"Tijdens mijn PhD, ergens in 2010, begon ik voor het eerst na te denken over Open Science. In die tijd kwamen er in de sociale psychologie een aantal fraudegevallen aan het licht met mensen die hun onderzoeksgegevens manipuleerden. Dat leidde ook tot discussie over zogenaamde Questionable Research Practices – en hoe die te vermijden - binnen mijn labgroep. Jaren later, in 2016, werd er in een hotel in Charlottesville, VS, een bijeenkomst georganiseerd door Brian Nosek en Simine Vazire voor onderzoekers die de wetenschap wilden veranderen. Met zo’n 80 onderzoekers dachten we in kleine groepen actief na over manieren om de wetenschap betrouwbaarder en transparanter te maken. Het was een super inspirerende ervaring, en uit deze bijeenkomst zijn verschillende waardevolle initiatieven voortgekomen.
Deze bijeenkomst was voor mij het startsein om actiever met Open Science bezig te zijn. Na een aantal jaar internationaal bezig te zijn geweest, wilde ik iets lokaals opzetten. Om de onderzoekscultuur te veranderen, is het belangrijk om een brede groep mensen te bereiken. Dat betekent dat je juist ook mensen moet trekken die nog niet met Open Science bezig zijn. Zo ontstond uiteindelijk in 2017 met Loek Brinkman het idee voor een lokale Open Science Community. In Nederland zijn er daar inmiddels 13 van, wereldwijd zelfs meer dan 40. Daar ben ik echt wel trots op.
In Nederland zijn er inmiddels 13 Open Science Communities, wereldwijd zelfs meer dan 40. Daar ben ik echt wel trots op
In Nederland gaat het op zich best goed met de Open Sciencebeweging. Maar die koploperspositie vormt ook een uitdaging, vooral voor jonge onderzoekers: wat gebeurt er als zij in landen willen gaan werken waar nog steeds veel nadruk ligt op publicaties in topjournals die niet open access zijn? Onderzoekers vragen zich terecht af: moet ik mijn budget besteden aan de fee voor open access, of gebruik ik dat liever voor een extra studie of om proefpersonen te betalen? In een wereld waarin (nog) niet alle spelers gelijk zijn, snap ik dat mensen misschien andere afwegingen maken.
Maar ook dat kun je alleen maar doen als je goed geïnformeerd bent over Open Science en de practices. Uiteindelijk denk ik dat de meeste mensen in de wetenschap zitten omdat ze nieuwsgierig zijn en willen weten hoe de wereld in elkaar zit. Open Science helpt om efficiënter en beter onderzoek te doen. Je werk is beter vindbaar. Je kunt gemakkelijker samenwerken. Resultaten worden sneller geboekt. Zo zou het eigenlijk moeten zijn natuurlijk. Meer samen, minder concurrentie. En als je bepaalde aspecten van je werk niet open kunt doen, dan blijven er nog genoeg open science practices over die je misschien wel kunt proberen. Open Science is geen alles of niets verhaal."