In 1977 besloot Jimmy Carter voorafgaand aan zijn beëdiging als president van Amerika om samen met zijn vrouw en dochter de anderhalve mijl van het Capitool naar het Witte Huis te lopen. Daarmee wilde hij laten zien dat hij als president niet boven de normale mens stond. Verschillende latere presidenten volgden zijn voorbeeld, zoals Bill Clinton in 1993, George Bush in 2001 en 2005, Barack Obama in 2017, Donald Trump in 2017 en Joe Biden vorig jaar nog.
Deze strategie is niet nieuw, blijkt uit het onderzoek van historicus Dennis Jussen naar panegyrieken uit de periode tussen 284 en 395. Een panegyriek is een lofdicht gehouden voor de keizer tijdens feestelijke gelegenheden, in aanwezigheid van hooggeplaatst publiek. Kundige redenaars creëerden in hun lofdichten algemeen erkende beelden van de keizer, maar konden ook bepaalde verwachtingen van zijn leiderschap uitspreken.
Lofdichten als historische bron van onderzoek
‘We hebben geluk dat een aantal van deze speeches bewaard is gebleven. Ze waren immers bedoeld om voor te dragen en niet om na afloop terug te lezen’, legt Jussen uit. ‘Maar sommige sprekers kozen ervoor om hun speeches achteraf te publiceren.’ Een beroemd Panegyriek is dat van politicus Plinius de Jongere over keizer Trajanus. In het jaar 100 bezocht Trajanus voor de eerste keer in zijn regeerperiode de stad Rome. ‘In zijn speech benadrukt Plinius de positieve houding van keizer Trajanus ten opzichte van de Senaat’, vertelt Jussen. ‘Trajanus had nooit misbruik gemaakt van zijn positie als keizer, ook niet tijdens zijn intrede in de stad. Integendeel, Trajanus dacht er niet aan om zich te laten rijden in een strijdwagen voortgetrokken door vier witte paarden. Veel liever maakte hij zijn intocht te voet, omringd door zijn collega’s. Een keizer die geliefd is onder zijn volk, heeft geen lijfwachten nodig, zo luidde zijn redenering volgens Plinius.’
Voor zijn onderzoek stelde Jussen een digitale dataset samen op basis van Griekse en Latijnse lofdichten. Jussen onderzocht daarmee onder meer hoe het uiterlijk van de keizer werd gebruikt als middel tot lofprijzing. ‘Redenaars koppelden bepaalde deugden aan de gezichtskenmerken van de keizer en benadrukten daarmee ook de rol die de keizer zou moeten vervullen’, legt Jussen uit. ‘Vooral voor de ogen was een prominente rol weggelegd: flitsende ogen symboliseerden de keizer als militair leider, alziende ogen benadrukten de bijna-goddelijke status van de keizer, en kalme en vochtige ogen representeerden de keizer als goed bestuurder.’
Veranderingen in het keizerschap in de 4de eeuw
In de 4e eeuw veranderde het een en ander in het keizerschap. Zo kon het Rijk bestuurd worden door meerdere keizers en verbleven de keizers vaker buiten de stad Rome. ‘Omdat dit machtsstructuren waren die onbekend waren voor de onderdanen, moesten ze in lofdichten geformuleerd worden in bekende termen’, zegt Jussen. ‘Een redenaar die in 297 een lofdicht maakte voor één van de vier heersers van dat moment, loste dat bijvoorbeeld op door de vier heersers de vier lichten van de wereld te noemen, waarin de bejubelde keizer figureerde als de zon.’
De Gallische redenaar Pacatus maakte een lofdicht over de binnenkomst van keizer Theodosius in de stad Rome. Hij vond daarvoor inspiratie in het lofdicht van Plinius de Jongere over keizer Trajanus, die populair was in de vierde eeuw. Net als de Trajanus in de speech van Plinius, presenteert Pacatus Theodosius lopend tussen de senatoriale elite. Jussen: ‘Toen Theodosius werd voorgesteld als iemand die Rome binnenkwam, werd expliciet gezegd dat hij dat lopend deed, bewegend op de manier van een senator. Pacatus' voorstelling van Theodosius in de voetsporen van Trajanus is een uitstekend voorbeeld van hoe een laatantieke redenaar zich beriep op een traditioneel model van keizerschap uit het verleden om een uitzonderlijke politieke situatie in het heden te normaliseren. In een periode waarin er nauwelijks nog een keizer in Rome aanwezig was, gaf Pacatus een duidelijk signaal: Rome had te maken met een nieuwe Trajanus, een keizer met diep respect voor de Senaat.’
Lofdichten als geregisseerde foto
Om hun eigen agenda en die van de gemeenschap die zij vertegenwoordigden met succes te communiceren aan de keizer en het publiek dat aanwezig was bij hun toespraak, moesten de vierde-eeuwse redenaars hun verwachtingen van het keizerlijk leiderschap dus uitleggen in bekende bewoordingen. Daarom stonden de keizerlijke lofredes vol met verwijzingen naar thema's en figuren uit een mythologisch en historisch verleden, en met toespelingen op berichten en beelden in de keizerlijke kunst. Welke elementen werden gekozen door de redenaar, werd bepaald door zijn culturele achtergrond en het materiaal dat hij voorhanden had, maar des te meer door de directe context waarin zijn speech plaatsvond. Jussen: ‘Je zou kunnen zeggen dat het resultaat een geregisseerde foto was van een model (de keizer) vanuit het perspectief van de fotograaf (de redenaar), die op allerlei manieren rekening probeerde te houden met verschillende factoren zoals licht (de gebeurtenissen direct voorafgaand aan het lofdicht) en compositie (de plek waar de redenaar sprak en het publiek dat daarbij aanwezig was).'
Foto: Een groep hoogwaardigheidsbekleders tegenover de Romeinse keizer. Luxortempel, Egypte. Bron: Olaf Tausch via Wikimedia Commons