Protest en openbare orde: spel tussen autoriteiten en demonstranten
 Protest en openbare orde: spel tussen autoriteiten en demonstranten

Protest en openbare orde: spel tussen autoriteiten en demonstranten

De afgelopen maanden werden de Nederlandse media gedomineerd door protestacties in eigen land: boeren legden strobalen op snelwegen en een klimaatactivist lijmde zich vast aan de tafel bij Jinek. Desondanks staat volgens Amnesty International het demonstratierecht onder druk, wat de democratie in gevaar brengt. Historica Carla Hoetink doet onderzoek naar de botsende belangen van autoriteiten en demonstranten.

Demonstranten op het malieveld, Den Haag, 1983

Klimaatactivisten blokkeren privévliegtuigen op Schiphol, protesterende boeren blokkeren snelwegen. Het zijn geen uitzonderlijke acties in deze tijd: Nederlanders protesteerden de laatste tien jaar meer dan ooit tevoren, over een ongekende verscheidenheid aan onderwerpen. Het leidde tot publieke discussies: wat vinden we acceptabele manieren van actievoeren, en in hoeverre bereikt een ‘acceptabele’ demonstratie eigenlijk wel haar doel? In haar project ‘Ruimte voor protest?’, dat in september 2022 van start is gegaan, onderzoekt politiek historica Carla Hoetink hoe democratie en openbare orde botsten in protesten in Nederland sinds 1919.

‘Veel bestaand onderzoek naar protest concentreert zich ofwel op de actievoerders en de sociale bewegingen die daarachter zitten, ofwel op het perspectief van de autoriteiten en hoe zij omgaan met demonstratie. Ik ga juist kijken waar de twee elkaar ontmoeten,’ vertelt Hoetink. ‘Op het moment dat demonstranten de straat op gaan, dan moet of wil een autoriteit daar vaak iets mee. Dan ontstaat er een soort onderhandelingsspel en dat vind ik interessant’.

Verstoren openbare orde

Mensenrechtenorganisatie Amnesty International publiceerde op 14 november een rapport om aandacht te vragen voor het demonstratierecht in Nederland. Door lokale beperkingen komt het demonstratierecht onder druk te staan, stelt Amnesty, terwijl dat recht juist zo belangrijk is voor de democratie. Gemeenten en de landelijke overheid zien demonstraties al snel als een risico en leggen daarom beperkingen op, of verbieden demonstraties helemaal. ‘Sinds corona zijn burgemeesters sneller geneigd om te zeggen: een demonstratie is een bedreiging voor de openbare orde, dat gaan we niet doen’, merkt ook Hoetink op.

Wat onder het belang van die openbare orde wordt verstaan, verschilt volgens Hoetink naar plaats, situatie en tijd. ‘Wat bijvoorbeeld in Groningen op het ene moment wel mag, mag soms in Limburg op hetzelfde moment niet. Dat kunnen afwegingen zijn van openbare orde en daar hebben de lokale autoriteiten heel veel ruimte en bevoegdheden’, legt de historica uit. Een recent voorbeeld hiervan zijn de Vierdaagsefeesten in Nijmegen: toen de Farmers Defence Force (FDF) aankondigden te willen demonstreren bij de Vierdaagsefeesten in Nijmegen, stelde burgemeester Hubert Bruls een noodverordening in om tractoren uit de stad te weren. Hoetink: ‘Dat laat zien dat er tijdens een groot evenement als de Vierdaagse weer andere regels en ruimtes gelden dan wanneer er geen Vierdaagse is. Ik heb er daarom ook voor gekozen om in mijn onderzoek een lokaal en regionaal perspectief te hanteren, en buiten de Randstad te kijken: naar protesten in Groningen, Arnhem en Den Bosch.’

Onderhandelingsspel

Dat de regels van het onderhandelingsspel tussen autoriteiten en demonstranten per geval verschillen, werd afgelopen zomer ook goed duidelijk tijdens de boerenprotestacties. Hoetink: ‘Zowel de demonstranten als de autoriteiten houden in zo’n situatie de media in de gaten om te kijken hoe de samenleving reageert: hoeveel ergernis ontstaat er, hoever kunnen we dan gaan of het laten gaan? En is er steun voor ingrijpen?’ Het maatschappelijk draagvlak leek voor de boeren groter dan voor andere acties. ‘Het viel me op hoezeer de boerengemeenschap verbonden wordt met de Nederlandse culturele identiteit. Misschien verklaart dit dat er verhoudingsgewijs voor andere sociale bewegingen momenteel minder ruimte lijkt te zijn’, zegt Hoetink. ‘En ik ben benieuwd of ik zulke verschillen ook in het verleden aantref. Kregen middenstanders misschien meer ruimte dan mijnwerkers, of juist andersom?'

Met de huidige financiële zorgen, wankele huizenmarkt, internationale spanningen en slepende klimaatcrisis lijkt het post-corona tijdperk een ‘perfecte storm’ voor demonstraties. Of we de komende tijd meer grootschalige acties kunnen verwachten? ‘Tja, dan vraag je een historica om de toekomst te voorspellen,’ zegt Hoetink. ‘Er is, ook door de recessie waar we vermoedelijk op afstevenen, een brede groep mensen die zich in haar individuele bestaanszekerheid bedreigd voelt. Een deel van deze mensen is misschien niet zo snel geneigd zijn om voor meer ideële of immateriële doeleinden de straat op te gaan, maar wel bereid om in actie te komen als ze direct zelf worden geraakt. Ik denk dat er een onrustige tijd staat te wachten, dat zullen we waarschijnlijk al bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2023 merken.’

Carla Hoetink is docent en onderzoeker op het terrein van de moderne politieke en parlementaire geschiedenis. Lees meer over haar project ‘Ruimte voor protest’.

Contactinformatie

Thema
Geschiedenis, Politiek