Toen de coronacrisis de economie grotendeels stillegde, waren het vooral de zelfstandigen, flexwerkers en mensen met nulurencontracten die als eerste hun congé kregen. Een aanzienlijk percentage van de studenten is (of was) werkzaam op basis van zulke contracten en zag de financiële situatie achteruitgaan – en daarmee ook hun kansen op een financieel stabiele toekomst.
‘Maar het is vaak een kwestie van krimp en groei’, relativeert Wolbers. ‘De economie gaat op den duur weer aantrekken. Dan zijn het juist weer de flexwerkers die als eersten aangenomen worden.’
Hij ziet moeilijkheden als het gaat om de levensfase waarin (ex-)studenten zich bevinden. ‘Ze zitten in een fase waarin zij veel belangrijke keuzes moeten maken. Denk aan het op kamers gaan als jonge student, of het kopen van een eerste huis of starten van een gezin na de studie.’
Belangrijke beslissingen zullen uitgesteld worden door de crisis, denkt Wolbers. En de vraag is in hoeverre dat gevolgen heeft op de lange termijn. ‘Er is natuurlijk geen ideale leeftijd om op kamers te gaan of een huis te kopen. Maar het krijgen van een kind kun je bijvoorbeeld niet onbeperkt uitstellen.’
‘Daarbij is voor zaken als het regelen van een hypotheek of het opbouwen van pensioen ook een stabiel inkomen nodig. Daar staan jongeren misschien niet zo bij stil, maar als je laat begint met pensioen opbouwen, dan krijg je daar op latere leeftijd minder voor terug.’
Toch sombert de socioloog niet. ‘Jongvolwassenen zijn over het algemeen goed in staat om het op de een of andere manier goed te maken voor zichzelf. In vorige crisisperiodes zag je ook dat mensen financieel herstelden. Daarnaast moeten we ook niet vergeten dat tijdens een crisis juist de creativiteit van mensen naar boven komt. Studenten kiezen voor een extra master of laten zich omscholen. Op die manier weten ze er hopelijk een draai aan te geven.’
Deze tekst is onderdeel van een groter artikel dat eerder in Radboud Magazine verscheen.
Tekst: Leoni Andriessen en Joep Dorna. Foto: Helena Lopes via Unsplash.