‘Het is moeilijk om te beginnen vanwege de overvloed aan materiaal. De twee kleintjes hebben zichzelf volledig "vermenselijkt" tijdens mijn afwezigheid. Ze spelen met elkaar en met de anderen. De "bal" is hun grootste plezier. Ze hebben de bal in hun bedje en geven hem aan hun zusje als dat gevraagd wordt. Het zijn grote vernielers: alle oude prentenboeken van Beate en de kartonnen blokkendoosjes zijn aan flarden gescheurd. Ze galopperen door de hele kamer met hun kleine schoentjes. Maria staat al en gisteren rende ze in haar eentje van de deur naar het raam. Helli is een "grotverkenner": ze kruipt onder alle bedden en duikt plotseling op waar je haar niet zou verwachten. Beate is daardoor beginnen te kruipen, wat ze voordien nooit deed. Behalve met de bal spelen, weet ze niet wat ze met haar zusjes moet doen en houdt ze zich een beetje afzijdig, zodat de kleintjes niet alles van haar afnemen, wat ze met een grote brul markeert.’ (Felix Oestreicher, Karlsbad, 19 april 1937)
Gerda en Felix met Beate en de tweeling Maria en Helli, © Helly Oestreicher
In april 1937 begint de joodse, Duitse Felix Oestreicher in Karlsbad (Tsjechië) met het schrijven van brieven over het leven van zijn dochter Beate (1934) en de tweeling Helli en Maria (1936). In 160 briefberichten houdt hij zijn familieleden – onder wie veel wetenschappers, artsen en kunstenaars die verspreid over Europa leven - op de hoogte van de ontwikkeling van zijn drie meisjes. Felix noemt de brieven ‘Drillingsberichte’, omdat ze over zijn ‘drieling’ gaan en over het opvoeden (het ‘drillen’) van zijn kinderen.
Op de vlucht voor de naderende oorlog verhuist de familie in 1938 naar Nederland en ook binnen Nederland verhuizen ze zes keer, naar een steeds moeilijkere situatie. Het gezin doet er alles aan om aan de oorlog te ontkomen en buiten Europa te emigreren. Dat lukt niet. Op 1 november 1943 wordt het gezin opgepakt door de bezetter en gedeporteerd naar Bergen-Belsen. Als de bevrijding nadert, wordt een groot deel van de joodse gevangenen door de nazi’s per trein richting oosten vervoerd. Dit zogeheten ‘verloren transport’ eindigt in Tröbitz (Oost-Duitsland) met de bevrijding door de Russen, die de dorpsbewoners opdragen de door honger en tyfus getroffen mensen op te vangen. Felix en zijn vrouw Gerda overlijden. Maar de zusjes overleven en keren terug naar Amsterdam.
Maria, Beate en Helli (Karlsbad 1937), © Helly Oestreicher
De tante van de meisjes – Lisbeth – bewaart alle 160 brieven die Felix heeft geschreven. Als zij in 1989 overlijdt, worden ze door Maria bij het opruimen van de zolder gevonden. Zij maakt er voor de familie een album van. Haar tweelingzus Helly geeft dat in 2010 aan een bekende van haar ter inzage: germanist en filosoof professor Paul Sars, verbonden aan het Radboud Institute for Culture and History. Die bestudeert de brieven, transcribeert ze vanuit de bronnen en brengt samen met collega’s en studenten de familie Oestreicher en de historische context in kaart.
Digitaal laboratorium
Het briefmateriaal is nu - samen met veel aanvullende documentatie, zoals tekeningen, foto’s en wetenschappelijke artikelen van Felix, die arts en onderzoeker was – digitaal beschikbaar via de Bijzondere Collecties van de Information & Library Services van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Deze collectie is veel meer dan een digitalisering van historisch materiaal’, legt Sars uit. ‘Het is een open bron, downloadbaar, doorzoekbaar en het moet het begin zijn van een digitaal laboratorium, een platform voor onderzoekers uit allerlei disciplines.’
Zo zou een historisch pedagoog het materiaal uitstekend kunnen gebruiken om onderzoek te doen naar het Duitse Bildungsideaal van waaruit Felix zijn dochters opvoedt, en waarover hij veelvuldig schrijft. Hij observeert het gedrag van zijn kinderen scherp. Ze krijgen een strenge, maar liefdevolle opvoeding, gericht op sociaal gedrag en individuele ontplooiing. Omdat de meisjes niet naar school kunnen, wordt voor thuis een lesrooster opgesteld met pauzes, gymlessen en al.
De meisjes krijgen les van Felix, © Helly Oestreicher
Een onderzoeker die geïnteresseerd is in joodse geschiedenis kan het materiaal gebruiken voor onderzoek naar bijvoorbeeld cultuurvermenging. Zo wordt in de 160 brieven slechts één keer de joodse seideravond beschreven, meerdere keren sinterklaas en een aantal keren de Duitse kerst. Een taalkundige kan eveneens een hele studie wijden aan de brieven. Felix schrijft steeds minder standaard-Duits. Er verschijnen Neerlandismen in de brieven, maar er zitten ook Tsjechisch gekleurde Duitse woorden en familiejargon in. Ondertussen vraagt hij zich af of de meisjes later nog wel in staat zijn om Duits te lezen, want ‘het zijn gewoon Nederlanders geworden’.
Religie-onderzoekers kunnen zien dat er over Germaanse goden wordt gesproken, waarover de kinderen leren van oma bij de afwas, maar dat de meisjes zich ook afvragen waarom ze joden zijn en waarom God de oorlog toestaat. ‘Door ons te verzamelen rond de brontekst op de website, kunnen we een community creëren die gefocust is op samenhangende deelstudies’, zegt Sars. ‘We willen collega’s waar dan ook ter wereld uitnodigen om mee te doen in ons netwerk. Ik hoop dat dit een nieuwe manier van werken wordt.’
Van onderzoek naar onderwijs (en terug)
Het verhaal van Felix en Gerda en hun drie dochters is al beschikbaar voor Duitse vo-leerlingen die Nederlands leren en Nederlandse leerlingen die Duits leren. ‘Samen met Duitse docenten en collega’s in Duitsland, Polen en Italië zijn we in 2018 begonnen met de ontwikkeling van onderwijsmateriaal. We hebben gekeken hoe we het verhaal van de Duitse joodse kinderen die naar Nederland moesten vluchten konden vertellen. Van daaruit hebben we werkschriften gemaakt die gratis downloadbaar zijn. Het is schitterend materiaal om vanuit een aansprekende context taal te leren’, zegt Sars.
Maar er is nog een aspect: de kinderen overleefden alle drie de oorlog én ze zijn succesvol geworden. Beate promoveerde in de scheikunde en is actief als vredesactiviste. Maria werd sociologe. Helli – die zich nu Helly noemt - is beeldend kunstenaar en werkte als docente aan de Rietveld Academie. Sars: ‘Ondanks alles hebben de kinderen geleerd om door te gaan, zegt Helly ook zelf. Oma werd vermoord, hun ouders werden gedood, maar ze gingen door. Die levensles is voor middelbare scholieren heel belangrijk.’
Beate ‘voedert’ Maria, © Helly Oestreicher
De vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar de samenleving is een belangrijke drijfveer voor Sars. ‘Toen ik mijn academische carrière begon, kreeg ik na een paar jaar het gevoel: ben ik eigenlijk wel vruchtbaar? Ik voelde me zo’n kamergeleerde die boeken publiceert voor de vier andere specialisten in de wereld. Wat mij betreft moet je van meet af aan nadenken over de overdracht van onderzoek, want de doorloopsnelheid van wetenschappelijke kennis in de alfawetenschappen ligt nu veel te laag. De kennis die wij vandaag opdoen over inclusie, over uitsluiting en over culturele diversiteit, moet binnen twee jaar in het middelbaar onderwijs terecht komen. Dat geldt ook voor de inzichten die we nu kunnen gaan opdoen met het digitale laboratorium rond de Drillingsberichte.’
‘Mijn bedoeling met het bewaren van de kinderberichten is dat ze op een dag gepubliceerd kunnen worden als aandenken aan ons en de kinderen, zodat mensen er plezier aan kunnen beleven en onze herinnering bewaard blijft, we niet helemaal tevergeefs hebben geleefd.’ (Felix Oestreicher, Amsterdam, 17 februari 1942)
De online Bijzondere Collectie Drillingsberichte wordt op 19 april 2022 officieel gelanceerd tijdens een besloten bijeenkomst. De digitalisering van de Drillingsberichte (1937-1943) en het aanvullende materiaal is tot stand gekomen door Paul Sars en Sabine Jentges, in samenwerking met Claudia Daiber, met assistenten Christina Borchert, Marko Gorupec, Jorien Hollaar en Karlijn Smit, en met Ruud van den Heuvel van Information & Library Services.
Ga naar de digitale Bijzondere Collectie
Ga naar het onderwijsmateriaal
Foto: Helly Oestreicher