Aan het begin van de coronacrisis koos Nederland voor een ‘intelligente lockdown’. Dit in tegenstelling tot de volledige lockdowns in veel andere landen. Mark Rutte wilde de Nederlandse bevolking weliswaar meekrijgen in het proces om corona te controleren, maar niet met al te strenge regels en zonder nadrukkelijk te moraliseren. ‘Mark Rutte stelde zich eerder op als een jeugdwerkleider die de groep mee op pad neemt dan als schoolmeester’, concludeert historicus Wim de Jong.
De Jong herkent een historische constante in die opstelling. In zijn boek Civic Education and Contested Democracy beschrijft hij hoe sinds 1945 herhaaldelijk werd gehamerd op het belang van burgerschapsvorming, educatie om Nederlanders bepaalde waarden bij te brengen die onmisbaar zouden zijn in een democratie. ‘Wat opvalt is dat het onderwijs steeds als zondebok wordt gezien voor wat er misgaat, maar dat de oplossing wel uit die hoek moet komen.’
Ontslagen vanwege Remco Campert
Kort na de Tweede Wereldoorlog vond men in de politiek dat er iets mis was met de bevolking. De massa zou, mede door de oorlog, de juiste moraal missen. Om die bij te brengen en een nationale democratische cultuur te bereiken, was volksopvoeding vereist. Dit veranderde begin jaren zestig toen men het idee kreeg dat het niet aan de mensen lag, maar aan het politieke systeem. Dat was veel te complex geworden, waardoor mensen er weinig van begrepen. Deze gedachte leidde onder meer tot de vorming van de studentenbeweging, die jonge Nederlanders wilde bijbrengen hoe ze met behulp van acties en demonstraties het systeem konden veranderen.
‘Bij die beweging hoorden ook docenten die zichzelf de kritische leraren noemden. Zulke leraren hadden dan bijvoorbeeld een erotisch gedicht van Remco Campert voorgelezen in de klas, en waren daarom ontslagen . Zij wilden radicale democratie in de klas, tegen de schoolleiding. Andere docenten groepeerden zich in een beweging van ‘nuchtere leraren’, die benadrukten dat de inhoud van het onderwijs niet tot onderwerp van politieke strijd moest worden gemaakt.’
Nieuw Flinks
Door de uitdijende verzorgingsstaat en toenemende criminaliteit pleitten politici in de jaren tachtig opnieuw voor volksopvoeding. ‘Een nieuw blik agenten zou niet helpen, zolang er niets aan de houding van burgers zou veranderen, vond het CDA. Dat wekte geen verbazing, maar ook de PvdA sprak dit soort wederopbouwachtige taal en daarom werden ze door Van Kooten en De Bie gekscherend Nieuw Flinks genoemd.’
‘Het interessante van dit soort “crisismomenten” en de bijhorende roep om burgerschapsvorming is dat op die momenten bloot komt te liggen hoe mensen denken over waar burgers in een democratie aan moeten voldoen. Ze moeten expliciet maken wat hun visie op democratie is.’
Een overeenkomst tussen de pogingen om een staatsideologie op poten te zetten is dat ze steeds stranden in schoonheid. ‘Nederlanders staan wel open voor een staatspedagogiek, maar tegelijkertijd stuit ieder initiatief op weerstand omdat er een ook een afkeer van moralisme is, een partij die vertelt hoe het moet.’ In tegenstelling tot landen als Duitsland, met een lange traditie van Bildung, en Frankrijk, waar waarden als vrijheid, gelijkheid en broederschap erin worden gestampt, komt burgerschapsvorming daarom moeizaam van de grond in Nederland. Een van de gevolgen is dat Nederlandse jongeren beduidend minder politieke kennis hebben dan hun Duitse of Franse leeftijdsgenoten.
Realistische eisen
Toch ziet De Jong langzaam maar zeker een trend richting acceptatie van burgerschapsvorming. ‘Men heeft het minder over spruitjeslucht of betutteling, is meer bereid om een vorm van moralisme te accepteren.’ Via het ruimhartig gesubsidieerde voorlichtingscentrum ProDemos is er sinds 2011 bovendien een instelling die scholieren de spelregels van de democratie en de rechtstaat uitlegt.
Tegelijkertijd denkt hij niet dat er in Nederland snel een duidelijke staatsideologie zal ontstaan die op iedere school in het land wordt verspreid. Zijn advies aan politici die dit nastreven: ‘Stel geen onrealistische eisen aan politieke betrokkenheid. Misschien is het in Nederland al heel wat als burgers stemmen, regelmatig het nieuws volgen en wellicht wat vrijwilligerswerk verrichten.’
Photo by Adrien Olichon on Unsplash