‘Van de ernst van de klimaatcrisis is nu bijna iedereen wel doordrongen, maar dat heeft decennia geduurd. Daarmee is kostbare tijd verloren.' Waarom duurde het zo lang? Ter illustratie noemt Van Stekelenburg het ‘eerste kankervaccin’: de oproep die pubermeiden sinds 2014 krijgen om zich te laten vaccineren tegen baarmoederhalskanker. Dit leidde bij sommigen tot scepsis, zeker na berichten in de media dat dit HPV-vaccin zou leiden tot chronische vermoeidheid (een onwaarheid, zou blijken). 'De wetenschap was te laat met het informeren van het publiek, waardoor sceptici alle ruimte innamen voor hun kant van het verhaal. Dat moet je vóór zijn.’
Die sceptici zijn vaak goed georganiseerde lobbygroepen, die baat hebben bij diskrediet van wetenschappelijke resultaten. Van Stekelenburg wijst op de hardnekkige lobby van de tabaksindustrie om het verband tussen roken en longkanker te miskennen. ‘Je wordt als wetenschap in de verdediging gedrongen. Het werkt beter om van meet af aan het publiek te informeren over jouw resultaten.’ Wil die wetenschappelijke informatie goed landen, dan is het zaak dat er in de wetenschap consensus bestaat en dat die gecommuniceerd wordt. Van Stekelenburg is geen tegenstander van debat, maar dan alleen over de aanpak van het probleem, niet over wetenschappelijke feiten. ‘Een langdurig publiek debat over feiten terwijl het wetenschappelijk bewijs duidelijk is, is uit oogpunt van publieksinformatie heel kwalijk.’
Hoor en wederhoor
De media hebben hierin een belangrijke rol, zeker als zij – wat vaak gebeurt – informeren en opiniëren door elkaar husselen. De informatie van de wetenschapper raakt snel vermalen in een debat over de gewenste aanpak. Als voorbeeld noemt Van Stekelenburg The Guardian, dat over de klimaatwetenschap geen hoor en wederhoor toepast. ‘Helder afgebakend meldt deze krant de aspecten waarover de wetenschap het eens is. Dáárover geen discussie.’
Wat volgens de onderzoeker kan helpen, is dat wetenschappers zelf via blogs of anderszins het publiek informeren. ‘Maar het lukt nog niet om langs deze kanalen veel aandacht te genereren.’ Het tweede probleem is tijdgebrek. ‘Aan de ene kant verlangen bijvoorbeeld subsidiegevers dat je je resultaten deelt met je publiek, maar aan de andere kant krijgen we daar geen tijd voor. Een promovendus heeft er nul uur tijd voor, dan kun je die taak dus niet serieus beoefenen. Als je wetenschappers meer tijd geeft voor communicatie, kan dat helpen bij de acceptatie van bevindingen over urgente vraagstukken.’
Tip: Doneer aan GiveWell
‘Doneer aan GiveWell. Dat is een non-profit organisatie die uitzoekt welke hulporganisaties het meest effectief zijn in het redden en beschermen van mensenlevens. Ik ervaar mijn maandelijkse donatie aan dit initiatief als heel waardevol, omdat je zo kunt bijdragen aan effectieve hulp.’
Aart van Stekelenburg (Helmond, 1991) studeerde communicatiewetenschap en behavioural science aan de Radboud Universiteit (2010-2016). Tegen de zomer hoopt hij te promoveren op een onderzoek naar effectieve wetenschapscommunicatie.
Foto: congerdesign via Pixabay