemaal miniatuurtjes die samen het grote verhaal vertellen. Voor nabestaanden is het vaak een echte toevoeging om te weten hoe hun familieverhaal van overleving past binnen het grotere verhaal.’
De intentie achter de stenen is even fraai als de bewoording erachter, ‘met hart en hoofd’ over deze herdenkingsstenen ‘stolpern’ (struikelen), allemaal zetjes bij de opdracht om de holocaust in herinnering te houden. Van den Brandt heeft er een groot deel van haar werkzaam leven aan gewijd, als auteur van een standaardwerk over Theresienstadt en als drijvende kracht bij de jaarlijkse lezing in Nijmegen tijdens de Holocaust Memorial Day in januari. Of de stenen daadwerkelijk bijdragen aan het herinneren, is voor Van den Brandt een ervaringsgegeven. ‘Sinds we bezig zijn wordt de kring van betrokkenen in Nijmegen steeds groter. Ik heb geen onderzoek nodig om te weten dat de stenen hun werk doen.’
Van den Brandt wijst op de leggingsronde in Nijmegen-Oost deze maand, die startte met vijf stenen bij Ruisdaelstraat 73, de laatste woning in de oorlog van de familie Fraenkel, onder wie twee kleine kinderen. Violist Thomas Ruffmann zorgde voor muzikale omlijsting, de Amsterdamse chazan Nachshon Rodrigues Pereira zong een gebed en Van den Brandt bracht de Fraenkels in herinnering, onder getuigenis van tientallen buurt- en straatgenoten. ‘Je staat met z’n allen stil bij iets wat nauwelijks is te bevatten. We proberen de verhalen te redden uit de afgrond en terug te brengen naar de stad. Dat werkt, vooral ook voor de nabestaanden, voor wie we vaak een nieuwe geschiedenis openen.’
Zie ook: stolpersteine-nijmegen.nl. In het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis (Mariënburgkapel) is een tentoonstelling gewijd aan de razzia van 17 november 1942 (tot en met 31 december). Voor de verhalen achter de Stolpersteine in Nijmegen, zie www.oorloginnijmegen.nl. Op vrijdag 2 december wordt bij de ingang van de Keizer Karelgarage het muurgedicht ‘Razzia, november 1942’ onthuld, van Frouke Arns.
Foto: plaatsing Stolpersteine Ruisdaelstraat, Nijmegen/Gerard Verschooten