De Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) is een bewijs van de didactische bekwaamheid van docenten in het academisch onderwijs. De BKO wordt erkend door alle 14 Nederlandse universiteiten. Door het volgen van een BKO-traject kun je je didactisch ontwikkelen om kwalitatief goed onderwijs te ontwikkelen, te verzorgen, te evalueren en te toetsen. De BKO is het startpunt van je doorgaande ontwikkeling als docent.
Voor docenten aan de Radboud Universiteit met een vast contract en een onderwijstaak van meer dan 0,2fte is het behalen van een BKO verplicht. Je behaalt het BKO bij voorkeur binnen twee jaar. Je volgt het BKO-traject bij jouw eigen faculteit.
De BKO-competentiedomeinen
Het BKO-traject focust op zes competentiedomeinen: Uitvoeren van onderwijs, Begeleiden van studenten, Ontwerpen van onderwijs, Evalueren van onderwijs, Toetsen en Jezelf blijven ontwikkelen.
Deze competentiedomeinen sluiten aan bij thema’s uit de Onderwijsvisie van de Radboud Universiteit.
De BKO-deelcertificaten
Om je BKO te verkrijgen, behaal je vier afzonderlijke deelcertificaten: Uitvoeren van onderwijs, Begeleiden van studenten, Ontwerpen en Evalueren van onderwijs* en Toetsen. De deelcertificaten Uitvoeren van onderwijs en Begeleiden van studenten maken momenteel deel uit van een landelijke pilot voor deelcertificaten en worden erkend door alle universiteiten in Nederland.
De deelcertificaten kunnen binnen het BKO-traject onafhankelijk van elkaar en in willekeurige volgorde worden behaald. Het competentiedomein Jezelf blijven ontwikkelen is een doorlopende opdracht waaraan je gedurende je BKO-traject blijft werken. Bij een volledig BKO-traject (regulier of aangepast, zie Varianten van het BKO-traject hieronder) wordt – na het behalen van de vier deelcertificaten – een ontwikkelingsgericht eindgesprek gehouden waarbij het competentiedomein Jezelf blijven ontwikkelen centraal staat.
*Het BKO-deelcertificaat beslaat twee competentiedomeinen: Ontwerpen van onderwijs en Evalueren van onderwijs.