In dit programma, georganiseerd door Radboud Reflects en Go Short, gaven filosofen Tim Miechels en Aoife McInerney, beiden promovendus aan de Radboud Universiteit, een lezing over verveling en eenzaamheid in het werk van Martin Heidegger en Hannah Arendt. Vervolgens gingen ze, naar aanleiding van korte films geselecteerd door Go Short, in gesprek met filosoof Simon Gusman.
Filosoferen door verveling
Volgens Martin Heidegger komt filosoferen voort uit verveling. Tim Miechels legde uit dat diepe verveling ons confronteert met ons bestaan en vooral ook de eindigheid ervan. Heidegger onderscheidde drie vormen van verveling die elk een andere betekenis hebben voor de manier waarop wij naar de wereld kijken en ons bestaan.
Wanneer we bijvoorbeeld de trein hebben gemist en onze telefoon is uitgevallen, dan is onze eerste reactie vaak dat we de tijd proberen te verdrijven met iets. We willen niet toegeven aan de verveling. We zijn in deze situatie verveeld door iets. De tweede vorm van verveling die Heidegger onderscheidt, ervaren we wanneer we verveeld zijn met ons eigen bestaan. We zijn niet verveeld door een bepaalde activiteit, die we bijvoorbeeld zijn gaan doen om de tijd te verdrijven, maar door het leven zelf.
Heideggers derde vorm van verveling brengt ons het dichtst bij de filosofie. In deze staat van verveling kunnen we kunnen niet langer onze tijd verdrijven met activiteiten. Het gevoel van verveling slokt je op, niets of niemand heeft nog betekenis voor je en de hele wereld valt weg. Miechels legde uit dat deze laatste allesomvattende vorm van verveling ons ruimte biedt om te reflecteren op het hoe en waarom van ons bestaan. We zijn in deze situatie volledig op onszelf teruggeworpen en worden aangezet tot denken. Vandaar dat deze vorm van verveling voor Heidegger het beginpunt van de filosofie is.
Verveling als gedeelde stemming
Na deze korte lezing van Miechels werd de korte film Balcony vertoond van regisseur David Dell’edera. Daarna bespraken Miechels en Gusman de vormen van verveling die in deze film terugkomen. Voor Miechiels was het herkenbaar dat de personages in de film op zoek zijn naar manieren om de tijd te verdrijven. We zijn als mensen vaak bezig om weg te rennen van verveling. Een aantal filosofen stellen dat we meer onverwachte positieve momenten meemakenm als we verveling meer toelaten in ons leven.
Voor Heidegger, vertelde Miechels, is verveling ook een intersubjectief, iets wat door meerdere mensen op een bepaald moment gedeeld wordt. Neem bijvoorbeeld de situatie waarin je bij een groep aansluit waar een stemming van verdriet heerst. Al voordat je met iemand hebt gesproken, begrijp en voel je aan welke stemming er heerst. Op eenzelfde manier kunnen we ook een gevoel van verveling tegelijk met elkaar ervaren.
Eenzaamheid en identiteit
Daarna besprak Aoife McInerney het perspectief van Hannah Arendt op eenzaamheid. Volgens Arendt is eenzaamheid een “staat van deprivatie” waarbij het realiteitsbesef op het spel staat. Eenzaamheid staat lijnrecht tegenover Arendts concept van de “menselijke conditie van diversiteit,” het besef dat we als mensen op aarde leven de wereld bevolken.
Twee andere kernbegrippen van Arendt zijn uniekheid en gelijkheid. Deze twee begrippen hangen voor haar nauw samen met de diversiteit van de samenleving en het samenleven met anderen. Alleen in relatie tot anderen kun je jezelf uniek noemen, want dit is niet te bereiken door alleen te zijn. Jezelf gelijk noemen kan alleen in gezelschap van anderen, die je als je gelijken beschouwt. McInerney legde uit dat uniekheid en gelijkheid voor Arendt dus niet te realiseren zijn door introspectie: diversiteit is cruciaal. We hebben dus anderen, en een vorm van erkenning door anderen, nodig om onze identiteit te bepalen. Wanneer we eenzaam zijn, dan staan we niet in relatie tot anderen en verliezen we onze identiteit.
Gedeelde realiteit
Nog belangrijker dan het verliezen van je identiteit is voor Arendt dat door eenzaamheid een bepaalde gedeelde realiteit verdwijnt. Voor haar is de meest belangrijke uitkomst van menselijke interactie onze gedeelte realiteit. Eenzaamheid vernietigt naast individuele identiteiten ook diversiteit, die cruciaal is in de filosofie van Arendt, vertelde McInerney. Massale eenzaamheid heeft daardoor grote consequenties voor het politieke leven: wanneer mensen massaal eenzaam zijn, verdwijnt onze gedeelde realiteit en worden we vatbaar voor ideologie.
In de film Woman without a child van Eva Saiz speelt eenzaamheid een grote rol. McInerney vertelde dat de hoofdpersoon zich vooral begeeft in de private sfeer. Ze heeft weinig ‘publiciteit’ en leeft alleen. Doordat ze zich nauwelijks in de publieke sfeer begeeft, is haar identiteit niet volwaardig. Nadat daar in de film verandering in komt doordat iemand bij haar in huis komt wonen, ervaart ze direct meer connectie met de buitenwereld. We hebben een bepaalde vorm van herkenning nodig om een volledige identiteit te vormen, aldus McInerney.
Ongeduld
Tot slot gingen Miechels en McInerney in gesprek over ongeduld. In de korte film Enough van Anna Mantzaris was te zien hoe bevrijdend het kan zijn als we ons uiten op momenten waarin het geduld even op is. Ook op momenten van eenzaamheid speelt ongeduld een rol volgens McInerney, omdat het iets doet met onze ervaring van de tijd. We projecteren onszelf naar voren in de tijd om ons maar verlichten van de vervelende ervaring van eenzaam zijn. Dat doen we ook als we verveeld zijn: we zijn ongeduldig en zijn naarstig op zoek naar iets om te doen.
Verveling, eenzaamheid en ongeduld zijn herkenbare emoties in de coronacrisis. Volgens Heidegger kan verveling voedingsbodem zijn voor filosofie zijn, maar eenzaamheid kan volgens Arendt ook grote politieke en maatschappelijk consequenties hebben.
Tekst: Inge de Vries. Dit is het verslag van een lezing van Radboud Reflects. Foto: Toa Heftiba via Unsplash.