1952: Christine Mohrmann wordt de eerste vrouwelijke hoogleraar
Christine Mohrmann (1903-1988) studeert klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hier maakt ze kennis met Jos. Schrijnen, een priester die er les geeft in klassieke taalkunde en cultuurgeschiedenis van de Christelijke oudheid. Als groot voorstander van een eigen katholieke universiteit, is hij in 1923 een van de oprichters - en eerste rector – van de Katholieke Universiteit Nijmegen. In het kielzog van Schrijnen, benoemd tot hoogleraar Algemene Taalwetenschap, Griekse en Latijnse taalkunde en Volkskunde, komt ook Mohrmann naar Nijmegen, waar ze in 1928 – cum laude - haar doctoraalexamen aflegt. Ze gaat aan de slag als assistente op het Instituut Oude Letteren en promoveert in 1932, wederom cum laude, op kerkvader Augustinus. Samen met Schrijnen richt Mohrmann de École de Nimègue op, die zich bezighoudt met de bestudering van de invloed van het vroege Christendom op de ontwikkeling van het Grieks en Latijn. Schrijnen heeft hierover een theorie ontwikkeld, die na zijn overlijden door Mohrmann verder wordt uitgewerkt en verspreid. Pogingen van Schrijnen om Mohrmann benoemd te krijgen tot zijn opvolger, lopen jarenlang op niets uit. In 1937 krijgt Mohrmann een aanstelling tot privaatdocent Christelijk en Vulgair Latijn, niet in Nijmegen, maar in Utrecht. Na de oorlog, waarin Mohrmann weigert de loyaliteitsverklaring te tekenen, ontwikkelt ze zich tot een autoriteit in haar vakgebied. Steeds vaker komen vanuit het buitenland studenten naar haar colleges en uiteindelijk wordt er in Nijmegen een leerstoel oudchristelijk Latijn en Grieks in het leven geroepen, waarvoor Mohrmann de enige kandidaat is. Daarmee wordt zij in 1952 de eerste Nijmeegse vrouwelijke hoogleraar.
Minstens zo belangrijk als de bestudering van de oude teksten, vindt Mohrmann de overdracht van kennis. Een deel van haar publicaties gaat over het lesgeven in klassieke talen op gymnasia. Als wetenschapper is Mohrmann zeer gedreven. Ze publiceert veelvuldig over haar vakgebied, niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Duits, Engels en Frans. Ze vraagt veel van zichzelf, maar ook van haar studenten. Menig promovendus herinnert zich tientallen jaren nog de momenten waarop Mohrmann hen bij haar thuis ontvangt en haar mening geeft over het ingeleverde hoofdstuk. In de collegezaal schroomt zij niet om priesters die haar colleges volgen terecht te wijzen. Uiteindelijk leidt de excellentie in haar vakgebied in 1959 tot de oprichting van de Mohrmann Club, een debatgroep die later verder is gegaan als het Genootschap voor Oudchristelijke Studiën.
Tekst: Peter Zunneberg. Foto: opening RK Universiteit Nijmegen, 17 oktober 1923