‘Je hebt recht op een groter verhaal dan dat waarin je geboren bent’
‘Je hebt recht op een groter verhaal dan dat waarin je geboren bent’

‘Je hebt recht op een groter verhaal dan dat waarin je geboren bent’

De universiteit heeft sinds september 2020 een strateeg diversiteit, gelijkheid en inclusie: Rona Jualla van Oudenhoven. Het is haar taak om een universiteitsbrede strategie over deze aspecten te ontwikkelen. Een gesprek over literatuur, meebewegen met de wereld en het belang van samenwerking. ‘Dit gaat iedereen aan.’

Er is veel gebeurd sinds Rona Jualla van Oudenhoven aantrad. Mocht ze in het begin nog af en toe vanuit haar woonplaats Leiden naar de Nijmeegse campus komen, nu moet alles via videogesprekken. ‘Toch is het me gelukt om met veel mensen kennis te maken en vriendschap te sluiten’, vertelt ze tijdens – hoe kan het ook anders – een videogesprek. ‘De afspraken die ik in september en oktober nog op de campus had, zijn naadloos overgegaan in de ‘calls’ van nu.’

De universiteit creëerde de functie vorig jaar. Van Oudenhoven woonde en werkte toen nog in Canada en had een vergelijkbare functie aan Durham College, onderdeel van de University of Ontario. ‘Mijn man is Nederlands en ik kom uit Trinidad en Tobago. We pendelden al jaren tussen die twee werelden en Canada, maar hij had altijd de wens weer een tijd in Nederland te wonen.’ Toen hun twee kinderen naar de universiteit gingen, vonden ze het tijd de stap te zetten. ‘Ik zocht werk en zag deze functie voorbijkomen. Ik heb gebeld om te vragen of het nodig was dat ik Nederlands sprak. Dat bleek niet het geval, want de universiteit wil een meer internationale campus. Ik solliciteerde en the rest is history.

Mensen met elkaar verbinden

Van Oudenhoven is aangesteld om een universiteitsbrede strategie te ontwikkelen op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie. De wereld dringt zich op aan universiteiten in Nederland, zegt ze. ‘Door de populariteit van social media en het feit dat we een global village zijn, worden studenten zich meer bewust van ontwikkelingen in de wereld. Ze houden de universiteit en de vorige generatie verantwoordelijk en daar moeten we naar luisteren.’

Van Oudenhoven ziet haar functie als reactie op die veranderende wereld. ‘Een organisatie die wil overleven, moet zich aanpassen. Overal ter wereld hoor je nu de roep om verantwoordelijkheid, solidariteit en alliantie met sociale gelijkheidskwesties.’ Voor Nederland wijst ze op het Nationaal diversiteits- en inclusieplan 2020, dat ongeveer tegelijk met haar aanstelling werd gepubliceerd. Hiermee in de pas lopen, maakt een universiteit beter, zegt ze. ‘Als iedereen zich veilig en gehoord voelt, kunnen alle leden van de campusgemeenschap en de gemeenschap om ons heen goed samenwerken.’ In haar voortgangsrapport schrijft ze: ‘Het zorgt ervoor dat de universiteit integer kan zijn, de kijk van anderen mee kan nemen in beslissingen en een gerespecteerde bron van advies en onbevooroordeelde raad kan zijn.’

De universiteit heeft deze thema’s inmiddels hoog op de agenda staan: studentenpartijen zijn er veel mee bezig en ook de dienst Personeel en Organisatie werkt aan inclusie en diversiteit. In het voorlopige plan dat Van Oudenhoven heeft opgesteld, belooft de universiteit te willen bijdragen aan een vrije en gezonde wereld, met gelijke rechten voor iedereen’. Ook wil ze ‘een goede invloed hebben op regionaal, nationaal en internationaal niveau’. Samenwerking is daarbij volgens Van Oudenhoven essentieel. ‘Op de universiteit gebeurt al veel, maar het is nog te versnipperd. Bij letteren denken studenten en medewerkers bijvoorbeeld al veel na over dekolonisatie, maar dat weten mensen op andere faculteiten niet. Ik ben er om mensen met elkaar te verbinden en te bekijken wat er nodig is.’

De kunst om de universiteit te laten meebewegen met de veranderende wereld, stoelt op courageous conversations. Moedige gesprekken, waarbij het de uitdaging is iedereen te betrekken. ‘Vaak denken mensen dat het niet ‘hun gesprek’ is. Gesprekken over diversiteit, gelijkheid en inclusie gaan veelal tussen mensen die zich er toch al mee bezighouden. Het is vaak preken voor eigen parochie.’ Daarom heeft ze de antiracismeweek op de campus de ondertitel ‘join us in solidarity’ meegegeven. ‘Het gesprek gaat iedereen aan. Hoe kunnen we de definitie van termen als diversiteit, ras, kleur of gender zó veranderen, dat iedereen op de campus ziet dat dit beleid ook over hen gaat?’

Klimaat een stem geven

De onderwerpen die aan de orde komen, beslaan een breed spectrum. Zo denkt Van Oudenhoven na over LHBTI-rechten, gendergelijkheid, gelijkheid voor mensen met alle soorten huidskleuren, toegankelijkheid voor mensen met een beperking, maar ook zaken als klimaat en duurzaam inkopen. ‘Als we als universiteit bijvoorbeeld apparatuur willen lenen of inkopen, moeten we ons afvragen waar we die vandaan halen. Kwam er kinderarbeid kijken bij het produceren ervan? Wat is de druk op het klimaat? Ik maak me hard voor kwetsbare groepen en entiteiten. Het klimaat is een kwetsbare entiteit die geen stem heeft.’

Hoog op de agenda van Van Oudenhoven staat een veilige omgeving voor iedereen. ‘De universiteit doet daar al haar best voor. Er is budget vrijgemaakt voor meer vertrouwenspersonen en personeel dat zich bezighoudt met studentenwelzijn. De coronacrisis heeft de aandacht daarvoor versterkt. Er is een nóg sterkere focus op mentale gezondheid.’

Onderdeel van haar vorige baan in Canada was het community partnership, lees: de relatie van de universiteit met de directe gemeenschap. ‘Dat vond ik erg mooi en neem ik mee naar Nijmegen. Het laat zien dat alles wat we doen, te maken heeft met onze gemeenschap. De Radboud Universiteit bestaat bijvoorbeeld voor rond de zeventig procent uit eerste-generatiestudenten.’ Dit verandert volgens haar onze verantwoordelijkheid. ‘Hoe maken we hun ouders ook onderdeel van ons systeem, wat kunnen we van hen leren?’

Lijfstraffen

Haar bekommernis om minderbedeelden komt voort uit het onderwijssysteem in Trinidad en Tobago, waar ze opgroeide. ‘Dat was heel streng. Op school waren lijfstraffen normaal. Bij een fout antwoord hoorde een bepaald aantal slagen. Toen ik een jaar of acht, negen was, was ik me al heel bewust van ongelijkheid en hoe oneerlijk het was dat ik als goede, slimme student geen tikken kreeg en mijn vriendjes en vriendinnetjes wel.’ Ze vroeg zich af: ‘Waarom wordt zo’n systeem in stand gehouden, door wie? En waarom zijn er mensen die toekijken en niets doen?’

Van Oudenhovens ouders waren traditionele Hindoestanen. ‘Mijn vader zag onderwijs wel als een route naar vrijheid voor een meisje, maar op sociaal vlak was hij erg streng. En mijn moeder hield dat in stand.’ Zo mocht Van Oudenhoven bijna nooit naar feestjes en haar lange haren niet afknippen. ‘De verstikkende regels aan de ene kant en de vrijheid om te leren aan de andere kant zorgden dat ik erover ging nadenken. Waarom mochten jongens bepaalde dingen wel en ik niet?’ Toen ze later met vlag en wimpel slaagde op de middelbare school, vroeg haar vader wat ze als cadeau wilde, ze mocht alles kiezen. Lachend: ‘Toen zei ik dat ik mijn haar wilde afknippen. Uiteindelijk liet hij dat toe, ik knipte mijn haar in de kortste boblijn mogelijk. Hij steunde me later ook in keuzes die niet per se de zijne waren. Dat was heel bevrijdend voor me.’

Ook haar drang om te reizen, is terug te voeren op school en opvoeding. ‘Ik bestudeerde veel wereldliteratuur op school, bijvoorbeeld Shakespeare, Chaucer, James Joyce. Dat vormde mijn liefde voor de wereld, ik kreeg er een internationale blik van.’ Ze realiseerde zich dat je niet per se vast hoeft te zitten aan een plek. ‘Door de literatuur werd het me duidelijk dat je recht hebt op een groter verhaal dan dat waar je in geboren bent.’

Net als met haar ouders, gaat het in haar werk over meebewegen met de wereld en met ‘het narratief’, zoals ze het noemt. ‘Hoe krijgen we mensen op één lijn met een veranderende wereld, hoe veranderen we mee? Dit gold zowel voor mijn ouders toen als voor de universiteit nu.’ Ze begrijpt dat dit niet voor iedereen even gemakkelijk is. ‘Voor mijn ouders was het moeilijk vanwege het culturele aspect. Ik wilde hun laten zien dat verandering goed is, je kunt niet voor altijd in een statische mal blijven zitten.’ Voor de universiteit is het moeilijk om iedereen er het belang van te laten inzien, stelt ze. ‘Maar uiteindelijk gaat het wel iedereen aan.’

Internationale context

Na haar schooltijd werd haar interesse in sociale gerechtigheid verder versterkt. Ze verruilde na de ontmoeting met haar man haar baan als onderzoeksspecialist bij een ministerie in Trinidad en Tobago voor een betrekking in Den Haag. Daar kwam ze als internationaal consultant in contact met allerlei achtergestelde groepen. In opdracht van UNICEF werkte ze in het grensgebied van Myanmar en Thailand met vluchtelingenkinderen. Haar opdracht – het ontwikkelen van een inclusief onderwijssysteem – leerde haar kijken naar de context. ‘De ouders vonden het heel belangrijk dat hun kinderen hun taal en cultuur niet kwijtraakten nu ze op de vlucht waren. Welke liedjes zing je bijvoorbeeld op een verjaardag, wat doe je op een begrafenis?’

Van Oudenhoven heeft altijd in een internationale context gewerkt, en nu is het wennen om vooral op één plek te zijn. Op tafel ligt de vraag wat haar ‘thuis’ is. ‘Mijn man zegt altijd: thuis is waar jij bent. Ik zou dat willen veranderen in: ‘thuis is waar mijn familie is’, maar nu mijn kinderen naar de universiteit zijn, is dat natuurlijk ook niet meer helemaal waar. Zij maken nu een eigen plek.’ Voor haar is zowel Trinidad en Tobago als Canada als Nederland nu thuis, stelt ze. ‘Ik pas me makkelijk aan. Ik heb me al vroeg gerealiseerd dat ik overal thuis kan horen.’

Stappen van Van Oudenhoven op weg naar een inclusieve universiteit:

  • Haar eerste maanden heeft ze een needs assessment gemaakt, een inventarisatie van de behoeftes die leven aan de universiteit op het gebied van diversiteit, gelijkheid en inclusie. Op basis daarvan schreef ze een voorlopig plan van aanpak.
  • De eerste versie van dit plan gaat naar iedere medewerker en student van de universiteit, voor feedback en aanvullingen.
  • Tegen de zomer moet er een eindrapport op tafel liggen, waarna Van Oudenhoven met wisselde teams het plan gaat doorvoeren.
  • Het uitgangspunt bij alle stappen: er wordt geen beleid opgelegd. Het ontwikkelen van een strategie doet de hele universiteit samen.

Tekst: Jozien Wijkhuis. Foto's: Goedele Monnens.

Dit artikel verscheen eerder in Radboud Magazine.

Contactinformatie

Thema
Diversiteit, Loopbaan, Radboud toen en nu