De meeste mensen hebben een handvol goede vrienden en familieleden die een speciale rol spelen in hun leven. Dit groepje naasten is de belangrijkste bron voor sociale steun in moeilijke tijden. Maar niet iedereen heeft zo’n ondersteunend netwerk om zich heen gebouwd, vooral niet in moderne individualistische samenlevingen. Dit wordt uitvergroot door de COVID-19 pandemie, die de sociale interactie ernstig beperkt.
Sociale interacties in de hersenen
Om te begrijpen hoe meer of minder sociaal contact de hersenen kan beïnvloeden, bestudeerden Schurz en zijn collega's MRI-gegevens van 40.000 mensen in de UK Biobank. De proefpersonen werd gevraagd hoe vaak zij in staat zijn persoonlijke informatie te delen met goede vrienden en familie. De onderzoekers vergeleken vervolgens individuen met dagelijkse sociale contacten met mensen die dat minder vaak hebben.
De neurowetenschappers identificeerden twee netwerken in de hersenen die verband houden met het delen van ervaringen met naasten. Deze hersengebieden staan bekend als het 'saliencenetwerk' en het 'limbisch systeem', die beide een rol spelen in empathie - het vermogen om je in te leven in andere mensen. Meer in het algemeen zijn de twee netwerken belangrijk voor alertheid - het direct verwerken van alles om ons heen waardoor we ons goed kunnen bewegen in het hier en nu.
Volksgezondheid
Aanvullende analyses toonden aan dat hersengebieden die verband houden met sociale contacten, ook een rol spelen bij algemene gezondheid en het omgaan met stress. Dergelijke verbanden werden bijvoorbeeld gevonden voor gezondheidstevredenheid, rookgedrag, stemmingswisselingen, opgefokte gevoelens, prikkelbaarheid, en emotionele stabiliteit.
Samen bieden de resultaten nieuwe aanwijzingen over de rol die sociale steun speelt in de hersenen. Dit kan leiden tot een beter begrip van de gevolgen van de voortdurende afname van sociale contacten en verbondenheid tussen individuen in moderne samenlevingen. Het kan uiteindelijk informatie opleveren voor maatregelen of adviezen op het gebied van de volksgezondheid.
Deze studie werd uitgevoerd als een samenwerkingsproject tussen Matthias Schurz en Rogier Mars van het Donders Institute, en Danilo Bzdok van Montreal's McGill University.