Welke websites bezoek je, hoe lang zit je op een website, vanaf welke locatie bezoek je een website: met de rijke hoeveelheid data die bedrijven vandaag de dag tot hun beschikking hebben, weten ze het allemaal. Zo kunnen die bedrijven je steeds verder gepersonaliseerde advertenties sturen. ‘Door data te combineren, valt zelfs te voorspellen welke dingen je in de toekomst zou willen, terwijl je dat zelf nog niet eens weet’, vertelt Iris van Ooijen, universitair docent communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit.
Er zijn veel mensen die zich zorgen over maken over de druk op onze online privacy. Toch beschermt lang niet iedereen diens online gegevens, bijvoorbeeld door een adblocker in te stellen of cookies te blokkeren. Van Ooijen: ‘Bij het zoeken naar een verklaring voor deze paradox bestudeerden we de invloed van zogenaamd privacy-cynisme: een gevoel van moedeloosheid en frustratie waarbij mensen denken dat ze zo weinig controle over hun gegevens hebben dat beschermen onbegonnen werk is.’
Niet meer behapbaar
Van Ooijen en haar collega’s namen een grote vragenlijst af onder bijna duizend mensen in de Verenigde Staten. Er werd gevraagd naar hun opvattingen over privacy en in hoeverre ze zich beschermen. De mate waarin mensen zich beschermen hangt af van twee factoren: de waargenomen grootte van de dreiging en de mogelijkheden die mensen denken te hebben om zich te beschermen. ‘Bij privacycynische mensen zien we dat het geen effect heeft als de waargenomen dreiging groter wordt en dat ze zich ook niet beschermen als de mogelijkheden er wél zijn.’
Het privacy-cynisme gaat gepaard met een gevoel waarbij mensen minder controle over hun gegevens ervaren. ‘Mensen kunnen het niet meer behappen en je proberen te beschermen voelt als dweilen met de kraan open.’ Gevolg is dat mensen zich helemaal niet beschermen waardoor bedrijven nóg makkelijker aan data kunnen komen.
Signaal aan bedrijven en de politiek
Van Ooijen kan deze reactie wel begrijpen. ‘Ik zie de druk ook toenemen. Het kost inderdaad steeds meer moeite om je helemaal te beschermen én zonder obstakels mee te draaien in de maatschappij. Neem een communicatieapp als Whatsapp die allerlei persoonlijke informatie opslaat. Natuurlijk zijn er alternatieve communicatieapps, maar omdat veruit de meeste mensen Whatsapp gebruiken, kan het de communicatie een stuk lastiger maken.’ Daarbij constateert Van Ooijen dat privacy-cynisme niet zomaar overwaait. ‘Het is een chronische attitude die over een langere periode wordt gevormd. Daardoor duurt het ook lang om die houding weer kwijt te raken.’
Wat valt er te doen om te voorkomen dat de druk op onze online privacy al te groot wordt? ‘Dit onderzoek toont aan dat mensen hun privacy wel degelijk belangrijk vinden, maar zich vaak toch machteloos voelen om dit om te zetten in hun online gedrag. Dit kan bijvoorbeeld een teken voor de politiek zijn om privacywetgeving aan te scherpen.’ Daarnaast geven de zorgen van mensen een signaal aan commerciële bedrijven die kwistig data verzamelen. ‘Ondanks privacy-cynisme gaan mensen niet zomaar in alles mee. Toen bekend werd hoe een bedrijf als Facebook met privacygegevens omgaat, hebben heel veel mensen hun account opgezegd. Dat dwingt bedrijven zorgvuldiger om te gaan met gegevens of op z’n minst eerlijk en transparant te zijn over wat ze met onze data doen.’